Ziekenfondsen naar rechter om extra kosten huisartsen

ROTTERDAM, 5 MAART. De kosten van de huisartsenhulp zullen jaarlijks met naar schatting 2,5 miljoen gulden stijgen als de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) vasthoudt aan een tariefsverhoging van ongeveer twintig procent voor zogenoemde "verre verzekerden'. Dat hebben zes ziekenfondsen berekend. Het gaat om Univé, RZMN/A&O, OHRA, Oost Nederland, Haaglanden en de AGA-Groep, die met elkaar ruim 2,5 miljoen verzekerden tellen. Zij overwegen naar de rechter te stappen als de LHV patiënten blijft adviseren zich regionaal te verzekeren.

Met "verre verzekerden' worden fondspatiënten bedoeld die zijn aangesloten bij een ziekenfonds buiten de regio waar zij wonen. Sinds begin 1992, bij de gedeeltelijke invoering van het Plan-Simons, zijn de ziekenfondsen niet langer gebonden aan hun regio en mogen ze landelijk werken. Bij verhuizing kunnen fondspatiënten daardoor verzekerd blijven bij hun vertrouwde fonds.

Gevolg van deze maatregel is dat landelijk werkende ziekenfondsen contracten moeten afsluiten met artsen in het hele land. Half vorig jaar boden de ziekenfondsen de ongeveer 6.500 huisartsen in Nederland een contract aan, dat inhoudelijk gelijk was aan de al langer bestaande contracten. In oktober riep de LHV echter haar leden op om de ziekenfondsen een ander contract voor te leggen. Daarin staat dat de fondsen vijf gulden per kwartaal per verzekerde extra moeten betalen, hetgeen neerkomt op een verhoging van twintig procent van het abonnementstarief. Als het om een apotheekhoudend huisarts gaat -daar zijn er op het platteland ruim zevenhonderd van- zou er 7,50 gulden per kwartaal extra moeten worden betaald.

Een woordvoerder van de LHV zegt dat die bedragen reëel zijn, omdat de huisarts voor hogere administratieve kosten komt te zitten. “Wij zijn nu bezig die bedragen te onderbouwen. En we hebben daar deskundigheid van buiten bijgehaald,” aldus de woordvoerder. Twee kleine fondsen hebben al ingestemd met die kostenverhoging, maar het gaat dan vooral om fondsen die niet van plan zijn landelijke te gaan opereren. De Zilveren Kruisgroep heeft het bedrag al wel gereserveerd voor de huisartsen, maar wacht met uitkeren tot de LHV heeft bewezen dat de tariefsverhoging degelijk is onderbouwd. De zes genoemde ziekenfondsen zijn al ruim een half jaar in onderhandeling met de LHV, omdat zij niet geloven dat de extra administratie zo duur moet zijn. Deze fondsen overwegen ook naar de rechter te stappen, omdat de huisartsen gedurende het conflict wel proberen "hun klanten' over te halen naar een ander fonds te gaan. De fondsen vinden dat ze daardoor commercieel worden gedupeerd en hebben het idee dat de LHV bij de voortzetting van de onderhandelingen probeert tijd te winnen.

Tegelijkertijd met de introductie van het nieuwe contract heeft de LHV er bij haar leden op aangedrongen folders in de wachtkamer te leggen waarin er bij die "verre verzekerden' op wordt aangedrongen zich te melden bij het regionale fonds, waarmee de arts al een contract heeft. Als de verzekerde dat weigert, dan moet hij contant betalen en wel het tarief dat voor particulieren geldt.

Het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg, dat de maximum tarieven in de gezondheidszorg vaststelt, heeft de LHV er op gewezen dat die folders op twee punten in strijd zijn met de wet. In de eerste plaats mogen de huisartsen niet op eigen initiatief hun tarief met twintig of dertig gulden per jaar per verzekerde verhogen. En bovendien mogen ze fondsverzekerden onder geen beding het tarief van een particulier laten betalen.

De zes fondsen vinden dat de LHV door deze opstelling te kennen geeft niet mee te willen werken aan het bieden van een vrije keus van verzekering, zoals beoogd in het Plan Simons. Sterker: de fondsen menen op op deze manier de huisarts uit kan gaan maken wie zich waar moet verzekeren. De huisartsen isoleren zich op deze manier ook van andere beroepsgroepen, stellen de fondsen. Apothekers, tandartsen en de 150 gezondheidscentra in Nederland bijvoorbeeld hebben geen tariefseisen gesteld bij het sluiten van nieuwe contracten met landelijk werkende fondsen.