"Nog even en ik eindig in een gekkenhuis'

“Nee, nee, ook geen kauwgom. Althans niet voor zonsondergang”. De stem van Janny Nozinovc klinkt beslist. Ramadan is begonnen. “Ik heb nu twee weken gevast en ik hoopte dat ik zou afvallen. Dat lukt niet omdat we 's avonds en 's nachts veel eten”, zegt ze. Hollands eten, waar ze nog steeds niet echt aan gewend is. “Stel je eens voor wat we zouden eten als we nu thuis waren geweest. Pita's, gebakjes en we zouden sapjes drinken. Heb jij wat te eten R.? Het valt mij zwaar niets van je te vernemen”, schreef ze vorige week in haar dagboek aan haar vriendin R.

Ondanks de dagelijkse gang naar school is de verveling nog steeds dè grote vijand. “Er gebeurt hier niets nieuws. Alles is hetzelfde, alles is vervelend. In de recreatiezaal zie je steeds dezelfde koppen, hoor je dezelfde verhalen. Graag zou ik eruit willen stappen maar de anderen laten het niet toe. Ik mag niet drinken omdat we moeten vasten, terwijl ik dronken zou willen worden om alles te vergeten”.

Half februari was er een ouderavond op haar school in Den Bosch. De wederzijdse misverstanden tussen de Bosnische en de Bossche scholieren kwamen ter sprake. “Zij begrijpen ons niet. Zij willen dat wij vertellen over de concentratiekampen, over de moorden, de verkrachtingen. Als we daarover vertellen staat het huilen ons nader dan het lachen, terwijl zij daarom weer moeten lachen. Maar wat zou er van hen geworden zijn als zij in onze situatie waren geweest? Ze zouden allemaal gek geworden zijn”, schreef ze in haar dagboek. Opnieuw is een bewoner van het tijdelijk opvangcentrum in Den Bosch uitgezwaaid. Dit keer was het Sejo, die naar Duitsland is gegaan in de hoop daar werk te vinden. “Hier is geen perspectief, ze laten ons niet werken. Terwijl als dat zou mogen de mensen wat minder zouden denken aan wat ze allemaal hebben meegemaakt”.

Vorige maand deed ze mee aan een tweedaagse hongerstaking uit solidariteit met haar landgenoten. Aan haar vriendin R. schreef ze in haar dagboek: “Ik heb ook honger geleden voor jou, voor mijn vader, voor alle mensen die achter zijn gebleven”. Er was ook een demonstratie in het centrum van Den Bosch, veel bewoners van het tijdelijk opvangcentrum liepen met spandoeken mee, Janny deelde pamfletten uit aan voorbijgangers. “Met Cako hief ik het lied aan: "Waar zijn jullie nu, vrienden?”.

Vrienden - ze had ze voor de oorlog. Kroatische en Servische. Ze gingen met elkaar naar school in Zvornik, maakten muziek aan de oever van de Drina, de grote rivier die langs haar geboorteplaats loopt. Haar wereldbeeld is in flarden geschoten: “Ik weet niet meer wat ik moet denken, ik snap niet meer wat er aan de hand is. Ik weet alleen dat onschuldige mensen lijden. Nog even en ik doe een dwangbuis aan en eindig mijn leven in een gekkenhuis”.

Of in Tuzla, maar dan om te sterven. Half februari schreef ze: “Ik vraag me af waarom ik blij ben om naar Tuzla terug te keren. Daar wacht niemand meer op mij, alleen de dood. Daarom zou ik terugwillen, om te sterven”.

Regelmatig doet Janny Nozinovic via deze krant verslag van haar verblijf in Nederland.