Agro-industrie moet Thaise boeren aan baan helpen; In de jacht op een industriële status voor de natie is landbouw verwaarloosd

BANGKOK, 6 MAART. Het loopt al tegen de avond als Sanong Sukkham (55) nog tot zijn enkels in de droge grond van zijn tapioca-akker staat. Het oogsten van de zware, armdikke tapioca-wortels doet hij grotendeels met de hand, samen met zijn vrouw, kinderen en andere boerenfamilies uit het dorp.

Sukkhams dorpje "Baan Nongkam' telt circa tweehonderd inwoners en ligt in de provincie Khon Kaen, vierhonderdvijftig kilometer ten noordoosten van de Thaise hoofdstad Bangkok. Sukkham woont zoals miljoenen andere kleine boeren: in een houten hut op palen. Boven is het woongedeelte en onder het huis wroeten de varkens. Sinds electriciteit de laatste jaren ook tot de meest afgelegen dorpjes is doorgedrongen, is televisie zo'n beetje de enige luxe.

In de "Isan', zoals de streek in Thailand bekend staat, wonen achttien miljoen mensen en het gebied is al jaren synoniem met droogte, ontbossing, erosie, milieuvervuiling en armoede. Sukkham heeft iets meer dan zeven hectare land. Op de helft staat tapioca - iets anders wil daar niet groeien - en op de rest staat rijst. Bereidwillig rekent Sukkham voor dat de rijst hem per jaar netto zo'n 18.000 baht (1.350 gulden) oplevert, terwijl de tapioca daar 8.000 baht (600 gulden) aan toevoegt. Niet genoeg voor zijn gezin met vijf kinderen om van rond te komen. Daarvoor zegt hij per dag minimaal 100 baht (7,50 gulden) nodig te hebben.

Sukkham krijgt het nog moeilijker. De EG besloot mei vorig jaar in het kader van de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (CAP) de graansubsidies met 29 procent over een periode van drie jaar te verlagen, beginnend in juni 1993. De in de EG met tapioca concurrerende voedergranen dreigen daardoor flink in prijs te zakken en de Thaise tapioca uit de markt te prijzen. Dankzij een bilateraal verdrag tussen Thailand en de EG mogen de Thai jaarlijks zo'n 5,25 miljoen ton tapioca, via Rotterdam, naar de EG verschepen. Als de afnemers - de Europese veevoederindustrie - tapioca echter te duur gaan vinden, dreigt het Thaise produkt met een totale waarde van rond de 1,7 miljard gulden haar belangrijkste exportmarkt te verliezen. (Vorig jaar ging 80 procent van de tapioca-export naar de EG). Wie bedenkt dat vijf tot zes miljoen Thaise boeren in hun dagelijks bestaan afhankelijk zijn van tapioca begrijpt dat het onderwerp gevoelig ligt.

Het zijn niet alleen de Thaise boeren die de nadelen van het gewijzigde EG-beleid ondervinden. Trongmateerath is eigenaar van een fabriek voor tapioca "pellets' (tapioca-wortels geperst in tegelvorm). Hij verwacht over twee tot drie jaar zijn bedrijf te moeten sluiten. Met een capaciteit van 70.000 ton pellets per jaar behoorde hij in de omgeving tot de grootste. Veel van de circa 500 pellet-fabrieken in Thailand zullen volgens Trongmateerath eenzelfde lot ondergaan.

Handelaren en exporteurs in Bangkok voelen het ook in de portemonnaie. “We investeren nu grootscheeps in een tweetal zetmeelfabrieken”, zegt een handelaar. Hij blijf optimistisch. Het zetmeel van de tapiocawortel moet in de toekomst in toenemende mate naar de sterk expanderende Thaise voedingsmiddelenindustrie gaan.

Op het platteland komt de klap veel harder aan. Vooral in de Isan-streek, waar 60 procent van de tapioca vandaan komt en veel kleine boeren een inkomen hebben dat nauwelijks een bestaansminimum biedt. Op de vraag waarom er zo weinig voor de Thaise boeren wordt gedaan, reageert dr. Mingsarn Kaosa-ard bij het in Bangkok gevestigde Thailand Development Research Institute (TDRI) enigszins vertwijfeld. “Wat wilt u dat ik doe?”, roept zij uit. De econoom heeft net een studie over de toekomst van tapioca in Thailand afgerond. “Wij maken onze rapporten en waarschuwen de regering voor alles en nog wat maar dat helpt hier in Thailand niet. De regering heeft nog nooit wat voor de boeren gedaan.” Volgens haar is de politieke elite in Bangkok niet genteresseerd in wat er met de landbouw in Thailand gebeurt.

In de Thaise jacht op de status van Nieuw Geïndustrialiseerd Land (NIC) is de agrarische sector steeds verder achterop geraakt bij de industrie. Zoals in de meeste landen in Zuid-Oost Azië is ook in Thailand export en industrialisatie al jarenlang de kern van het economisch beleid en dat is aan de cijfers af te lezen. Droeg de agrarische sector in 1965 nog 35 procent bij aan het Thaise bruto nationaal inkomen (bnp), in 1990 was dat nog maar 12 procent. Daarentegen steeg de bijdrage van de industrie over die periode van 14 naar 26 procent. Het zorgde voor een schrijnende inkomensongelijkheid.

“Als het beleid niet verandert heeft Thailand over enige tijd helemaal geen agrarische sector meer en zouden de Thai zelfs voor een produkt als rijst importeur in plaats van exporteur kunnen worden”, meent dr. Ampon Kittiampon van het Thaise ministerie van landbouw. Een eventuele mislukking van de internationale handelsbesprekingen in het kader van de GATT versterkt dat spookbeeld. Boeren in de Isan, zoals Sukkham, verdienen nu al meer dan de helft van hun inkomen uit andere activiteiten dan de landbouw. Sukkham zegt geregeld thuiswerk te verrichten voor een van de drie grote visnetfabrieken in Khon Kaen.

Voor de toekomst van zowel de Thaise tapioca als voor de Thaise landbouw in het algemeen fungeert de agro-industrie als een soort "deus-ex-machina'. De in Bangkok invloedrijke Sukit Wanlee, president van de vereniging van tapiocahandelaren (TTTA), lijkt in zijn comfortabele Bangkokse kantoor persoonlijk niet erg te lijden onder de tapioca-perikelen. Er is volgens hem nog hoop voor Thailands tapioca. “Als we af kunnen van onze overproduktie en de efficiency kunnen vergroten dan kunnen we een prijsdaling van 29 procent nog net overleven”, aldus Wanlee.

Als belangrijkste alternatief om de bedreigde tapioca-export naar de EG enigszins op te vangen, noemen Kittiampon van het ministerie van landbouw en TDRI econoom Mingsarn Kaosa-ard eensgezind de agro-industrie. Het zetmeel uit de tapiocawortels kan, eenmaal omgezet in suiker, gebruikt worden bij de bereiding van veel voedingsmiddelen, variërend van consumptie-ijs tot en met frisdranken. Ook de zetmeel-export naar onder meer Japan en Korea zou kansen bieden. Het aantal zetmeelfabrieken neemt snel toe. Zo zou ook het Nederlandse AVEBE - dat hier samen met Poon Phol Co., een privé-onderneming van TTTA-topman Sukit Wanlee, al een zetmeelfabriek heeft - nadenken over uitbreidingsplannen.

Sinds de jaren tachtig is de agro-industrie een nieuwe variant binnen de Thaise landbouw. Veel eerder vond diversificatie plaats vanuit rijst naar de zogenoemde "cashcrops' zoals mais, sojabonen, suikerriet en tapioca. Het meeste geld valt nu te verdienen in de tuinbouw, de varkens- en pluimveefokkerij en aquacultuur (onder meer garnalen). De industriële verwerking (zoals ingeblikte groente en fruit en diepgevroren produkten) zorgt voor miljarden aan exportinkomsten. De omzet binnen de agro-sector steeg sinds 1987 van circa 9,5 miljard gulden naar 15 miljard gulden in 1991 en beslaat daarmee 40 procent van de totale Thaise export.

Bij het ministerie van landbouw promoot men min of meer een privatisering van de landbouw. De grote agro-concerns hebben het geld en de technologie om de noodzakelijke investeringen te doen. Kittiampon: “De agro-industrie is hèt vehicle om de mensen op het platteland een baan te geven met een hoger inkomen”. Tegenstanders, zoals in de provincie aan de universiteit van Khon Kaen, zeggen dat het er in praktijk op neer komt dat de industrie weer carte blanche krijgt ten koste van de landbouw. Ook bij TDRI in Bangkok geven sommigen hen gelijk. Een gulle overheid gaf Thaise agro-bedrijven als Charoen Pokphand Co. alle ruimte uit te groeien tot een wereldconcern. “De agro-industrie biedt echter geen oplossing voor zaken die typisch door een overheid moeten worden geregeld maar die daarin tot nu toe heeft gefaald”, aldus Harvard econoom Scott R. Christensen bij TDRI. Hij noemt als voorbeeld de onvoldoende research in biotechnologie, het veelal ontbreken van goedkope kredietmogelijkheden voor boeren en een wetgeving die de eigendomsrechten van boeren op landbouwgrond verbetert.

De in september democratisch gekozen Thaise regering zegt meer aandacht te willen besteden aan de ontwikkeling van het platteland. Waarnemers denken dat het dankzij de gebrekkige organisatie van de Thaise boeren veelal bij deze mooie beloftes zal blijven. “Waarom zorgde de regering hier nooit voor een betere irrigatie?”, roept Sukkham in zijn dorp in de Isan. De droogte teistert zijn land elk jaar heviger en zelfs voor het naar school sturen van zijn kinderen heeft hij geen geld.