Bloemrijke passages

Wat is het Nederlandse equivalent van Beverley Nichols? Is er in Nederland een voorbeeld van een schrijver die zo algemeen wordt geminacht? Godfried Bomans? Nel Benschop? Vraag iemand in Engeland naar Beverley Nichols en in negen van de tien gevallen zal de gevraagde met tekenen van afschuw te kennen geven dat die rommel bij hem niet over de vloer komt.

Maar toch weet iedereen wie het is. Down the Garden Path van Beverly Nichols is misschien wel het best verkopende tuinboek dat ooit werd geschreven; het verscheen in mei 1932 en werd alleen al in dat jaar negen keer herdrukt. Mijn (tweede-hands) exemplaar is een dertigste druk, van 1953, en het boek is nog steeds beschikbaar.

Nichols was, zoals hij zelf schreef, in de pijnlijke positie van iemand die veel te vertellen heeft, maar de juiste toon niet kon vinden: ""Ik wilde muziek ... er was ook muziek in me... maar het wilde niet uit mijn pen vloeien (...) Het is iets verschrikkelijks om vervuld te zijn van een emotie die men niet kan uiten.'' Zijn innerlijke leven zag hij als rijk en stormachtig: hij zwijmelde over het wonder van de bijen, de pracht van de Kerstroos, het miniatuurlandschap van de rotstuin en hij schreef er over in een uitbundig lyrisch proza, gelardeerd met wat de Fransen, die er ook vaak een zwak voor hebben, points de suspension noemen: ""En de bladeren glinsterden... ah! als diamanten... in de zon.''

Wat misschien ook verantwoordelijk is voor zijn slechte reputatie is zijn betreurenswaardige neiging om altijd net iets te ver te gaan in de vlucht van zijn verbeelding. Het mag sprookjesachtig zijn wanneer de ""oude, holle, gerafelde stam'' van een jasmijn ""nog steeds de vroege septemberdagen bezaait met bevende sterren van zilver, en over mijn muur zijn zoete nevel afschiet, strooit en laat schuimen'', maar niet iedereen zal onderschrijven dat ""er staal is in de hartstochtelijk krullende takken. Staal, of een of andere magische elixir, die aan een zo duidelijk zieltogende bron deze sterrebloemen ontrukt. Het is het wonder van de geboorte in de dood.'' Het heeft iets van iemand die een oude auto ziet en zich sprakeloos van poëtische verwondering afvraagt welk magisch elixir toch in staat is dat stuk oud roest in beweging te krijgen.

Het merkwaardige is dat wat Nichols over tuinieren schrijft soms eigenlijk vrij goed is. Het is als the curate's egg: good in parts; wat hij nodig zou hebben gehad is een goede editor, een prozaïsche droogstoppel die de zoete nevels en magische elixirs zou hebben weggestreept. Maar die speciale soort lyrische joligheid moet in de jaren '20 en '30 populair zijn geweest; soms lijkt het wel of hij bewust probeerde te lijken op "Lucia', een personage gecreëerd (in 1922) door E.F. Benson - een "artistieke', "gevoelige', pretentieuze dame die met veel Schmaltz piano speelt, babytaal spreekt en geweldig kattig kan zijn. Ook heeft hij iets van de verschrikkelijke Madeleine Bassett waar Bertie Wooster altijd mee overhoop lag, die dacht dat de sterren "God's daisy chain' waren.

Down the Garden Path was Nichols' eerste boek over tuinen. Na een cottage op het platteland te hebben gekocht, was hij bij toverslag bekeerd tot tuinieren; zijn nieuwe enthousiasme en ijver, tezamen met de hoeveelheid zuiver praktische informatie die hij te bieden heeft, maken dat hij minder ruimte heeft voor lyrisch proza en grilligheid dan in zijn andere boeken. In een later boek als A Thatched Roof bijvoorbeeld, dat over het huisje zelf gaat, gooit hij weer alle remmen los: zijn twee kippen heten Faint en But Pursuing en je krijgt uitvoerig te horen hoe zijn hond, Whoops geheten, een nakomeling is van de poedel van Lady Cunard en de chow van de Chinese gezant.

Zijn beste, misschien zijn enige leesbare werk over tuinieren gaat in feite over mensen. Niet de mensen tegen wie hij opzag, daarover is hij hoogst gênant, maar de mensen die hij belachelijk maakt. Zo is er de niet zonder boosaardigheid beschreven "Mrs M', in wier tuin alles het altijd wonderbaarlijk goed doet, die al haar planten uit zaad kweekt en die als een spin in haar web zit te wachten tot er in Nichols' tuin iets misgaat (""Al de wilgen deden het uitstekend, tot groot verdriet van Mrs M''). Je voelt leedvermaak wanneer zij betrapt wordt bij het heimelijk uitgraven van de vuurpijlen die zij beweerde uit zaad te hebben geteeld en die niet alleen in potten blijken te zitten, maar waar zelfs de etiketten van de kwekerij nog aan hangen (""bezig nog wat vuurpijlen te zaaien, Mrs M?'').

Dan is er Undine Wilkins, de buurvrouw - ik vermoed een onbewust alter ego van de schrijver - die zich met nog meer hartstocht uitleeft in jolige grilligheden dan Nichols zelf en bovendien romantische belangstelling voor hem lijkt te hebben. Dat is een uitzichtloze zaak en de verhoudingen worden nog ingewikkelder doordat Miss Wilkins haar huis deelt met ""a very peculiar-looking woman who had a black moustache and wore a high stiff collar. I shall call her Miss Q. I understand that Miss Q. had a very winning way with girl guides.''

Nichols' beschrijvingen zijn vaak heel raak geobserveerd. Zo schrijft hij over een kwekerij (hij adviseert altijd eerst twee dry martini's te nemen alvorens er een te bezoeken): ""Ik dwaalde rond, langs lege lanen, door verlaten heesterperken. Ik heb sindsdien ontdekt dat dit altijd gebeurt wanneer je een kwekerij bezoekt. Er is nooit een sterveling.''

Nichols - hij schreef ook in damesbladen over katten en bloemenschikken - was een wat precieuze figuur uit de jaren '30 die tegen het aanbreken van de jaren '60 een mikpunt van spot was geworden. In 1972 publiceerde hij, als een kennelijke poging om sympathie te winnen, een zonderling autobiografisch document over zijn alcoholische vader (Father Figure). In dit boek, dat je kronkelend van plaatsvervangende schaamte leest, onthult hij dat hij drie maal geprobeerd heeft zijn vader te vermoorden - des te vreemder in het licht van de rol die zijn vader speelt als een opgewekte praktische oude heer in Down the Garden Path.

Toch kan ik het niet eens zijn met Peter Parker, die schreef (in Hortus 20, winter '91) dat ""de voornaamste bijdrage van Nichols aan het tuiniersproza is te dienen als Afschrikwekkend Voorbeeld''. De meer bloemrijke passages kun je tenslotte overslaan. Aan de andere kant wil ik op mijn beurt een Plechtige Waarschuwing geven: ik zou dit boek niemand aanraden die niet geïnteresseerd is in tuinieren: je riskeert daarna tot in lengte van dagen scheef te worden aangekeken.

Down the Garden Path verscheen vorig jaar in Nederlandse vertaling als Langs het tuinpad bij Uitgeverij Terra.