Blauwhelmen ontmoedigen niemand

De vredesactiviteiten van de Verenigde Naties in het voormalige Joegoslavië zijn geconcentreerd in de zogeheten United Nations Protection Force (UNPROFOR), een multinationale vredesmacht van in totaal circa 23.000 militairen, bijna 400 militaire waarnemers, ruim 600 man burgerpolitie en 1.000 man burgerpersoneel. Het hoofdkwartier is in de Kroatische hoofdstad Zagreb. Aanvankelijk was het gevestigd in de Bosnische hoofdstad Sarajevo, omdat het gemakkelijk leek de vier sectoren in Kroatië te bereiken, waar UNPROFOR geacht werd te zorgen voor een wapenstilstand, demilitarisatie, terugkeer van vluchtelingen en herstel van het civiel bestuur binnen Kroatisch staatsverband.

De hoop dat de aanwezigheid van UNPROFOR in Sarajevo ontmoedigend zou werken op de conflictpartijen in Bosnië-Herzegovina bleek in april 1992 ijdel. Daarom werd het hoofdkwartier verplaatst; eerst naar Belgrado, later naar het beter vanuit de buitenwereld bereikbare Zagreb. De VN-macht werd toen bovendien uitgebreid met de zogeheten UNPROFOR-2, die als taak niet heeft het stichten van vrede, maar het begeleiden van konvooien met humanitaire hulpgoederen. Een derde arbeidsterrein is nog in wording: bijna 900 Scandinavische militairen zijn bezig zich te installeren in de ex-Joegoslavische republiek Macedonië, om een uitbreiding van de oorlogen in zuidelijke richting te voorkomen. De gehele operatie wordt thans geleid door de Zweedse generaal Lars Eric Wahlgren.

In Kroatië bestaat UNPROFOR uit ruim 10.000 militairen, onderverdeeld in bataljons uit Rusland, België, Nepal, Argentinië, Canada, Jordanië, Polen, Denemarken, Nigeria, Tsjechië/Slowakije, Frankrijk, Canada, Kenia en een compagnie uit Luxemburg. Daarbij komt nog toegevoegd personeel uit Nederland (een bataljon voor verbindingen), een Amerikaans militair hospitaal, en civiele politiemensen uit tientallen landen.

UNPROFOR werkt in Kroatië in vier zogeheten United Nations Protected Areas (UNPA's) die grosso modo overeenkomen met de door Servische vrijwilligers en het voormalige Joegoslavische Volksleger in 1991 veroverde delen van Kroatië. In de sectoren "Oost', "West' en "Zuid' is van de doelstellingen van UNPROFOR, als neergelegd in resoluties van de Veiligheidsraad van de VN en een Servisch-Kroatische akoord, weinig terecht gekomen. In sector-Zuid is het zelfs weer oorlog sinds de Kroaten er in januari van dit jaar een aanval inzetten, de "blauwhelmen' die zich in de zogenaamde "roze zones' langs de bestandslijnen bevonden uit de weg schietend. Enig resultaat is bereikt in de sector-Noord, die voor de helft bestaat uit door de Kroaten "ethnisch gezuiverd' gebied, en waar op kleine schaal vluchtelingen zijn teruggkeerd.

Of de werkzaamheden van UNPROFOR in Kroatië zullen worden voortgezet is nog onduidelijk. Het mandaat van de VN-macht liep vorige maand af, maar is zojuist verlengd tot 31 maart. Een en ander hangt onder meer af van de onderhandelingen in Genève tussen Kroatië en de in de Servische gebieden uitgeroepen "Servische republiek Krajina' (RSK).

In de propaganda van beide partijen is UNPROFOR keer op keer de gebeten hond, en wordt ervan beschuldigd de tegenpartij te assisteren. Eenzelfde gebrek aan populariteit geniet UNPROFOR onder de oorlogspartijen in Bosnië-Herzegovina. Net als aanvankelijk de leiders in Kroatië, heeft de - overwegend uit moslims bestaande - regering in Sarajevo de bevolking "internationalisatie' van het conflict, lees: buitenlandse gewapende interventie beloofd. Dat de taak van UNPROFOR beperkt blijft tot het begeleiden van humanitaire konvooien en dat de blauwhelmen alleen uit zelfverdediging het vuur openen, komt de meeste politieke leiders maar als surrogaat voor. Uitvoerige haatcampagnes in plaatselijke media doen troepen in het veld van alle partijen regelmatig het vuur openen.

UNPROFOR in Bosnië-Herzegovina bestaat uit negenduizend militairen, in bataljons uit Egypte, Frankrijk, de Oekraine, Spanje, Groot-Britannië en Canada. Onder het toegevoegd personeel bevindt zich een Nederlands-Belgische transportbataljon.

Hoewel in het nieuws de nadruk steeds valt op de moeilijkheden die de humanitaire hulp ondervindt, is het begeleiden van hulpkonvooien over het algemeen genomen een succes: tienduizenden tonnen vinden per maand hun weg en hebben een eerder gevreesde hongersnood in Sarajevo en elders in Bosnië tot nu toe afgewend.

UNPROFOR-2 heeft twee subcommando's: één in Bihac voor de transportwerkzaamheden en één in en rond Sarajevo, onder leiding van de Franse generaal Philippe Morrillon. Daar houdt men zich voor een groot deel bezig met een "bijtaak' van UNPROFOR-2: het streven de oorlogspartijen in Bosnië-Herzegovina tot onderhandelen, of in ieder geval tot enige vorm van onderlinge communicatie te brengen.

Ofschoon UNPROFOR in Kroatië noch Bosnië-Herzegovina over zware wapens beschikt, en ook niet tot taak heeft zich in gevecht te begeven of gewapenderhand zijn doeleinden na te streven, zijn er onder de UNPROFOR-soldaten al 31 doden gevallen, en ongeveer 400 gewonden.