Winstgroei Rabo over '92 gestagneerd

ROTTERDAM, 5 MAART. De nettowinst van de Rabobank is vorig jaar uitgekomen op 1020 miljoen gulden. Dat is 0,8 procent meer dan de winst over 1991.

H. Wijffels, voorzitter van de hoofddirectie van de Rabo, sprak vanmorgen in een toelichting op de jaarcijfers van de bank van een “naar omstandigheden tevredenstellend jaar”.

Het bruto-resultaat van de Rabo steeg met 5,6 procent, maar werd gedrukt door een verhoogde toevoeging aan de voorziening algemene bedrijfsrisico's van 720 miljoen gulden. Vorig jaar bedoeg de dotatie aan de "stroppenpot' nog 670 miljoen gulden. De toename van het toegevoegde bedrag houdt volgens de Rabo gelijke tred met de groei van de totale kredietportefeuille van de Rabo met 7 procent tot 147,3 miljard gulden. Ook een hogere belastingafdracht van 560 miljoen gulden drukte de nettowinst.

De aanwas van de toevertrouwde middelen, met 2,6 procent tot 129,3 miljard gulden, bleef achter bij de groei van de kredietportefeuille. Daardoor moest Rabo voor het aantrekken van middelen een groter beroep doen op de kapitaalmarkt. Het bedrag aan daar opgenomen gelden stegen van ruim 24 miljard gulden in 1991 tot 33,6 miljard gulden in het vorig jaar.

Het achterblijven van de groei van de toevertrouwde middelen is voor een deel veroorzaakt door particuliere spaarders. Rabo moest een half procent marktaandeel prijsgeven, maar blijft met een aandeel van veertig procent van de spaarmarkt de grootste marktpartij. Wijffels hekelde vanmorgen de “anarchie op de spaarmarkt”. Hij wees er op dat nieuwe concurrenten als Spaarbeleg (Aegon) en Ohra-bank spaarrentes aanbieden die in sommige gevallen hoger liggen dan wat er op de kapitaalmarkt te behalen is.

De baten van Rabo groeiden met 7,5 procent tot 7,06 miljard gulden. De stijging was met name te danken aan rente-inkomsten, die met 8,9 procent groeiden tot 5,66 miljard gulden. De provisie-inkomsten van Rabo stegen sneller, met 9,5 procent tot 900 miljoen gulden. De verschuiving van rente-inkomsten naar provisiebaten verklaarde Wijffels vanmorgen door te verwijzen naar de invoering van transactiegebonden tarieven voor het zakelijk betalingsverkeer. Ondernemers betalen meer kosten, maar ontvangen daarentegen een hogere rente over hun tegoeden.

De lasten van Rabo stegen met 8,4 procent tot 4,75 miljard gulden. Wijffels weet de stijging vooral aan toegenomen salariskosten. Hoewel de groei van het binnenlandse personeelsbestand in 1992 nagenoeg tot stilstand kwam, steeg het aantal medewerkers in het buitenland.

Het balanstotaal van Rabo steeg met 7,2 procent tot 232,7 miljard gulden. Het groepsvermogen groeide, omdat het gehele resultaat daaraan wordt toegevoegd, met ruim een miljard gulden tot 14 miljard gulden.

Wijffels toonde zich over het algemeen niet optimistisch over de economische ontwikkeling in Nederland voor het lopende jaar. De economische conjunctuur blijft zwak en het Nederlandse bedrijfsleven gaat volgens hem door een pijnlijk proces van aanpassing aan de toegenomen internationale concurrentie. Lichtpuntje is de eind dit jaar verwachte terugkeer naar een normale rentestruktuur, waarbij de lange rente hoger is dan de korte rentetarieven. Maar ook dat proces voltrekt zich volgens Wijffels minder snel dan voorzien. De Rabo-voorzitter achtte desondanks een verder groei van de financiële resultaten in 1993 haalbaar.