GRIEKEN 6

Het artikel van Bastiaan Bommeljé over racisme en etnocentrisme in de moderne wetenschap van de Klassieke Oudheid (Boekenbijvoegsel 13 februari jl.) heeft geleid tot een reactie van de classicus Prof. dr. R. S. P. Beekes (Boekenbijvoegsel 27 februari jl.).

In zijn reactie schrijft Beekes dat ondergetekende als auteur van een van de besproken "niet-Helleno-

mane' boeken ""is misleid door de opleiding die hij kreeg van Best, die reeds lang geleden het Lineair A van Kreta als Semitisch ontcijferde, wat door niemand werd aanvaard''.

Met genoemde opleiding refereert Beekes aan mijn doctoraal-examen in de Mediterrane Pre- en Protohistorie aan de Universiteit van Amsteram dat conform het judicium van zes verschillende docenten op cumlaude niveau is afgelegd.

In de praktijk komt deze opmerking van een ambtenaar in funtie er op neer dat het doctoraal-examen in de Mediterrane Pre- en Protohistorie geen landelijk erkenning vindt en dat de bezitters van een dergelijk document zijn uitgesloten van maatschappelijke rechten waarop zij wettelijk aanspraak zouden kunnen maken.

De finesses van de controverse tussen de heren Beekes en Best ontgaan mij. Desalniettemin ben ik van mening dat hun onderlinge geschil geen aanleiding dient te geven tot maatschapelijke repercussies voor derden. Daarom heb ik heden een dringend beroep gedaan op de Minister van Onderwijs en Wetenschappen om een eind te maken aan het nu reeds zeven jaar durende Berufsverbot van classici en klassiek archeologen tegen afgestudeeerden in de Mediterrane Pre- en Protohistorie (de Raad van State heeft al eens corrigerend moeten optreden naar aanleiding van vergelijkbare uitingen van de klassiek archeoloog Prof. Dr. J. S. Boersma, zonder hiermee overigens het bestaande Berufsverbot te niet te doen).

In hoeverre het oordeel van de heer Beekes cum suis door Hellenocentrisme is ingegeven, valt moeilijk te bepalen. Vast staat dat niet alleen Semitische Phoeniciërs uit de Levant, maar ook Indo-Europese Lydiërs, Lyciërs en Phrygiërs uit Klein-Azië binnen de Hellenocentrische Klassieke traditie als barbaren worden beschouwd, die vanwege hun intrinsieke inferioriteit alleen maar als bemiddelaar in cultuur-overdracht kunnen optreden en nooit als zelfstandig scheppenden.