Nel Soetens (57) studeerde na de HBS Spaans en ...

Nel Soetens (57) studeerde na de HBS Spaans en gaf in die taal les op middelbare scholen. Vanaf 1964 deed zij ook vrijwilligerswerk voor Spaanse gastarbeiders. Sinds oktober 1969 is zij coördinator van het Aktiekomitee Pro Gastarbeiders (AKPG), dat per 1 april aanstaande ophoudt te bestaan. De gemeente Rotterdam trok de subsidie in na een verschil van mening over de werkwijze van het collectief.

Vrijdag 26 februari

Ik schrijf 26-2-'93, maar eigenlijk is de volgende dag al begonnen, want het is 0.30 uur. Ik ben ongeveer een half uurtje thuis.

Na de nodige telefoontjes vanmorgen en de boodschappen heb ik me naar het Aktiekomitee gehaast. De stemming was nog meer gedrukt dan de dagen ervoor, want 's middags was de laatste les Nederlandse taal. Het einde van een grote aktiviteit, waarmee het AKPG als eerste in Nederland is begonnen. Vanuit heel het land kwam men kijken, hoe wij de lessen Nederlands aan buitenlanders aanpakten. In kleine groepjes met vrijwilligers. Het was niet alleen taalles, maar ook een stukje integratie. Buitenlanders en Nederlanders kwamen met elkaar in kontakt. 1970 was het en er meldden zich vele vrijwilligers. Niet alleen voor de taallessen trouwens, ook voor andere aktiviteiten, pensionbezoek, akties enz.

Wat het AKPG deed, was nieuw. Het maakte de Derde Wereld in eigen land zichtbaar, nam stelling, en deed wat. Het doen sprak veel mensen aan en dat in een tijd, waarin evalueren, analyseren, vergaderen en ander oeverloos gezwam hoogtij vierden. Natuurlijk kregen wij ook wel leuteraars binnen, maar meestal botsten wij, vooral ik, daar snel mee. Over het algemeen maakten we er korte metten mee, want er was zo veel te doen en het hield ons maar van het werk af.

Om het onrecht te zien, dat de buitenlandse mensen werd aangedaan, hadden we geen eindeloze vergaderingen nodig. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat we nooit overlegden, maar we waren een "aktiekomitee' en hielden meer van daden dan woorden.

De laatste les dus. Sinds meer dan een maand hadden we al lopen vertellen, dat we gingen stoppen. Mensen konden het niet geloven, wilden dat we protesteerden, maar langzamerhand vielen er toch gaten op de stoelen. Op de laatste lesdag zijn er maar een kleine vijftig gekomen. Het is bovendien hondeweer. In mijn eigen groep lessen we nog wel en we praten over de overheid, die in weinig landen op kritiek is gesteld. Velen kennen de geschiedenis van het Aktiekomitee pro Gastarbeiders en dragen de trieste kennis, dat het nooit geliefd is geweest bij de gemeente Rotterdam.

Het is de leerlingen, maar ook de cliënten onbegrijpelijk, wat er gebeurt. Zij horen de fraaie woorden, waarin de overheid belijdt, dat er tegen het racisme moet worden gestreden. Even goed als de overheid weten zij, dat er niet veel migranten in de club- en buurthuizen komen. De ouderen weten maar al te goed dat eind jaren'70 al het AKPG vele malen heeft gewaarschuwd, dat Marokkaanse jongeren het verkeerde pad opgingen en dat de slappe Nederlandse aanpak geen enkel effect had. Juist de waarschuwingen inzake de Marokkaanse jongeren zijn het AKPG opgebroken. In 1978 en later kreeg het AKPG de hele welzijnsmafia tegen zich. ""Het AKPG wilde een zondagsschool creëren voor Marokkaanse jongeren. Herone was een sociaal probleem.'' Nu 15 jaar later is de helft van de Marokkaanse jongeren aan de hard drugs en velen zijn een makkelijke prooi van de mafia geworden en verrichten hand- en spandiensten. De schade in de gezinnen is blijvend.

En nu wordt de Marokkaanse gemeenschap als geheel op deze ontsporing aangekeken. De slappe aanpak was de ouders een doorn in het vlees. Zij voelden zich bedreigd door kinderbescherming of kindertelefoon, instanties met een voor hen ongeloofwaardige aanpak. Uithuisplaatsing is een dreigbeeld. Het betekent een definitieve verwijdering tussen ouders en kinderen. De kloof van het onbegrip is van hier tot de bergdorpjes in Marokko.

Maar niet alleen Marokkaanse ouders en jongeren zijn slachtoffer van een samenleving, waar te veel moest kunnen. Velen kennen geen rust meer als gevolg van inbraak of beroving. De samenleving is ontwricht en toont overeenkomsten met die van Amerika in de jaren dertig.

De gedachten blijven door mijn hoofd spoken. Hoe was de avond? Spreekuur, waarop wij de cliënten moesten vertellen, dat we alleen nog lopende zaken afhandelen en zo nodig doorverwijzen. Dat zal wel een moeilijke zaak worden. Wij hebben een grote kennis opgebouwd van achtergronden, waarop menige zaak van kinderbijslag, ziekte, verblijf, enz. is gewonnen. Als een tijger kliefden we onze tanden in een geval, nooit opgevend, meestal met succes. Ons spreekuur heeft bovendien een sterke meerwaarde, de solidariteit. Want het is solidariteit geweest met mensen uit de derde wereld, die de vele voornamelijk vrijwillige medewerkers heeft bewogen onder zulke moeilijke omstandigheden te werken. Altijd geldgebrek, een schamele omgeving, een enorme werkdruk, en vier mensen in loondienst, onder wie ik, betaald uit anderhalve formatieplaats.

Eén cliënt komt helemaal verbijsterd binnen. Hij heeft gehoord, dat we ermee stoppen en vanwege ziekte geen verzet kunnen voeren. Hij wil mensen mobiliseren. Ik vertel hem, dat veel buitenlanders willen protesteren, maar dat ik zelf vanwege oogproblemen het protest niet kan organiseren. Hij vertrekt, roepend, dat hij het er niet bij laat zitten.

Om 23.30 uur ga ik naar huis. Als ik naar binnen wil gaan, opent een vreemde vrouw de deur van de bovenwoning. Ik vraag haar, of ze de nieuwe bewoonster is. Zij antwoordt, dat zij er met haar vriend komt wonen. Ronald van E. heeft een huis op de Mathenesserlaan gekocht en zijn partner is meeverhuisd. Maar deze Koos de W. blijft de woning als postadres gebruiken. De nieuwelingen huren van de "woongroep', die is vertrokken. Mijn oren klapperen. Het is mijn huis! En nu gaan de vertrokken etters mijn huis verhuren? Hier stinkt iets. Ik besluit snel één van mijn juridische vrienden te bellen.

Zaterdag

Ik sta laat op en heerlijk langzaam begin ik de dag. Om twee uur ga ik bij een Marokkaan langs om te vertellen, dat de WAO-uitkering van een vriend in Marokko, die daar door een beroerte is getroffen, wordt hersteld. Wij zijn allebei blij, want de man ontving geen geld meer vanaf 1-12-1990. De vriend geeft mij dadels en vijgen cadeau.

Hierna ga ik vlug naar de markt. Ik zie verschillende cliënten die ik zeg hun dossier te komen ophalen. Allen kijken ongelovig. Gewoontegetrouw kijk ik bij de kledingkraam op de hoek. En ja hoor, ik heb geluk, een prachtig nieuw pakje voor ƒ 35,-. Op de markt is mijn gulden een daalder waard.

Na de markt ga ik naar het komitee. Ik wil een half uurtje Spaans dansen oefenen. Als ik bezig ben, roept Rachid. Hij heeft mijn "getrappel' gehoord en komt even zijn hart luchten over de situatie. Officieel is zijn arbeidscontract afgelopen, want hij was één van de tijdelijke arbeidskrachten, zoals we er zoveel via het Arbeidsbureau hebben gehad. Slechten en goeden. Er viel altijd weinig te kiezen, want deze tijdelijke werknemers moesten aan een aantal (arbeidsmarkt)voorwaarden voldoen. Met Rachid hadden we geluk, een Marokkaan met hart voor zijn landgenoten, goede beheersing van de Nederlandse taal en veel capaciteiten. Hij trekt zich de sluiting van het AKPG erg aan. Na wat geklets vertrekt hij, want het is ramadan en om ¢4 6.30 mag hij eten. De jongerensoos gaat in deze tijd alleen 's avonds open tot in de nacht.

's Avonds blijf ik thuis, want er is een programma over Pakistan op de Spaanse tv, dat ik wil zien. Bekeken, wat een mooi land. En nu zit ik aan het dagboek. Straks duik ik in de kranten.

Zondag

Ik bel twee juridische kennissen en verneem, dat de vertrokken huurders tegen de woonwet in handelen, als zij, elders wonend, mijn bovenetage verhuren. Van een achtergebleven huurder verneem ik, dat hij onderhuurder van het stel was en circa ƒ 250,- te veel huur betaalde. Woensdag komt hij bij mij praten. Net als ik had hij het veel te druk om achter zijn eigen belangen aan te gaan.

Hierna komt een vriendin, met wie ik een groot aantal reisgidsen doorploeg. Ik heb al veel gereisd en dat maakt een gezamenlijk reisdoel moeilijk. Uiteindelijk kiezen we voor Bolivia. Na het eten gaat ze weg.

Maandag

's Middags ben ik op het komitee. Iemand van de Stichting Basiseducatie komt naar het gebouw kijken. Ik heb daar een rotgevoel bij, want we krijgen nog veel geld van hun. Ondanks aanmaningen, betalen ho maar. Morgen bespreken we juridische stappen. We hebben een weinig bonafide indruk van deze dik gesubsidieerde stichting. De tweede werkneemster van de banenpool heeft zich ook ziek gemeld. Stagiaires op vakantie. We zijn maar met weinigen. Behalve een aantal telefoontjes vernietigen we dossiers. Het is vreemd; weinig mensen halen hun dossier op. Geen papieren cultuur. 's Avonds ga ik naar mijn moeder.

Dinsdag

Bar slecht geslapen. Alles is er ook naar. Ik ga om 10 uur naar het AKPG. Het vrouwenspreekuur is stil, waarschijnlijk door de krokusvakantie. Stagiaire Silva helpt een vrouw, ik een andere en een derde komt mij bloemen brengen als dank voor alle hulp, verblijfsvergunning, woning. Ze spreekt aardig Nederlands nu. Het AKPG is altijd voorstander van de verplichting Nederlands te leren geweest en voerde dit praktisch door. Niet leren, niet helpen. Tegen sluitingstijd komt een cliënt langs, die mensen geworven heeft om te protesteren bij gemeente en Tweede Kamer. Ik vraag hem een andere dag terug te komen, omdat ik vlug weg moet en weer terug komen voor bestuursvergadering.

's Avonds bestuursvergadering. Voor het jongerenwerk lijkt een soort oplossing in zicht. Buurtwerk, waar de Marokkaanse jongeren op bepaalde tijden terecht kunnen. Het lijkt het meest haalbare, want naar een andere Marokkaanse jongerenorganisatie is problematisch vanwege de drugsrunners, die daar rondhangen. Jongerenwerker Mohamed stelt, dat het voor hemzelf een oplossing is, maar betwijfelt of de Marokkanen het leuk vinden. We gaan weer met het clubhuis praten.

Het universitaire Instituut voor Sociale Geschiedenis wil graag ons archief hebben. Probleem blijven de duizenden dossiers. Alle oude dossiers zijn we aan het vernietigen. Twee advocaten/bestuursleden gaan bekijken, of er op hun kantoor plaats is voor de paar duizend dossiers van de laatste drie jaar. Vanwege tijdgebrek moeten we een aantal agendapunten naar de volgende vergadering doorschuiven. Drie bestuursleden wonen buiten de stad.

Woensdag 3 maart

Ik begin de morgen met huizenjacht voor een paar Marokkaanse jongeren. Het zijn drie werkende jongeren, maar met problematische omstandigheden thuis. Eén slaapt nu hier, dan daar. Ik hoop dat ik in deze laatste maand nog wat voor ze kan bereiken. Eén woon-maatschappelijk werkster, die me wel meer met probleemgevallen heeft geholpen, wil in elk geval met ze praten. Ik wil hun gegevens doorbellen en pak de briefjes, die ze me hebben gegeven. Daarop moeten naam, adres en geboortedatum staan. Toen ik ze kreeg, heb ik er niet naar gekeken. Ik maak er één open en er schiet een verbaasde lach op mijn gezicht. Er staat: Mijn adres is nu bij mijn baas. Volgt het adres van een tuinder, maar geen naam van de jongen. De rest is gelukkig wel in orde.

's Middags verkoop ik weer teleurstellingen op het komitee. ""We gaan dicht, ik neem geen nieuwe gevallen meer, probeer een buurtwinkel. Neem je dossier mee.'' ""Waarom protesteert het Aktiekomitee niet? Wanneer kom je bij ons eten?'' Enz., enz. De vier mannen, die we maandagmiddag op het vrouwenspreekuur hebben weggestuurd, komen niet opdagen. Probleem over? Na het spreekuur weer papieren uitzoeken en vernietigen. Deprimerend. 's Avonds bel ik wat vrienden. Iedereen lucht zijn hart, misschien ik het meest. Mijn idealisme heeft het onderspit gedolven na 23 ½ jaar vechten tegen de bureaucratie, de macht, de fantasieloosheid, de onderhuidse discriminatie, het seksisme, ja zeker ook dat. Want als ik een man was geweest, zou ik dan ook zo veel tegenwerking hebben ondervonden? Een dagboek is niet de plaats om het uit te werken. Dat doe ik in een boek over het AKPG, waarin ik niemand zal sparen. Daar kunnen de twee ex-bestuursleden Van Agteren (PvdA) en Inhetveld (CDA), die in 1991 het AKPG achter de rug van de werkvloer en achterban bij de gemeente versjacherden, op rekenen. Socialisme en christendom in de mond, maar farizesme was in het hart van deze krakers van idealen.