Een kale zwarte doos voor het Haagse Spui

In Den Haag wordt vandaag het nieuwe cultuurcomplex Theater aan het Spui officieel geopend. Er zullen vierhonderd toneel- en dansprodukties per jaar in het gebouw te zien zijn. Op 11 maart gaat Miau, de eerste eigen produktie, in première.

DEN HAAG, 6 MAART. Staande voor het raam van zijn kantoor dat uitkijkt op het Spui, volgt directeur John Reinders met argusogen de verrichtingen van enkele mannen die buiten voor de ingang van Theater aan het Spui in de weer zijn met kruiwagens en gereedschap. Ze hebben zojuist de telefoonkabel stuk getrokken, bromt hij. Het is niet de enige tegenslag die hij moest incasseren sinds hij op 4 januari het nieuwe onderkomen betrok.

Reinders gaat me voor door gangen, kantoren en kleedkamers en wijst op de gevolgen van een lekkage die een paar dagen eerder in de woningen boven het theater is ontstaan en voor 20.000 gulden schade aanrichtte. Alles stond blank, zegt hij. De pas gelegde vloerbedekking moest weggehaald, evenals faxapparaten die door het water waren aangetast. Ook het archief bleef niet gespaard. Reinders opent een deur en toont rijen dikke ordners en mappen die op de betonnen vloer staan te drogen naast een machine die hete lucht blaast.

Hij vervolgt de ronde en komt in het gedeelte van het gebouw dat geen schade heeft ondervonden: de twee theaterzalen, de twee repetitieruimtes, een werkplaats, een foyer en een theatercafé. Reinders vertelt dat hij, nog voordat er een steen was gelegd, met architect Herman Hertzberger verschillende theaters heeft bezocht om te horen hoe alle medewerkers, van cassière tot technicus, zich een ideaal theater voorstellen. Die wensen heeft Hertzberger zoveel mogelijk in het nieuwe complex verwerkt. Zo hebben de repetitieruimtes een balkon en zijn de aan de buitenkant gelegen kleedkamers voorzien van ramen.

We belanden in de grootste van de twee theaterzalen, waar op dat moment ruim vijftien acteurs, figuranten en musici onder leiding van Guusje Eybers de eerste produktie, Miau, repeteren. “Dit is de eerste zwarte doos in Nederland”, merkt John Reinders niet zonder trots op. “Deze zaal biedt alle mogelijkheden omdat het in feite een kale ruimte is. De vloer kan vrij gemaakt worden en de tribune met zo'n vierhonderd plaatsen kan helemaal weggehaald worden. De kleine zaal is volgens hetzelfde principe uitgevoerd. Alleen een theater dat een ruimte zonder eigenschappen is biedt optimale bespelingsmogelijkheden.”

Beide zalen zijn bedoeld voor kleine en middelgrote voorstellingen van dans- en toneelgezelschappen, zoals de voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam die in Amsterdam in theater Bellevue gespeeld worden en in het verleden niet in Den Haag te zien waren. Slechts een deel van het landelijk aanbod aan middelgrote produkties kon ondergebracht worden in Theater aan de Haven in Scheveningen waar Reinders tot voor kort directeur was. Sinds het begin van dit jaar wordt dat theater voortgezet door Theater aan het Spui.

Reinders: “Toen ik in 1985 in Den Haag kwam waren het HOT-theater en de Nieuwe Komedie net opgeheven. In die tijd kon het middelgrote repertoire nergens terecht in Den Haag. Met Theater aan de Haven, dat gelieerd was aan de Nieuwe Komedie, ben ik toen aan de slag gegaan met het doel zoveel mogelijk produkties naar de stad te halen. Onder de naam Het Gebeuren organiseerden we locatieprojecten en brachten we zelf produkties uit, onder anderen met Johan Doesburg, Guusje Eybers en Kim Zeegers. Omdat Theater aan de Haven niet voldoende capaciteit had om er alles in onder te brengen, weken we vaak uit naar Korzo en het Danstheater.

“We zijn al gauw iets groters gaan zoeken en op een dag ontdekten we deze plek. Die viel op door het Danstheater en de Anton Philipszaal aan de andere kant van het plein. Het idee ontstond om hier een cultuurcomplex neer te zetten, waarin niet alleen twee theaterzalen ondergebracht konden worden maar ook het Filmhuis, het Kijkhuis en Stroom, het Haags Centrum voor Beeldende Kunst. Dat plan stamt uit 1986. Nu, precies zeven jaar later, is het gerealiseerd.”

In Theater aan het Spui, dat volgens Reinders' schatting tien à elf miljoen gulden heeft gekost (het hele complex kostte achttien miljoen gulden en is betaald door de gemeente Den Haag), zullen ongeveer vierhonderd produkties per jaar te zien zijn. Dat zijn er honderdvijftig meer dan in Theater aan de Haven. Enkele daarvan worden gemaakt door de drie "huisgezelschappen': het Nationale Toneel, dansgezelschap Djazzex en jeugdtheatergroep Stella. Zo zal het Nationale Toneel op 1 april de kleine zaal inwijden met Decadence, een door Johan Doesburg geregisseerd stuk van de Brit Steven Berkoff. Volgend jaar zullen Karst Woudstra en Albert Lubbers bij het gezelschap een stuk regisseren dat in de grote zaal in première gaat.

Ook onderdelen van het jaarlijkse Theaterfestival zullen in Theater aan het Spui ondergebracht worden, evenals een groot deel van het Holland Dance Festival. Verder brengt Theater aan het Spui werkplaatsprodukties uit. WVC heeft daar 50.000 gulden subsidie voor uitgetrokken. Reinders: “Dat is net zo veel als het bedrag dat we hebben gekregen van de joodse Levi Lassen stichting, die culturele en maatschappelijke projecten in deze hoek van de stad ondersteunt. Stel je voor: dat is een eenmalig bedrag, uitsluitend bestemd voor onze eerste produktie terwijl het bedrag van WVC voor een heel seizoen geldt.”

Toch wil hij niet te veel klagen. Van de gemeente Den Haag heeft Theater aan het Spui 120.000 gulden programmeringsgeld ontvangen. Dat is op 20.000 gulden na het bedrag waar om was gevraagd. John Reinders stelt tevreden vast dat ze het theater hebben gekregen dat ze wilden. “Bovendien zitten we nu midden in het centrum, dat is heel wat gunstiger dan in Scheveningen. Daar ging je niet zomaar even naar toe. Hier loop je makkelijker binnen.”