Veel bloot maar weinig spanning in Boon-stuk

Voorstelling: Blue Peter door Het Zuidelijk Toneel / Bisprodukties / Monty. Regie: Maarten van der Put. Spel: Simon Versnel, Erick Clauwens, Esther Dekker, Yolanda van Gemert, Pauline Roelants, Hein Verhees. Choreografie: Pauline Roelants. Muziek: Ruud Roelants. Gezien: 3/3 Frascati, Amsterdam. T/m 6/3 aldaar, daarna elders t/m 9/4.

De ik-figuur in Louis Paul Boons Memoires van de Heer Daegeman is zes jaar oud wanneer hij ziet hoe zijn vader door een hoer wordt vermoord. Bij zijn latere contacten met vrouwen moet hij steeds maar aan die moord denken, aan dat hoertje dat net zo lang op het gezicht van zijn vader zat totdat de man blauw aanliep en stikte. De personages in het leven van de heer Daegeman kennen geen greintje liefde; hebzucht, wraakgevoelens en blinde onderdanigheid bepalen hun gedrag.

Blue Peter, een op deze Memoires gebaseerde montage van teksten, dans en spel, is veel minder rauw van toon. Vergeleken met het brute geweld bij Louis Paul Boon doet zelfs het openingsbeeld nog lieflijk aan. De levende ratten die hier in rood licht worden getoond, zien er wel angstig, maar niet erg angstaanjagend uit. Relatief onschuldig, eerder leeg en onpersoonlijk dan wild en destructief, is ook de erotiek in deze voorstelling. De glimlachjes op de gezichten van de vijf dansers bootsen de grimassen van geroutineerde discogangers na. Ze werken zich suf, deze dansers, maar hun vitaliteit is net zo onnatuurlijk als die van de gemiddelde videoclip-figurant.

Het vele bloot heeft vooral een esthetische functie. Een jongen en een meisje, allebei met een grote motorhelm op het hoofd, komen poedelnaakt op elkaar af, heel behoedzaam, in slow motion. Het meisje schuift haar bekken naar voren, de jongen draait met zijn heupen. In een andere scène houdt een meisje haar rokje voor twee jongens op en toont het publiek twee perfect gevormde billen. Bar weinig spanning zit er in deze choreografietjes, in deze fantasieën, machtsspelletjes en verleidingsscènes.

Van Louis Paul Boons sappige Vlaamse realisme is hier niets terug te vinden. Simon Versnel draagt weliswaar alleen die passages uit de Memoires voor, die over seks en vrouwen gaan, maar hij had net zo goed een paar psalmen kunnen opzeggen: door zijn vlakke dictie gaat Boons anarchistische humor totaal verloren.

Toch heeft Versnel iets ontroerends. Niet alleen omdat hij tientallen jaren ouder dan de anderen is, maar ook omdat hij als enige een zekere tederheid in zijn spel weet te leggen. Des te schrijnender is het dat hij steeds alleen blijft staan. Tederheid, lijkt de regisseur van Blue Peter te willen zeggen, is passé op de markt voor liefde en geluk; wat telt is jeugd, kracht en schoonheid.