De Verenigde Naties zijn onmachtig om de oude orde tussen Serviërs en Kroaten te herstellen; In sector-Oost lijkt iedereen vastbesloten om de vrede te saboteren

ERDUT, 6 MAART. “Als je hier een tijdje bent, merk je dat niemand geïnteresseerd is in een oplossing of de uitvoering van het VN-mandaat, behalve wijzelf dan”, verzucht Bladina Francis Negga gelaten. Als "coördinator civiele aangelegenheden' van de Verenigde Naties in de zogeheten sector-Oost is ze verantwoordelijk voor de terugkeer van menselijke omstandigheden in dit deel van Kroatië, dat in 1991 door Servische eenheden werd bezet en voor een groot deel van zijn oorspronkelijke bevolking werd ontdaan.

Beëindiging van de Servisch-Kroatische oorlog met behulp van Russische en Belgische VN-militairen, ontwapening van Servische en andere troepen of milities in het gebied, terugkeer van de oorspronkelijke bevolking, in afwachting van een door onderhandelingen te bepalen nieuwe status voor deze gebieden, met rechten voor de Servische minderheid in Kroatisch staatsverband - dat waren de voornaamste stappen uit het eind 1991 door Servië en Kroatië aanvaarde plan-Vance.

Het is er niet van gekomen, constateert Negga, die met enige weemoed terugdenkt aan haar vorige post in Namibië, “waar de mensen een oplossing wensten”. Van de stappen uit het plan-Vance is alleen de eerste - beëindiging van de oorlog - min of meer gerealiseerd in sector-Oost, beter bekend als de streken Oost-Slavonië (voor de Serviërs: West-Srem) en Baranja.

En zelfs die lokale vrede is fragiel: nadat in januari Kroatische eenheden bij de Dalmatische kust de aanval hadden ingezet op een ander stuk Kroatië in Servische handen (sector-Zuid) zijn ook alle mannen in sector-Oost gemobiliseerd. “De militairen vertellen mij dat er ook hier langs de bestandslijn voortdurend wordt geschoten”, vertelt Negga. “Maar dat is meer een gebruik hier, schieten. Er is wel oorlogsdreiging, maar ons lijkt de kans op een daadwerkelijk uitbreken van de oorlog hier minder dan direct na de Kroatische aanval.”

De zware wapens die het Russische en het Belgische bataljon in sector-Oost het afgelopen jaar hebben ingenomen, hebben de Serviërs eind januari weer uit de opslagplaatsen gehaald, om zich tegen de gevreesde Kroatische aanval te verdedigen. Van georganiseerde terugkeer van de oorspronkelijke bevolking in het gebied is geen enkele sprake, “logisch, want de milities zijn niet ontwapend, dus de mensen voelen zich niet veilig genoeg om terug te keren”, aldus Negga.

Het wachten is op 31 maart, als het eind vorige maand met zes weken verlengde mandaat van de VN in de sectoren, de zogeheten United Nations Protected Areas (UNPA's), afloopt. Op die datum moet tussen de Kroatische en Servische conflictpartij een nieuwe overeenkomst zijn bereikt over taak en functie van de VN in deze gebieden. Tot die datum maakt Negga dagelijks de tocht vanuit haar hotel in de stad Sombor, in de relatief vredige Servische provincie Vojvodina, over de Donau-brug die eens "de brug der vriendschap en broederschap' genoemd werd, naar Erdut in Kroatië.

Ze deelt deze standplaats, een stadje waarvan het centrum door schietpartijen in 1991 ernstig heeft geleden, met het trainingskamp van de "Tijgers”. Dit privé-legertje van de Belgradose onderwereldkoning Zelko Raznatovic, beter bekend onder de bijnaam Arkan, heeft zich op papier keurig aan het plan-Vance gehouden en het trainingscentrum overgedragen aan de civiele politie, waartoe elke conflictpartij volgens het plan recht heeft. Maar in sector-Oost zijn het niet zozeer de formaliteiten die van belang zijn; het is de rauwe werkelijkheid waarin, zegt Negga, “iedereen vastbesloten lijkt het plan-Vance te verslaan”.

Een voorbeeld: omdat de sector-Oost, ofschoon in Servische handen, in Kroatië ligt, zijn de internationale sancties en het handelsembargo er niet op van toepassing. De VN wilden het door de oorlog zwaar verwoeste gebied helpen, door de lokale economie mogelijkheden tot in- en export te geven. “We gaven verklaringen uit in ons bureau aan lokale ondernemingen, waarin stond dat de goederen bestemd waren voor, of afkomstig uit de sector-Oost, zodat de Hongaarse douane kon weten dat het niet om ontduiking van het embargo ging en de goederen niet doorgingen naar, of afkomstig waren uit Servië”, vertelt Negga.

Maar het ging al spoedig mis. “Op die papieren verschenen stempels van de "regering van de Servische Republiek Krajina' (RSK) - de staatkundige eenheid die de Serviërs in "hun' delen van Kroatië hebben uitgeroepen. “Daarna kwamen er zelfs vervalste in omloop, en tenslotte nam dit zulke vormen aan dat we dit alles moesten stopzetten”, aldus Negga. “De Verenigde Naties kunnen tenslotte bezwaarlijk zelf meehelpen aan het ontduiken van door de Veiligheidsraad besloten sancties.”

En zo deelt de sector-Oost, waarvan de meeste bedrijfscomplexen nog steeds als verwrongen hopen staal en beton in het besneeuwde landschap staan, thans het treurig isolement van de Servisch-Montenegrijnse economie - zonder voedselvoorraden, zonder brandstofvoorraden, zonder kunstmest om in het komende jaar een oogst mogelijk te maken. “Het schijnt dat er wel voorraden waren, maar die zijn naar elders verdwenen”, vertelt Negga.

Over de onderhandelingen in Genève, die dit alles zouden moeten oplossen, valt inmiddels weinig opwekkends te melden. De Kroatische en de Servische partij, die overigens nog niet met elkaar aan één tafel hebben gezeten, houden krachtig vast aan hun respectievelijke uitgangspunt: voor de Kroaten dat over de huidige UNPA's de “volledige Kroatische soevereiniteit moet worden hersteld” (bedoeld lijkt met name de militaire), voor de Serviërs dat de gebieden alle deel uitmaken van de "Servische Republiek Krajina', en dat aan een bestaan als Servische nationale minderheid binnen Kroatië zoals voorzien in het plan-Vance, niet te denken valt.

Het uitroepen van de "Servische Republiek Krajina' heeft de facto een eind gemaakt aan de oorspronkelijke gedachte in het VN-plan om door gesprekken op lokaal niveau in de verschillende sectoren een oplossing voor de status van de Servische bevolking te vinden. Haar afkeer van de nieuwe Kroatische staat is immers niet geheel onbegrijpelijk: de laatste Kroatische staat was een fascistische operetterepubliek, een vazalstaat van nazi-Duitsland, die in de oorlogsjaren slachtpartijen onder zijn Servische minderheid heeft gehouden die zelfs de Duitse beschermheren als schokkend ervoeren. De in 1991 uitgeroepen Kroatische staat heeft weinig of niets gedaan om deze angsten te bezweren, en - zij het met een minieme wijziging - het fascistische staatssymbool weer ingevoerd.

Maar alleen in de sector-West (West-Slavonië) van de VN heeft overleg met lokale Servische leiders iets opgeleverd, zijn pilot projects met terugkeer van vluchtelingen op gang gekomen, en hebben de Serviërs hun zware wapens niet uit de VN-depots teruggenomen. Overal elders heeft het centralistische beleid van de regering van de "Servische Republiek Krajina' het voor het zeggen. En tot overmaat van ramp tekent zich daarbinnen nog een machtsstrijd af, neigend tot burgeroorlog, waarover de Servische pers dezer dagen niet uitgeschreven raakt.

Het gaat tussen een groep rond de premier van de RSK, de voormalige magzijnbediende Goran Hadzic, en het duo Milan Babic en Milan Martic, die begin 1991 aan de wieg stonden van het Servische verzet tegen de inlijving bij de nieuwe Kroatische staat. De laatsten waren eind 1991 door de president van Servië, Slobodan Milosevic, politiek aan de kant gezet, omdat zij zich wilden verzetten tegen de komst van de VN-troepen. Sindsdien hebben zij in Knin, het voornaamste Servische centrum op Kroatisch grondgebied, hun macht hervonden - niet het minst omdat zij dankzij een zeker charisme onder de lokale bevolking grote populariteit genieten.

De partij rond premier Goran Hadzic heeft de steun gekregen van - alweer - Arkan, die na de Kroatische aanval ten zuiden van Knin in januari duizenden bewapende volgelingen als verdedigers de RSK heeft binnengebracht, en er prat op gaat het Kroatische offensief tot staan te hebben gebracht. Babic en Martic willen echter van Arkans mannen af, en zeggen dat ze het zelf wel kunnen klaren. Met de Servische verdediging gaat het overigens uitstekend: na hun triomfantelijke opmars in het begin en de verovering van een verwoeste brug zijn de Kroaten nauwelijks meer vooruit gekomen.

Arkan laat zich niet kisten. Deze gangsterkoning, ooit ontsnapt uit de Amsterdamse Bijlmerbajes, ontpopt zich na zijn recente verkiezing tot lid van het parlement in de republiek Servië nu ook in de "Servische Republiek Krajina' tot een politicus van betekenis. Zo heeft hij zichzelf tot minister van de RSK uitgeroepen, van binnenlandse zaken of defensie, dat is niet geheel duidelijk, maar zeker is dat de Babic/Martic-gezinde zittende ministers het niet met hem eens zijn. De sector-Oost is, volgens goed in de materie ingevoerde bronnen in Belgrado, voor Arkan en vergelijkbare Servische "ondernemers' van groot gewicht, als een bijzonder soort "vrijhandelszone' met mogelijkheden tot allerhande smokkel. Volgens sommigen is premier Hadzic in feite niet meer dan een marionet van Arkan.

Tegen dit decor beraadt mevrouw Negga zich in haar kantoortje in Erdut over tot nu toe theoretisch gebleven mogelijkheden om de verdreven bevolking van sector-Oost te doen terugkeren. Voorlopig willen er meer mensen uit dan in. “Er zijn veel gevallen van bedreiging, die onze staf hier probeert uit te zoeken. Veelal gaat het meer om een gevoel van bedreigd zijn, dan om feitelijke bedreiging, maar het resultaat is hetzelfde: de mensen willen weg, maar dat kan niet.”

De VN heeft er nu bij de Serviërs op aangedrongen nog in de sector levende Kroaten, Hongaren, Slowaken en andere niet-Serviërs die weigeren gehoor te geven aan de mobilisatieoproepen van nu "in overeenstemming met de internationale praktijk' te interneren of zonder het dragen van wapens vervangende dienstplicht te laten doen. Met succes: de dienstweigeraars worden nu voor dertig dagen opgesloten.

Aan een massaal vertrek van de bevolking kan de VN in sector-Oost in geen geval medewerking verlenen. Toen de VN onlangs een groep van 58 gevluchte mensen uit het dorp Babska, die niet naar huis terug durfden en bij een controlepost van de VN dreigden dood te vriezen, in arren moede maar naar Kroatisch territorium begeleidde, stond de Kroatische propaganda onmiddellijk klaar met het verwijt dat de Verenigde Naties actief steun verleenden aan verdere "etnische zuivering' van het gebied.

En zo blijft het opmerkelijk stil op de wegen van de ontvolkte sector-Oost, behalve aan het begin van de avond, als opmerkelijk veel vrachtwagens zich vanuit Servië over de wegen van de sector naar de grens met Hongarije begeven - op weg voor zaken waarvoor kennelijk geen verklaring uit het VN-kantoortje in Erdut noodzakelijk is.