Vredessignalen Israel naar Palestijnen

TEL AVIV, 5 MAART. De Palestijnen die het horen willen, kunnen vrijwel dagelijks Israelische vredesgeluiden oppikken.

Premier Yitzhak Rabins gegoochel met vredesprioriteiten - van de Palestijnse prioriteit naar de Syrische optie - is een tactische fase in de Israelische vredesdiplomatie. De huidige links-georiënteerde Israelische regering is meer dan de voorgaande regeringen doordrongen van de noodzaak om te komen tot een algehele oplossing van het Israelisch-Arabisch-Palestijns conflict. Palestijnen doden Israeliërs en andersom is de dagelijkse realiteit van de al bijna een eeuw durende botsing tussen het zionisme en het Palestijnse nationalisme. Aan dat bloedvergieten willen Rabin en zijn ministers een einde maken.

Zij zijn bereid daarvoor een flinke territoriale prijs aan de Palestijnen te betalen. Tijdens de verkiezingscampagne in 1992 heeft Rabin deze boodschap heel duidelijk uitgedragen. “Nablus en Ramallah zullen de toekomst van vier miljoen joden niet bepalen”, zei hij vorige week ter verdere duiding van zijn denkbeelden over een territoriaal compromis met de Palestijnen. Dit is code-taal is voor het scheppen van ruimte voor nationale Palestijnse aspiraties in grote delen van de Westelijke Jordaanoever. Alsof dat nog niet duidelijk genoeg was zei minister van buitenlandse zaken Shimon Peres deze week in de Knesset, het parlement, dat “de joden in hun lange geschiedenis nooit bezetters en heersers zijn geweest”.

Het Palestijns leiderschap in de bezette gebieden, dat door de uitwijzing van 415 Palestijnen naar Libanon door de regering-Rabin in een onmogelijke psychologische positie is gemanoeuvreerd, kreeg van onderminister van buitenlandse zaken Jossi Beilin deze maand nog meer verleidelijk vredesvoer voorgeschoteld. “Ik geloof dat we van de meeste (bezette) gebieden afmoeten”, zei hij in een uitvoerig vraaggesprek met het in Oost-Jeruzalem uitkomende Palestijnse blad Al-Fajr. Volgens Beilin is de regering bereid voor een historisch compromis met de Palestijnen heel ver te gaan. Als de Palestijnen echter onder verwijzing naar de uitwijzingsproblematiek achterblijven, moeten ze niet verbaasd zijn als Israel snelle vredesvorderingen met Syrië en Jordanië maakt, waarschuwde Beilin.

Deze Israelische uitspraken en hints zijn nog niet voldoende om de Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel te brengen. “We willen wel, maar kunnen niet”, omschreef de Palestijnse leider Faisal Husseini gisteren in Jeruzalem het Palestijnse dilemma. De kwestie van de uitwijzingen hangt nog steeds als een loodzwaar blok aan de benen van de meest gematigde Palestijnen. Geconfronteerd met een zeer emotionele Palestijnse oppositie in de bezette gebieden tegen concessies op rekening van de uitgewezen Palestijnen moeten Husseini en de zijnen meer aan de leiband van de PLO in Tunis lopen dan hun lief is. Zonder instemming van PLO-leider Yasser Arafat zal de Palestijnse delegatie onder deze omstandigheden de uitnodiging van de VS en Rusland negeren om op 19 april te verschijnen bij de hervatting van het vredesoverleg. Of Syrië, Jordanië en Libanon ondanks het Israelische optimisme daaromtrent wel zonder de Palestijnen van de partij zullen zijn is nog niet zeker.

Washington overweegt op korte termijn weer een topdiplomaat naar het Midden-Oosten te sturen om de door de massa-uitwijzing geschapen barrière uit de weg te ruimen. Tijdens zijn eerste rondreis door het Midden-Oosten pikte Christopher vorige maand in de Arabische hoofdsteden signalen op om zelfs met spoed het in Madrid begonnen vredesoverleg voort te zetten. Maar nergens heeft hij officieel gehoord dat de onderhandelingen kunnen worden hervat zonder een bevredigende oplossing voor de uitgewezen Palestijnen. Nog steeds is het vredesproces daardoor de gijzelaar van de in Libanon bivakkerende Palestijnen, aanhangers van moslim-fundamentalistische groepen, ironisch genoeg tegenstanders van datzelfde vredesproces.

Over het hoofd van de uitgewezen heen is Rabin met Arafat in een prestigeduel verwikkeld over de voorwaarden waaronder het licht op groen zal worden gezet voor de Palestijnse delegatie om weer aan de onderhandelingstafel zitting te nemen. Zich beroepend op resolutie 799 van de Veiligheidsraad eist Arafat de onvoorwaardelijke overgave van Rabin. Als Israel deze resolutie negeert, welke garantie hebben we dan dat resoluties 224 en 338, die van "land voor vrede', niet hetzelfde lot zal zijn beschoren, is een vrijwel dagelijks terugkerend thema in de Palestijnse pers.

In naam van de internationale legaliteit staat Arafat niet alleen op de terugkeer van alle uitgewezenen maar verlangt hij ook nog een Israelische belofte dat het uitwijzingen niet meer als strafmaatregel zal gebruiken. Christopher slaagde er niet in een brug tussen Arafats principes en Rabins politiek te slaan.

Even leek het alsof de Amerikaan de Palestijnse delegatie in Jeruzalem namens Rabin voorstellen had voorgelegd die het probleem uit de weg zouden ruimen. Wat zich precies achter de schermen heeft afgespeeld toen Christopher door Rabin werd teruggefloten, is nog steeds een raadsel. De door Faisal Husseini geleide Palestijnse delegatie had wel oren had naar het compromis van Christopher en de PLO in Tunis liep er ook warm voor. De vreugde was echter van korte duur doordat de Amerikaanse diplomatie het compromis razendsnel inslikte.

Daarom gaat het nu nog hard tegen hard. De PLO is erop uit maximale politieke winst te boeken, het liefst in de vorm van hervatting van de diplomatieke dialoog met de VS. Het diplomatieke touwtrekken over het uitwijzingsvraagstuk is nog in volle gang. Deze gordiaanse knoop zal bij het komende bezoek van Rabin aan president Bill Clinton, over een kleine twee weken, moeten worden doorgehakt.