Een bloedneus voor de rooien

De politieke vernieuwing die zich vijfentwintig jaar geleden onder druk van het succes van D'66 (toen nog met komma) voltrok in de amechtige, aan bloedarmoede lijdende Partij van de Arbeid, staat historisch op naam van dr. J.H.G. Tans, die deze week op 81-jarige leeftijd in zijn geboortestad Maastricht overleed. Tans was na de verkiezingsnederlagen die de PvdA in de jaren zestig had geleden partijvoorzitter geworden, met de opdracht de in een crisis verkerende en tot "eeuwige oppositie veroordeelde' sociaaldemocratische partij weer tot leven te wekken.

Hij was een politiek-gematigde, katholieke socialist, die zowel met het oude partijkader als met de aanstormende jeugd overweg kon en de belofte met zich meedroeg de weggelopen jongeren weer voor zijn partij terug te winnen. Hij was niet zozeer een nieuwe figuur in de grijze arbeiderspartij als wel een andere: hij was niet in de vakbeweging geschoold, noch afkomstig uit de traditionele partij-elite, maar een hooggeleerde Limburger met een mondvol ronde medeklinkers, die zijn langdurige werkloosheid in de crisisjaren had gebruikt om te promoveren op een taalkundig thema waarover hij met hartstocht kon praten: het dialect van Maastricht.

Tans was een katholieke socialist, die de toorn van het episcopaat over zijn afvalligheid aan den lijve had ondervonden en zijn politieke principes had moeten bekopen met langdurige uitsluiting. Als socialist leefde Sjeng Tans jarenlang het bestaan van de socialisten in de boeken van Louis Paul Boon: verketterd door de kerk, uitgekotst door het dorp en af en toe tot moes geslagen door een paar gemene neefjes, die voor een kwartje van de pastoor wel bereid waren een socialist een bloedneus te bezorgen. Hij was daar niet alleen een man van geworden, maar ook een socialist.

Misschien ligt de oorzaak van de geloofscrisis in de tegenwoordige Partij van de Arbeid wel daarin dat de generatie-Rottenberg zo'n vormende jeugd heeft gemist c.q. dat de tegenwoordige voorzitters van de naar haar identiteit zoekende socialistische partij nog nooit een blauw oog voor hun politieke overtuiging hebben opgelopen. In een volwassen politieke samenleving zouden alleen intellectuele middelen toereikend moeten zijn, maar wie zijn politieke beginselen niet door strijd staalt (zei Marx) zal nooit de vereiste hardheid bereiken. Met de veelgepeste Tans (die het ook als leraar bij het middelbaar onderwijs wegens zijn socialisme soms zwaar te verduren kreeg) zou het allemaal toch nog goed komen. Hij zou zijn loopbaan zelfs eindigen als een gevierde zoon van Limburg die de provincie na veel vijven en zessen (en in de oud-Hollandse particularistische traditie) de nieuwe medische faculteit had bezorgd.

Hoewel Tans al ver in de vijftig was toen hij tot voorzitter van de PvdA werd verkozen, belichaamde hij door zijn vitale opvattingen over de werking van de democratie de geest van politieke vernieuwing waar op dat moment de partij van Hans van Mierlo het monopolie op had. Tans formuleerde zijn opvattingen over de naar zijn mening noodzakelijke politieke vernieuwing niet op het vertrouwde naargeestige, naar muffe partijbureaus ruikende stencilpapier, maar in een speels ontworpen brochure van Geert Lubberhuizens Bezige Bij, die aan de vooravond van het PvdA-congres van 1967 voor een gulden in de boekhandel en ook op straat aan de man werd gebracht. Die presentatie drukte niet alleen het geloof van de uitgeverij in de "terugkeer van de politiek' uit, maar ook de rehabilitatie van het politieke debat in intellectuele kringen. De brochure verscheen als Kwadraatpocket in dezelfde reeks waarin Gruyters de opmars van D'66 had verklaard en Mulisch zijn Bericht aan de rattenkoning had gepubliceerd (Hoe groot de oplage was, is mij niet bekend, maar er waren in elk geval zo veel brochures van de hand gegaan dat de uitgever enkele dagen na het congres monter verklaarde geheel uit de kosten te zijn).

Het politieke bestel (niet alleen de PvdA) werd op het einde van de jaren zestig door een langdurige malaise bezocht, die gepaard ging met de bekende, bij die toestand behorende ziekteverschijnselen als electorale apathie en lage publieke waardering voor het politieke bedrijf. Het verschil met de tegenwoordige toestand was dat de belangstelling van het publiek voor de politiek vele malen groter was en dat er uit het volk een enorme menigte politieke debutanten op de politieke bijeenkomsten kwam opzetten om de gewenste democratisering een handje te helpen. Tans bleef maar kort partijvoorzitter, zodat hem niet de ontaarding van de democratisering die de PvdA als regeringspartij in 1977 de kop zou kosten valt aan te rekenen. Maar hij was het net lang genoeg om af te rekenen met het bestuurlijke autoritarisme dat zijn partij in het midden van de jaren zestig bij de nieuwe generatie zo impopulair maakte.

In zijn brochure van '67 (gepubliceerd onder de titel Tans of nooit) brak hij de staf over het bestuurlijke centralisme dat de PvdA beheerste en zette hij de deur open voor meer zeggenschap van onderop. “Een partij waarbij de voorzitter de lakens uitdeelt of het bestuur wel eens zal zeggen hoe het moet, is een type van een partij dat niet in deze tijd past”. Bedoeld was: oud-minister J.G. Suurhoff, een voorganger die vaak in zijn eentje de lakens had uitgedeeld, één van de redenen waarom het oprukkende Nieuw Links hem niet meer zag zitten.

Tans was een socialist wiens toewijding aan de democratisering van de politiek een klassieke theoretische basis had. Hij was een Bongeriaan in hart en nieren die met overtuiging het beginsel beleed dat de democratie "georganiseerd vertrouwen' was (en niet meeging met de Nieuw Links-variant dat democratie vooral "georganiseerd wantrouwen' was). Hij was geenszins een heuler met de New Left zoals een van zijn meest uitgesproken collega's in de PvdA-kamerfractie, de havik Frans Goedhart, hem beschuldigend typeerde. Tans liet zich door diens rabiate afkeer van de radikalinski's, zoals Goedhart de linkervleugel in zijn partij in zijn politieke beschouwingen in Het Parool betitelde, niet van de wijs brengen. Hij hield vast aan zijn koers van openheid en pluriformiteit. Dat de partij tien jaar later bijna aan die koerswijziging zou overlijden, was niet zijn schuld.