Jacob Luitjens

Het artikel "Levenslang in schutkleur', over landwachter Luitjens van de hand van Harm van den Berg in het Zaterdags Bijvoegsel van 20 februari, geeft mij aanleiding tot het maken van de volgende kanttekeningen.

Anders dan de lezer uit de tekst van dat artikel zou kunnen opmaken heeft de bijzondere rechtbank, te weten het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden, 3e Kamer te Assen, Luitjens niet vrijgesproken van een beschuldiging van moord of doodslag op H. Jansen en/of W. Körber; die feiten waren Luitjens immers niet telastegelegd. De telastelegging was beperkt tot het misdrijf ex art. 102 Wetboek van Strafrecht, namelijk het opzettelijk in tijd van oorlog de vijand hulp verlenen, meermalen gepleegd. Terzake van dit misdrijf heeft het Bijzonder Gerechtshof Luitjens tot gevangenisstraf voor de tijd van het leven veroordeeld, waarbij het bewezenverklaarde feit nagenoeg overeenkwam met het telastegelegde feit. Vrijgesproken werd slechts van enkele kleine onderdelen van de telastelegging, en wel van het verrichten van patrouille- en bewakingsdiensten en het jacht maken op clandestiene radio's en wapenen.

De misdadige rol die Luitjens heeft gespeeld bij het neerschieten van H. Jansen door een Duitse militair of politieman, alsmede bij de jacht op W. Körber (resulterend in diens - vermoedelijke - zelfmoord) heeft het Hof wèl als bewijsmiddel gebruikt voor de bewezenverklaring van het misdrijf van hulpverlening aan de vijand.