Mooie dag

We hoeven elkaar niets wijs te maken hoewel we het telkens weer proberen, maar in dit geval weten we allemaal zeker dat steeds meer mensen ten behoeve van een steeds geringer of een onbegrijpelijk of helemaal geen belang bereid zijn tot de grofste maatregelen.

Ik stel het vast, ik ga er niet over lamenteren. Je went eraan en als je er niet aan went kun je toch niet aan de gang blijven, omdat je daarmee andere mensen verveelt die er wel aan gewend zijn. Komt iemand je molesteren, bestelen, de boel kapot slaan, keert hij de giebelton van zijn hersens over je uit: doe of het zo hoort en ga verder met je eigen orde van de dag. Dat is niet de formule van de ene wang en de andere maar het kost je eenvoudig veel meer moeite, ergernis en energie om de maatregelen te nemen die volgens de verjaarde regels van de omgangsvormen van toepassing zouden zijn. Het is een kwestie van doelmatigheid. Eerst de ene wang en dan de andere is niet de oplossing maar het oog om oog, tand om tand valt ook niet aan te bevelen. Over doelmatige reacties rept de Bijbel niet, voorzover ik weet.

Toch blijft het hinderlijk. Ik heb dat de afgelopen dagen weer gemerkt na de aanslag op het World Trade Centrum. Vanmorgen - donderdag, 4 maart - stond er een stukje van de schrijver Robert Stone in de New York Times. Het Empire State en het Chrysler Building, ""kathedralen van mammon, horend tot een ander tijdperk. In de Michelin worden ze al beschreven alsof ze archeologische verschijnselen waren. De torens van het WTC vertegenwoordigen de American Dream op een andere manier. Ze zijn het bolwerk van de Economische mens, praktisch, rationeel, machtig, zelfs ruw en rauw. Ze zijn de uitdrukking van een kant van Amerika die onze toegewijde vijanden hebben leren vrezen en haten. (...) De nieuwe terroristen zijn misschien wel degenen die wij in hun overtuiging hebben beledigd door eenvoudig te zijn die we zijn.'' Het klinkt wat plechtig maar daardoor wordt het waarheidsgehalte nog niet verminderd.

De twee torens zijn niet mooi of lelijk. Op een vroege zomerochtend zijn ze aan de oostkant lila, en aan de westkant bij zonsondergang zilver, daarna rose met een vleugje geel. Op mistige dagen verdwijnen ze al halverwege in de grijsheid zodat je kunt denken dat ze nog veel hoger zijn, of lager natuurlijk als je daaraan behoefte hebt. In de schemering veranderen ze in stralende kachels. Van binnen zijn ze, behalve groot niet veel bijzonders. Onder de grond maar nog boven de garages waar de bom is ontploft zijn grote galerijen met winkels, restaurants en, wat ik het meest de moeite waard vind, een reeks roltrappen naast elkaar, naar het station van de PATH trein die naar New Jersey gaat. Op de spitsuren kun je daar duizenden mensen rechtstandig naar boven zien komen of statig dalen. Om nog even bij de Bijbel te blijven: het is een schouwspel zoals je je een ordelijk verlopende Jongste Dag zou voorstellen.

In ieder geval, die twee torens zijn aanwezig zoals maar weinig andere gebouwen aanwezig zijn, en - ik hoop dat dit uit het bovenstaande blijkt - ze hebben behalve die door Robert Stone waargenomen rauwheid ook hun poëtische kanten. Daarom waren de anonymi die de aanslag hebben uitgevoerd zo aanwezig, en daarom was het een grote opluchting toen bekend werd dat er in ieder geval een verdachte was gepakt, ook al staat het als een paal boven water dat er honderden met ongure bedoelingen van geringer ambitie vanavond weer aan de slag gaan.

Misschien heeft de FBI toch nog de verkeerde gearresteerd. Je moet niets uitsluiten maar zolang we geloven dat hij een van de echte daders is, blijft het een opluchting. Daar is iets opgeruimd.

Eigenlijk was ik van plan een stukje te schrijven over de ratten en de muizen in de subway, zonder daarbij enige beeldspraak of gelijkenis met de actualiteit boven de grond op het oog te hebben. De rat is toch al te vaak het slachtoffer van slechte metaforen, vind ik. Vanmiddag heb ik er een gezien op het station van Lexington en de 51ste straat. Hij liep tussen de rails, een forse rat, monter, een rat in de kracht van zijn leven en in een goed humeur. Vrolijk sprong hij over de dwarsliggers. Je kon zien dat hij niets tekort kwam. De trein was laat, misschien wel weer in verband met de gebeurtenissen, en het perron stond vol. Honderden keken naar de rat, dierenvrienden ontdeden hun twaalfuurtje van een paar kruimels, iemand gooide een lapje warme pastrami en werd daarop aangesproken door een ander die dit niet goedkeurde. We moeten de ratten niet verwennen.

Op dit station was muziek: een bleke jongeman met een zwarte hoed op speelde viool uit een concert van Bach. De trein bleef lang weg, ook van de andere kant kwam niets opdagen. Ik veronderstel dat dit de violist heeft aangemoedigd; althans, het lijkt me verschrikkelijk het recital telkens door het gerammel en geratel van allerlei loszittend ijzer te moeten onderbreken. Geïnspireerd speelde hij het stuk ten einde. Met een vioolpartij van Bach op de achtergrond naar een rat kijken: waar ter wereld vind je dat?

De trein kwam. De rat was al in zijn hol verdwenen, de violist had veel geld gekregen. Het televisienieuws meldde dat er een verdachte was gearresteerd. Zo kan de samenloop der omstandigheden er een mooie dag van maken.