"Rode gordel' rondom Parijs dreigt nu ook Groen te worden

PARIJS, 5 MAART. Georges Marchais, de 72-jarige secretaris-generaal van de Franse communistische partij (PCF), loopt het risico niet herkozen te worden als parlements-afgevaardigde van het elfde kiesdistrict van Val-de-Marne, in de zuidelijke voorstad van Parijs. In dit "laatste stukje Sovjet-Unie in West-Europa' maken een gaullist en een Groene politicus volgens opiniepeilingen de meeste kans om Marchais op te volgen.

“Als ik Marchais zou verslaan, dan zou dat een dubbele revolutie betekenen”, zegt Alain Lipietz, de kandidaat voor de parlementszetel van de Groenen. Marchais die sinds 1973 de kiezers in dit deel van de "rode gordel' rond Parijs (de gemeenten Villejuif, Arcueil, Cachan en een deel van Gentilly) heeft vertegenwoordigd, zou waarschijnlijk zijn positie als leider van de PCF verliezen. En een doorbraak van de Groenen in een traditioneel links kiesdistrict zou uiteraard van grote politieke betekenis zijn, aldus Lipietz, die naam heeft gemaakt als de economische denker van de Groenen.

Als het vaandel in Val-de-Marne door Lipietz of door de gaullist Daniël Richard wordt overgenomen, betekent dat overigens ook een geduchte afstraffing voor de Franse socialisten, die hier aantreden met een kandidaat met een bekende naam: Alain Geismar. Geismar was een van de aanvoerders van de "studentenrevolutie' van 1968. Maar hij is na een carrière in kabinetten van socialistische ministers inmiddels een enigszins gezette functionaris die geen elan uitstraalt. En in de opiniepeilingen ligt hij (18 procent) duidelijk achter op zowel Marchais als Lipietz en Richard (elk 22 procent).

De peilingen geven een perfecte illustratie van de nieuwe politieke krachtsverhoudingen in dit kiesdistrict ten zuiden van de périphérique, de rondweg rond Parijs. In dit anonieme conglomeraat van voormalige kleine steden, die hun eigen karakter tussen de autowegen, spoor- en metrolijnen geheel hebben verloren, was de communistische partij tientallen jaren heer en meester. Bij de laatste parlementsverkiezingen in 1988 kreeg Marchais, mede dankzij steun van de socialisten, nog ruim 65 procent van de uitgebrachte stemmen.

Maar het aantal arbeiders is sinds 1988 met vijf procent afgenomen. De linkse alliantie van communisten en socialisten heeft sinds de breuk in 1983 ook lokaal steeds meer aan betekenis verloren. De socialisten zijn belast met de economische crisis die Frankrijk doormaakt en na twaalf jaar aan de macht, moreel aangeslagen door de talrijke schandalen. De communisten zijn intern verdeeld.

Zo toonde de burgemeester van Arcueil, Marcel Trigon, die tot de kleine hervormingsgezinde vleugel binnen de PCF behoort, zich openlijk ongelukkig met de kandidatuur van Marchais. De leider van de laatste Sovjet-partij in West-Europa maakt, naar het voorbeeld van de bejaarde orthodoxe elite van voorheen in het Kremlin, een enigszins vermoeide indruk. “Ik heb gezorgd voor een metrostation in Villejuif”, zei Marchais onlangs op een bijeenkomst - en dat is niet het soort argument dat nog veel indruk maakt.

De tijd lijkt dus rijp voor verandering, zo besloot ook de gaullistische RPR die in Parijs oppermachtig is. Burgemeester Jacques Chirac, onvermoeibaar als steeds, kwam zelfs naar Villejuif om de RPR-kandidaat, Daniël Richard, te steunen. Deze advocaat, het type sjieke politicus van de Parijse "rive gauche', zette de aanval frontaal in. Hij beweert dat de comunisten in 1988 fraude hebben gepleegd bij het tellen van de stemmen. In vlugschriften worden sympathisanten opgeroepen zich aan te melden voor comité's die moeten toezien dat de stemmen ditmaal netjes worden geteld.

Van zijn kant kent Marchais ook maar één politieke vijand: Richard “die van belediging en verdeling zijn stokpaard maakt”. De communistische leider negeert opzettelijk Geismar, omdat deze bij voorbaat voor een verloren zaak strijdt en Lipietz is volgens hem “een man die niemand kent”.

De Groene politicus is echter als inwoner van Villejuif en afgevaardigde in de regionale raad van Ile de France juist zeer goed op de hoogte van alle lokale vraagstukken. De 45-jarige Lipietz is voorts polytechniciën, wetenschapper, gespecialiseerd in internationale economie, auteur van een aantal boeken over "groene economie' en al twintig jaar actief in de milieubeweging.

De Groenen, de "fundamentalistische' milieupartij trekt bij de komende verkiezingen gezamenlijk op met de meer pragmatische Génération Ecologie. En de twee milieu-partijen, die opereren onder het motto "noch links, noch rechts', bepleiten een weliswaar niet erg originele maar wel effectieve aanpak van het grootste probleem dat ook de kiezers in het traditionele Marchais-bolwerk bezig houdt, de werkloosheid. Vermindering van de arbeidstijd van de huidige 39 uur tot 35 uur en de verdeling van het zo "vrijgemaakte' werk zou in drie jaar een miljoen arbeidsplaatsen opleveren en de bestaande werkloosheid dus met een derde doen verminderen. De lonen tot 1.8 maal het mimimumloon zouden onveranderd blijven, wie meer verdient moet inleveren in naam van de solidariteit en de gelijkheid.

Voor een dertigtal overwegend jeugdige toehoorders op een bijeenkomst in het voormalige stadhuis van Arcueil toont Lipietz zich, ondanks zijn groene broek, trui en een plastic Colafles met water onder handbereik, een typisch Franse deskundige als hij voor- en nadelen van dit plan welsprekend uiteenzet. De jeugdige groene aanhang zwijgt overtuigd. Twee voormalige communisten, van wie er één meldt nu toch maar weer op Marchais te zullen stemmen, erkennen dat de Groene kandidaat gelijk heeft als hij zegt "dat de samenleving behoefte heeft aan grote projecten'. De andere partijen hebben die niet of worden, zoals de socialisten “afgestraft”, erkent een bejaarde voormalige kameraad. “Maar”, zo vraagt hij, “wat zijn jullie morele posities?”

Voor de toehoorders “die in hun hart communist zijn” heeft de Groene kandidaat een boodschap die het "noch links, noch rechts' overstijgt. De Groenen waren net als de PCF tegen de Golfoorlog en tegen het “Europa van de kooplieden” dat profiteert van het “ontbreken van gelijke sociale regels in het Verdrag van Maastricht”.

De “afgevaardigde van het derde type”, zoals het met een woordspeling op een filmtitel in zijn groene verkiezingsvlugschrift heet, is indrukwekkend. En voorlopig goed voor 34 procent van de stemmen in de beslissende verkiezingsronde op 28 maart, een procent meer de gaullist Richard en een procent meer dan Marchais.

Of de Franse Groene revolutie inderdaad in de rode gordel van Parijs begint, hangt ten dele af van de socialisten. In de tweede verkiezingsronde moeten ze kiezen tussen steun aan Marchais, zoals vroeger, of voor Lipietz. Geismar zwijgt daarover nog. “Maar voorzover ik weet”, zegt Lipietz, zijn de Groenen wel en Marchais niet onderdeel van de "big bang' van Michel Rocard - het project om een nieuwe brede progressieve beweging te vormen. Ook voor Georges Marchais dreigt dus een oerknal.