Multicultureel

De eigenaar van de kiosk waar ik mijn kranten en sigaretten koop is een Marokkaan.

En daar maakt hij geen geheim van. Ik denk zelfs dat hij met tegenzin Nederlandse kranten verkoopt. Hij verbergt ze namelijk tussen een gigantisch aantal Arabische kranten en tijdschriften, pamfletten, kinder- en religieuze boeken, die allemaal uit Egypte komen. Hij verkoopt ook zoethout en Marokkaans snoepgoed, miniatuurtjes, doekjes en andere Arabische snuisterijen. Hij draait op een cassetterecorder Marokkaanse muziek, vaak ook islamitische gebeden, en hij steekt om het uur een wierookje aan. Het effect van dit alles is dat je van iemand, die in zijn winkel om De Telegraaf vraagt, het gevoel krijgt dat hij niet goed bij zijn hoofd is.

Het moet kunnen, in een multiculturele samenleving. Ik kijk altijd mijn ogen uit. De boekomslagen doen denken aan de detective- en Bouquet-reeksen van vroeger, rijk en pompeus geïllustreerd met dramatische gezichten tegen schilderachtige achtergronden.

Een paar dagen geleden ontdekte ik een boekje dat op de omslag een karikatuur had van Salman Rushdie. Rushdie, met duivelshorens en in westerse kleding, kijkt op naar een grote man met Arabische hoed en witte baard, die gemeen naar hem lacht. De Arabische titel aan de voorkant (wat eigenlijk onze achterkant is) kon ik niet lezen, maar op de achterkant stond het in het Engels: "How Rushdie Fooled The West', geschreven door ene Ahmed Deedat. Het boekje is uitgegeven door "Dar El Fadila' in Kairo en Dubai en wordt in Europa gedistribueerd door het "Islamic Propagation Centre' te Birmingham.

Ik vroeg de kioskhouder wie Ahmed Deedat was. Hij keerde het boekje om en wees naar de gemeen grijnzende man op de omslag: ""Een groot geleerde die in Zuid-Afrika woont en overal ter wereld lezingen houdt over de islam,'' zei de kioskhouder. ""Een van de beroemdste mensen in de Arabische wereld,'' voegde hij eraan toe, en ik hoorde iets verwijtends in zijn stem, alsof het aan mijn algemene ontwikkeling schortte. Het boekje kostte zeven gulden vijftig en om mijn multiculturele welwillendheid te tonen vroeg ik of hij het geld in dirhams wilde. Hij kon er niet om lachen.

Maar toen ik het boekje las, kon ik niet meer lachen. ""Tot nu toe is de duivelse schrijver Salman Rushdie erin geslaagd veertig moslimmannen te doden, hij heeft met zijn giftige pen vrouwen tot weduwen gemaakt en kinderen tot halfwezen, waarmee eens te meer is bewezen dat de pen machtiger is dan het zwaard.''

Ik schrok me wezenloos. ""Ondanks onze woede en verbittering'', vervolgt Deedat, ""moeten we ophouden met protestmarsen en boekverbrandingen, want hoe meer wij onze gekwetstheid tonen, des te gelukkiger worden onze sadistische vijanden.''

Volgens Ahmed Deedat begrijpen westerlingen de haat van moslims jegens Rushdie niet, omdat ze nooit met goede argumenten zijn gekomen. Hij wil met zijn boek in die behoefte voorzien. ""Begin een gesprek over die duivel van een Rushdie nooit met wat hij de moslims heeft aangedaan,'' adviseert Deedat. ""Vertel eerst wat hij over de westerlingen, die hem nu zo in bescherming nemen, te zeggen heeft. Hij noemt ze "bastards', wel negenentwintig maal.''

Deedat heeft Rushdie's tekst geanalyseerd door de verschillende woorden te tellen. Zoveel keer "fuck', zoveel keer "fucking', en ontelbare keren "shit'. In De Duivelsverzen zijn scheldwoorden gebruikt tegen alle Britten, alle westerlingen, alle Indiërs, alle moslims en zelfs tegen de koningin van Engeland. En dat het maar een roman is, is volgens de islamitische geleerde geen excuus. Als je eigen moeder op zo'n manier werd uitgescholden, zou je niet aarzelen om het islamitische recht op hem toe te passen: tachtig zweepslagen.

De meest schokkende passage in Deedats boek betreft Susan Sontag: ""Susan Sontag, een blanke vrouw, heeft haar solidariteit met Rushdie willen bewijzen door in het openbaar uit De Duivelsverzen voor te lezen. Onder haar gehoor zal een jonge zwarte jongen zijn geweest, die uit de smerigheid die hij aanhoorde inspiratie heeft geput. Hij zal op die avond met een paar vrienden in Central Park hebben gewandeld en een jonge blanke vrouw hebben zien aankomen. Na alles wat hij uit De Duivelsverzen had geleerd leek het hem logisch om die vrouw aan te vallen, haar te mishandelen, haar te verkrachten, haar neer te slaan tot ze bewusteloos raakte, haar opnieuw te verkrachten, en tenslotte haar te verminken. Dit was een onschuldige blanke vrouw,'' schrijft Deedat, ""maar ik wou dat het Susan Sontag was geweest.''

Deedat besluit zijn boekje met de volgende wens voor Salman Rushdie: ""Mired in misery, may all his filthy lucre choke in his throat, and may he die a cowards death, a hundred times a day, and eventually when death catches up with him, may he simmer in hell for all eternity.''

Witheet van woede liep ik terug naar de kioskhouder. Ik vermoedde dat dit boekje net niet erg genoeg was voor een officiële aanklacht, omdat de schrijver nergens uitdrukkelijk had opgeroepen tot moord, maar hoe durfde de kioskhouder dit vunzige boekje zomaar te verkopen? Er zijn toch grenzen?

De man reageerde rustig. Hij had het boek gelezen, zei hij, en hij was het volledig met Ahmed Deedat eens. ""Je steunt dus de fatwah?'' informeerde ik. ""Neen'', antwoordde de man, en zijn kalmte begon mij te irriteren, maar het kon ook liggen aan het feit dat hij slecht Nederlands sprak: ""Ik ben geen fundamentalist. Fundamentalisten willen Rushdie vermoorden, wij wensen slechts zijn dood.''

Tegen deze wending was ik niet opgewassen en ik verliet de winkel. Om er later op de dag terug te keren, nu minder geëmotioneerd. Of hij mij het verschil kon uitleggen tussen iemand willen vermoorden en iemand de dood toewensen. De kioskhouder scheen zich ook te hebben voorbereid, hij had het voorval in ieder geval besproken met een collega die nu ook in de winkel stond en beter Nederlands sprak: ""Wij moslims vinden niet dat wij bijvoorbeeld een mes moeten nemen en Rushdie doodsteken. Maar als Rushdie nu bloedend mijn winkel binnenkwam en mij om hulp zou vragen, zou ik hem die niet geven.''

Waarom niet, wilde ik weten. Had hij De Duivelsverzen gelezen? Voelde hij een persoonlijke woede of haat jegens Rushdie? ""Neen'', zei de man die beter Nederlands sprak, ""wij hebben het boek niet gelezen en wij zullen het boek ook niet lezen. Daarom lezen wij de boeken van geleerden als Ahmed Deedat, in wie wij vertrouwen hebben, en die het boek van Rushdie wel hebben gelezen. Ahmed Deedat heeft voor ons bewezen dat Rushdie een gevaar is voor de islam, daarom moet hij sterven.''

""Maar stel je voor dat Ahmed Deedat zich heeft vergist, omdat hij niet beseft dat het een moderne roman is'', probeerde ik. Hierop nam de kioskhouder die minder goed Nederlands sprak een exemplaar van het boekje van Deedat uit het rek en citeerde uit het Arabisch, waarop de tweede man vertaalde: ""Rushdie heeft gezegd dat het maar een verhaal is, net als een droom. Maar zulke dromen mogen niet worden opgeschreven. Dat heeft hij wel gedaan, en daarom moet hij worden gestraft.''

Nu had ik hem, dacht ik: ""Deedat heeft ook een droom, hij wil de Amerikaanse vrouw Susan Sontag laten verkrachten en vermoorden. Dat mag hij ook niet opschrijven.''

Ik begreep het niet, zeiden beide mannen geduldig, ik keerde de volgorde om: Rushdie had een droom die hij niet mocht opschrijven. Hij deed het toch, daarom moest hij worden gestraft. Die Amerikaanse vrouw heeft toen die strafbare woorden hardop voorgelezen. Daarom moest zij ook worden gestraft. ""Maar wij zouden die vrouw niet verkrachten, wij zouden dat overlaten aan die negers van Amerika.''

Ik gaf het op. Mijn multiculturele welwillendheid was uitgeput.