"Groene mars' voor verbetering agrarische inkomens; Massaal protest Spaanse boeren

MADRID, 6 MAART. Met een manifestatie van meer dan 80.000 boeren op het Plaza de España in de Spaanse hoofdstad is gisteren zonder incidenten een einde gekomen aan de Groene Mars, een twee weken geleden begonnen protestactie tegen het landbouwbeleid van de regering.

De actie van gisteren had iets weg van een bedevaart: boeren uit alle delen van Spanje, met houten stafjes in de hand, hadden een voettocht van vele honderden kilometers achter de rug. Keurig volgens de afspraak met de landbouworganisaties hadden ze hun machines en gereedschappen aan de rand van de stad achtergelaten. Hoewel de Spaanse landbouw door de demonstranten symbolisch ten grave werd gedragen was de boodschap van de boerenleiders positief omdat de verantwoordelijke minister Solbes zich bereid toonde tot onderhandelingen.

Boerendemonstraties zijn in Spanje sinds 1976 een jaarlijks terugkerend ritueel. Maar nog nooit is het protest zo hevig geweest als dit jaar. Naast oude eisen als lagere belasting en een verbetering van de sociale zekerheid, vragen de boeren nu om aandacht en oplossingen voor een aantal nieuwe problemen.

De Spaanse boeren hebben de afgelopen jaren hun inkomsten sterk zien dalen; vorig jaar alleen al met gemiddeld 7,8 procent. De produktiekosten zijn daarbij omhoog gegaan, terwijl veel agrarische ondernemers zich diep in de schulden hebben gestoken met het oog op aanpassing aan de moderne landbouwmethoden die elders in Europa al lang gebruikelijk zijn.

Bij deze structurele problemen heeft zich de droogte gevoegd die Spanje al maanden teistert en die volgens de boerenorganisaties al meer dan 4,5 miljard gulden gekost heeft. De vakbonden vroegen om directe geldelijke steun, maar het ministerie wil niet verder gaan dan gesubsidieerde leningen.

De hervorming van het EG-beleid betreft graan, oliehoudende zaden, schape- en rundvlees, melk, en tabak. In het kader van de liberalisering van de agrarische wereldmarkt hebben de Europese partners besloten het beleid van kunstmatig hooggehouden prijzen te vervangen door directe inkomenssteun aan de boerenbedrijven, die echter onderworpen is aan strenge voorwaarden. Deze hervorming, en het ontwerp voor het nieuwe GATT-akkoord, waarmee de import van niet-Europese landen naar de Europese markt wordt gestimuleerd, wordt door de Spaanse boeren als een ernstige bedreiging beschouwd: ze vrezen niet te kunnen concurreren met Australische schapen, Engels graan, Afrikaanse citrusvruchten en Amerikaanse maïs. De agrarische handelsbalans valt nu al negatief uit: Spanje importeert zelfs Nederlandse tomaten, bloemen en aubergines.

Sommige ondernemers en politici wijten de huidige slechte situatie aan de voorwaarden waaronder Spanje lid van EG is geworden. Landbouwminister Solbes, indertijd nauw betrokken bij de intrede, houdt vol dat die voorwaarden gunstig zijn geweest. Het EG-lidmaatschap heeft de Spaanse boeren toegang gegeven tot gemeenschapssteun en subsidies, maar hen tegelijkertijd onderworpen aan strenge produktiebeperkende maatregelen, vooral in de melk- en graanproduktie. Nadat voor het graan al eerder quota waren bepaald, hebben ook de melkveehouders zich met ingang van dit jaar op straffe van boetes aan hun maximum te houden. Zelf produceert Spanje echter te weinig melk om in de eigen behoefte te voorzien.

Toen Spanje zich in 1986 aansloot bij de Gemeenschap, leken het klimaat en de vruchtbare kustgebieden een positie als "voorraadschuur' van Europa te garanderen. Al snel bleek echter dat het grootste deel van de Spaanse agrarische sector - met name de traditionele, ongeïrrigeerde graan- en wijnbouw - hopeloos verouderd en inefficiënt was. Alleen de fruit- en de tuinbouwsector bleken te kunnen concurreren, en die kregen dan ook prompt te maken met exportbeperkingen, opgelegd door angstige Europese partners. Deze beperkingen zijn pas eind vorig jaar opgeheven.

De twee grootste problemen waarmee de sector, naast de veroudering, te kampen heeft, zijn een gebrekkige infrastructuur (transport, tussenhandel) en een groot overschot aan arbeidskrachten (in 1983 was nog 19 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw). Aan beide kwesties wordt gewerkt. Het transportnet is in de afgelopen jaren sterk verbeterd en het aantal boeren is in 10 jaar met 800.000 afgenomen. Momenteel is 10 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw; de regering wil dit percentage nog verder terugbrengen naar het Europese gemiddelde van zeven procent. Vervroegde pensionering moet de leegloop van het platteland verder stimuleren.

De terugloop heeft echter aan de structuur van de sector weinig verbeterd. Van de 1,2 miljoen boeren heeft bijvoorbeeld slechts 500.000 man een volledige dagtaak in de landbouw. Het beleid van de minister is daarom in de eerste plaats gericht op professionalisering en modernisering. Begin februari presenteerde hij een wet waarmee hij onder meer herverkaveling en bedrijfsvergroting wil stimuleren. De minister streeft naar grote, efficiënte bedrijven, bestuurd door goed opgeleide, full time agrarische ondernemers. Hij ondervindt echter weerstand van de boerenvakbonden, aangezien een groot deel van hun leden in kleine familiebedrijfjes werkzaam is.

Deel van Solbes' beleid is verder het vinden van nieuwe bestemmingen voor de terreinen die in een vrije Europese landbouwmarkt niet meer rendabel te cultiveren zijn. De twee belangrijkste alternatieven die hem en de EG voor ogen staan - toerisme en herbebossing - hebben weinig tot geen enthousiasme bij de boeren gewekt. onze correspondent H.M. VAN DEN BRINK