Vrijdag 5; Tragisch

Rudi Fuchs, sinds 1 februari de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, heeft het Haags Gemeentemuseum achtergelaten met een schuld van bijna vier miljoen gulden. Vorige week maakte de gemeente Den Haag bekend dat het jaarbudget van twaalf miljoen gulden in 1991 met circa 1,2 miljoen gulden is overschreden en in 1992 met zeker 2,7 miljoen.

Fuchs voelt zich, naar eigen zeggen, wèl verantwoordelijk maar niet schuldig, want de gemeente Den Haag heeft zijn waarschuwingen over een gebrekkig functionerende museum-administratie en over een te laag budget, waardoor museumtaken niet naar behoren konden worden uitgevoerd, in de wind geslagen. En dat resulteert dan in dit "tragisch misverstand', aldus Fuchs in diplomatieke bewoordingen. De Haagse wethouder van cultuur is inmiddels opgestapt, want zij voelt zich zowel verantwoordelijk als schuldig.

Tenminste één oud-collega van Fuchs moet zich deze dagen herinneren dat er vroeger met non-conformistische museumdirecteuren die de boekhouding aan hun laars lapten, radicaal anders werd afgerekend. Administratief en financieel wanbeheer kwam Emile Meijer als directeur van het Van Goghmuseum in Amsterdam, in 1976 op ontslag te staan. Ook hij beklaagde zich diverse malen bij zijn baas, het toenmalige ministerie van CRM, over een veel te laag budget. Ook hij genoot de reputatie van een "wilde jongen' met een afwijkende museumvisie. Ook hij kon niet tijdig inzicht krijgen in gedane uitgaven.

Meijer had het inderdaad bont gemaakt met een overschrijding van zeven ton op een budget van één miljoen gulden. Maar daar stond veel tegenover. In twee jaar tijd zag hij kans het in 1973 geopende museum jaarlijks 650.000 bezoekers te bezorgen, daarbij alleen overtroffen door het Rijksmuseum. Op een jaarbudget van vier miljoen gulden voor de gezamenlijke rijksmusea, bracht het Van Goghmuseum negen ton eigen inkomsten binnen, die regelrecht in de schatkist verdwenen. In dertig maanden kwamen er in die "swingende tent', zoals men toen schamperde, 34 tentoonstellingen tot stand. Als pleitbezorger van sponsoring door het bedrijfsleven en van erkenning van de fotografie als kunstvorm kon Meijer steevast rekenen op minachting in brede kring.

CRM verstrekte het Van Goghmuseum voor aankopen 60.000 gulden, goed voor een halve Van Goghtekening. Het budget van 50.000 gulden voor museumactiviteiten stond jaarlijks één manifestatie toe. Voor elke tentoonstelling of uitgave van enige omvang was de goedkeuring van CRM vereist. De eigenzinnige aankoop van een zuurstoffles voor de EHBO-kamer van het museum zou een van de ontslagredenen worden.

Nadat Meijer had geweigerd met ziekteverlof te gaan, volgde een schorsing. Ondanks demonstraties en protestbrieven van kunstenaarsbonden, collega's als Sandberg en Leering, en een solidariteitsbetuiging van het voltallige museumpersoneel, kwam Meijer op de straatstenen te staan. Twee jaar later bepaalde het Ambtenarengerecht dat hij ten onrechte strafontslag had gekregen. Van terugkeer kon wegens verstoorde verhoudingen geen sprake zijn. "Een tragisch misverstand' heette dat toen in die kringen. Diezelfde uitdrukking heeft inmiddels flink aan gewicht ingeboet.