"Degenen die Nienhuis hebben aangesteld zijn de grootste schuldigen'; "Geef me vier maanden, dan laat ik zien wat ik kan, heb ik ze gevraagd'; "We moesten smeken om lunchpakketten voor uitduels bij Feyenoord'

Toen Feyenoord hem op 33-jarige leeftijd in dienst nam gold PIM VERBEEK als de kroonprins onder de voetbaltrainers. Die eervolle titel is hij al lang weer kwijt. Nog geen vier jaar later heeft hij al twee ontslagen achter de rug, in De Kuip en, verleden week, bij FC Groningen.

“Ik heb”, zegt Pim Verbeek, “moeite met een saai, eentonig leven.” Dus is hij ondanks de decepties bij Feyenoord en Groningen vastbesloten trainer te blijven. “Het mooiste vak dat er is.” Nog steeds.

Vorige week lag hij, net ontslagen in het Oosterpark, twee nachten wakker. Dat was hem nooit eerder overkomen. Inmiddels slaapt hij weer goed. “Toch ben ik er nog altijd doodziek van”, bekent hij. “Ik vind het onbegrijpelijk dat ik ben weggestuurd. Geef me nog vier maanden, dan laat ik zien wat ik kan, heb ik de raad van commissarissen gevraagd. Het had de club een hoop ellende en geld gescheeld. Ik pas gewoon bij FC Groningen.”

Hij keert vanavond, acht dagen na zijn ontslag, pas terug uit het noorden naar huis in Nieuwerkerk aan den IJssel. Dat is, stelt hij, een bewijs dat hij het daar naar zijn zin heeft gehad. Hij had een vakantiebungalow in de bossen bij Norg, alleen te bereiken via hele hobbelige landwegen. Hij sliep er in zijn tijd bij Groningen gemiddeld vijf nachten per week. In de weekeinden kwamen vrouw en dochters over. Ze waren er ook de gehele afgelopen week. Temidden van het gezin kwam Pim Verbeek tot rust. In de tuin staat een gezamenlijk produkt, een sneeuwpop. Volgende week moet hij de sleutel inleveren. Hij huurde de woning per vier weken, maar dat had volgens hem niets met het altijd onzekere bestaan van een trainer te maken.

Bij De Graafschap en Wageningen was Pim Verbeek de gevierde man, beide zijn eerste-divisieclubs. Een trede hoger in de eredivisie ging het twee keer mis. Toeval, noemt de trainer het zelf. Hij ziet ook geen enkele overeenkomst tussen de gebeurtenissen bij Feyenoord en FC Groningen. Bij de laatste club was er natuurlijk Henk Nienhuis, de directeur die ook is vertrokken. De twee maken elkaar nu over en weer grote verwijten. Volgens Nienhuis kan Verbeek er niets van en de ex-trainer vindt dat de ex-directeur het werk waarvoor hij was aangenomen niet deed, maar zich alleen met het elftal en de taktiek bemoeide. Nienhuis noemt het “grove leugens” dat hij Verbeek zou hebben gedwongen zijn raad op te volgen.

Een verbaasde Verbeek: “Na de wedstrijd tegen Ajax heeft Nienhuis me duidelijk gemaakt dat de tijd van adviseren voorbij was. Ik heb hem toen de keuze gegeven, óf je legt nu voor negentien maanden geld neer, óf je houdt je mond dicht. Daarna heb ik hem inderdaad maanden niet gehoord.” Nienhuis: “De raad van commissarissen had besloten om Verbeek al voor de winterstop weg te sturen als het niet beter zou gaan. Dat is toen niet doorgegaan, omdat er een stijgende lijn in de prestaties kwam.”

Na het bekerverlies tegen Den Bosch, tweeëneenhalve week geleden, spuide Nienhuis openlijk zijn kritiek op ploeg en trainer. De uitschakeling was ook desastreus. Ze maakte het seizoen voor Groningen definitief tot een mislukking. Verbeek had op zich geen moeite met de kritiek van de directeur, maar vindt dat hij die wel binnenskamers had moeten houden. Hij denkt dat de combinatie van het resultaat in Den Bosch en de openbare beschuldigingen van Nienhuis hem uiteindelijk fataal zijn geworden. Hij voelt zich dan ook beschadigd door de directeur. “Weet je wie de grootste schuldigen zijn? De mensen die Nienhuis op die positie hebben neergezet. Dat was niets voor hem. Hij is een voetbalfanaat. Bij Veendam deed hij alles, zelfs de lijnen kalken.”

Verbeek vindt het te ver gaan om te stellen dat hij zonder Nienhuis in zijn buurt meer punten had behaald met Groningen. “Hij kon ze er moeilijk zelf inschoppen. Indirect had hij natuurlijk wel invloed op mijn functioneren. Hij creëerde een moeilijke werksfeer.”

Volgens Nienhuis had Verbeek het altijd maar over “kopen, kopen, kopen”. Dat klopt, zegt Verbeek. Hij zat het hele seizoen met een lange blessurelijst en vond dat de eerder gemaakte afspraken over het aankoopbeleid niet werden nagekomen. “In juli bleek ineens dat de twee komende jaren als overbrugging werden gezien. Daarna zou de Galerij, de businessclub, geld gaan opbrengen. Dan voel je je toch belazerd. Dat hadden ze me zo niet verteld. Ik wilde dat we het aan het publiek zouden uitleggen. Het was wel mijn kop. Op deze manier was de doelstelling gewoon te hoog. Maar Nienhuis vond dat we niets moesten zeggen. Dat kon commercieel niet.”

Verbeek was in het Oosterpark ook nog eens de opvolger van de razend populaire Hans Westerhof. In het laatste seizoen onder de huidige PSV-trainer had de dalende lijn - met onder andere de Europese uitschakeling tegen de Duitse tweedeklasser Erfurt - zich al ingezet. “Ik had ook niet het idee dat het een makkelijke klus zou worden. Maar dat was voor mij geen reden het niet te doen. Zo zit ik niet in elkaar”, aldus Verbeek.

Ook bij Feyenoord wachtte hem, in 1989, geen eenvoudige taak. Zijn aanstelling in Rotterdam-Zuid was voor Verbeek zelf net zo'n grote verrassing als voor iedereen. “Het was binnen een dag geregeld. Hans Kraay (toen de technisch directeur, red.) belde me vrijdagavond, zaterdagmorgen zat ik naast hem en 's middags was het rond. Ik wist niets van de ploeg, helemaal niets.” Feyenoord wilde de ploeg een meer Rotterdams gezicht geven en Verbeek, zelf op 24-jarige leeftijd afgekeurd voor betaald voetbal wegens een onwillige knie, is geboren en getogen in die stad. “Ik ben van oorsprong een Spartaan. Dat is mijn hele familie. Maar ik heb ook altijd wel sympathie voor Feyenoord gehad. Ik was van een andere generatie, hè. Mijn opa kwam nooit bij De Kuip of het stadion zou moeten afbranden!”

Hij was, achteraf gesteld, waarschijnlijk te jong en onervaren toen hij bij Feyenoord trainer werd. Toch twijfelde Verbeek destijds geen moment of hij op de aanbieding zou ingaan. “Feyenoord, daar stap je blind in. Dat is dé club, een naam, De Kuip.” Hij zegt dat hij het ondanks de minder prettige afloop niet had willen missen. Hij noemt de periode in Rotterdam-Zuid “een verrijking van zijn leven”. “Na Feyenoord kan niets mij meer verrassen. Ik heb er echt alles meegemaakt.”

Hij werd snel ingewijd in de keiharde voetbalwereld. Zo kampte Feyenoord met grote financiële problemen. “Voor uitwedstrijden moesten we bidden en smeken om lunchpakketten mee te krijgen”, aldus Verbeek. Veel spelers waren ontevreden en riepen om het hardst dat ze wegwilden en dat beïnvloedde de resultaten. Die vielen zwaar tegen en de verwachtingen waren na de derde plaats van het voorgaande seizoen juist hooggespannen. Al na de derde wedstrijd van de competitie, thuis tegen Fortuna, bestormden woedende supporters het veld. Verbeek en spelers vluchtten de catacomben in. De trainer overwoog na afloop zijn functie neer te leggen. Die reactie bezorgde hem later bergen kritiek. “Maar niemand wist wat wij hadden gevoeld. Het viel wel mee, zei men. Nou, ik was ontzettend geschrokken. Ik was er niet op voorbereid. Ik keek vanuit de dug-out naar de wedstrijd en ineens hoorde ik een hoop kabaal. Toen moesten we sprinten, die steile trap af naar de kleedkamer. Dan gaan er gedachten door je hoofd spelen. Vandaag dit, morgen lopen ze over je auto en overmorgen staan ze bij je binnen. Ik woon vlakbij De Kuip.” Hij dook zelfs een paar dagen onder met zijn gezin. “Nog voor de persconferentie na die wedstrijd tegen Fortuna heb ik naar huis gebeld.”

Verbeek was zo groen als wat. Hij slaagde er ook niet in Feyenoord uit de misère te halen. Daarom werd in december besloten een technisch directeur aan te stellen. De ploeg stond in de degradatiezône. Lang had Verbeek stoer geroepen dat hij niemand boven zich zou dulden. “Wat moet je dan?” Maar uiteindelijk zag hij de noodzaak van de komst van “een sterke man” ook wel in. “Ik was geen zwaargewicht. Ik was Pim Verbeek. Ik had geen Europa Cup gewonnen.”

De keuze viel op de Zweed Bengtsson. Verbeek ontmoette hem voor het eerst op zaterdagmiddag en reed samen met hem en technisch adviseur Ger Lagendijk naar een wedstrijd van KV Mechelen. Het klikte, zoals hij het zegt. Hij besloot bij Feyenoord te blijven, voelde zich vereerd dat de club hem een contractverlenging van twee jaar aanbood en zag veel in de ambitieuze plannen een hele nieuwe ploeg op te bouwen. “Oké, ik leed gezichtsverlies, maar dat kon me niets meer schelen. Ik was echt immuun geworden voor het oordeel en mening van anderen.”

Met Bengtsson aan het roer klom Feyenoord die competitie nog op naar de elfde plaats. Het daaropvolgende seizoen was het echter weer hangen en wurgen. Na de klinkende 6-0 nederlaag in maart '91 bij PSV viel het doek voor het duo Bengtsson/Verbeek. Op dat moment stond Feyenoord nog maar drie punten van de zeventiende plaats in de eredivisie verwijderd. “De groep moest worden gesaneerd”, blikt Verbeek terug. “Een aantal ouderen was verkocht, maar ook een aantal was gebleven. Die spelers begrepen dat ze aan hun laatste seizoen bij Feyenoord bezig waren. Dus waren ze natuurlijk heel lastig. Dat gaf intern problemen. De sfeer was niet goed.” Hij merkte dat de onvrede over Bengtsson toenam. Er kwamen ook spelers bij hem klagen. “Ik zat er tussenin. Maar ik had voor Bengtsson gekozen, onvoorwaardelijk. Ik stond ook nog steeds achter zijn visie. Ik heb de spelers verteld dat ze niet bij mij moesten komen. Ik ben geen verrader. Dus binnen tien seconden zou alles bij Bengtsson op tafel liggen.”

Verbeek is nog steeds een fervent aanhanger van het tactisch concept dat Bengtsson (“Hij is een vriend”) liet spelen. Dat voerde hij later ook in bij Wageningen en FC Groningen. Het is één van de verwijten die Nienhuis hem maakt. Hij zou volgens de ex-directeur de juiste type spelers er niet voor hebben gehad bij Groningen. Dat bestrijdt Verbeek. Hij vindt dat de ploeg in de tijd dat iedereen fit was heeft bewezen wel raad met het systeem te weten. “Nienhuis wilde dat ik met een vrije verdediger ging spelen. Zo iemand hadden we niet in huis. En welke ploeg speelt er nou nog met een vrije verdediger?”

Nienhuis: “Hij stond vanaf het begin argwanend tegenover mij. Hij deed niets met mijn raad. Hij wilde Henk Nienhuis alleen als vriendje houden.” Verbeek geeft toe dat hij Nienhuis voornamelijk maar liet praten. “Is dat zo vreemd? Hij ging achter mijn rug om met spelers praten. Dat is laag.” De trainer bestrijdt dat hij ook naar anderen niet luistert. “Dat is pure onzin. Ik heb het voetbal niet uitgevonden. Maar je moet wel met argumenten komen om mij te kunnen overtuigen. Dat kon Nienhuis niet.” Hij geeft toe eigenwijs te zijn. “Dat mag toch best? Ik vind dat geen slechte eigenschap.” Ook de bewering dat hij van mening is zelf nooit fouten te hebben gemaakt is volgens Verbeek onjuist. “Iedereen maakt fouten. Ik dus ook.”

Hij vindt het na Groningen niet nodig zijn werkwijze drastisch aan te passen. Verbeek twijfelt niet aan zichzelf. “Het is onzin om te stellen dat ik het systeem niet aan mijn speler aanpas. Natuurlijk heb ik dat bij Groningen ook gedaan. We hebben het concept daar lang niet zo stringent gespeeld als destijds bij Feyenoord.” Hij wijst er op dat de spelers tevreden over hem waren. Dat vindt hij van cruciaal belang. Donderdagavond namen ze in het stadion afscheid van Verbeek. Ze waren er allemaal, constateerde de trainer. Hij kreeg een horloge.

Verbeek zegt te beseffen dat zijn ontslagen bij Feyenoord en FC Groningen belemmerend kunnen werken voor de toekomst. Hij kan door de financiële afhandelingen met beide clubs in ieder geval een tijd vooruit. Maar die suggestie wuift hij, bijna beledigd, weg. Hij wil trainen. “Ik ben een liefhebber.” Hij heeft er nog niet over nagedacht wat hij gaat doen als er zich geen nieuwe voetbalbaan aandient. Terug in het onderwijs als gymnastiekleraar wil hij in ieder geval niet. “Na de periode-Feyenoord ben ik aan een cursus Frans begonnen. Ik denk dat ik die maar weer ga oppakken. Ik spreek al aardig Engels en Duits.” Misschien, vraagt hij zich af, moet hij eens in de Verenigde Staten gaan kijken. Maar eigenlijk rekent hij hier op een nieuwe club, want hij verwacht dat de bestuurders in het betaald voetbal wel weten wat ze aan hem hebben.

Quasi laconiek: “Ik ben pas 36 jaar en nog steeds de één na jongste proftrainer in Nederland. Eigenlijk begint alles pas. Ik zag deze week Raymond Goethals op televisie. Die is 72.” “Maar”, voegt hij er lachend aan toe, “ik word zeker geen directeur met een trainer onder me.”