Lubbers vraagt om een snellere behandeling van wetsvoorstellen

DEN HAAG, 6 MAART. Minister-president Lubbers vindt dat de Tweede Kamer wetsontwerpen sneller in behandeling moet nemen en afhandelen. In een brief aan Tweede-Kamervoorzitter Deetman laat hij weten dat het tempo waarin wetgeving tot stand komt te traag verloopt. In die “zorgelijke situatie” moet nog dit jaar verandering komen, aldus Lubbers.

Op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad zei hij gisteren dat er in de eerste jaren van deze kabinetsperiode, 1990 en 1991, meer wetsvoorstellen door de Kamer zijn afgehandeld dan ingediend. Vorig jaar is er de klad ingekomen. De Tweede Kamer bracht in 1990 253 wetsvoorstellen in stemming, in 1991 284 tegen 195 vorig jaar. “Dat patroon was voor mij aanleiding om te gaan jagen.”

Lubbers wees erop dat er enkele tientallen wetsvoorstellen klaar liggen voor plenaire behandeling door de Tweede Kamer. “Er wordt in de Kamer veel over problemen gesproken, maar er moet ook gewerkt worden.” Lubbers zei dat wetten wellicht in commissievergaderingen moeten worden afgehandeld in plaats van in plenaire zittingen.

Lubbers sprak van een gemeenschappelijke inspanning. Hij gaf toe dat sommige ministers ook wel eens laat zijn met de uitwerking van hun plannen voor nieuwe wetten. Ook zij moeten op tijd met voorstellen komen en daar dringt hij dan ook regelmatig op aan, zo zei hij gisteren. “We zullen elkaar meer moeten opjutten” aldus Lubbers.

Lubbers wees er ook op dat de Eerste Kamer steeds meer de neiging heeft ruim de tijd te nemen voor behandeling van een wetsvoorstel. Als voorbeeld noemde hij het euthanasiewetsvoorstel waarover de Tweede Kamer enkele weken geleden, na jarenlange voorbereiding, tot overeenstemming kwam. “Je kan je indenken dat de Eerste Kamer eerst vele maanden aan de schriftelijke inbreng besteedt.” Hij zei daar wel begrip voor te kunnen opbrengen. In een reactie zegt de voorzitter van de CDA-fractie in de Eerste Kamer, Kaland, dat de tijd die de Eerste Kamer neemt voor behandeling van het wetsvoorstel kort is vergeleken bij de vele jaren van voorbereiding door kabinet en Tweede Kamer. Op de vraag hoe lang de behandeling van het euthanasie-wetsvoorstel volgens hem zal duren, zegt: “Dat zal wel blijken.”