Ozonlaag in februari op record dunte

DE BILT, 5 MAART. De ozonlaag boven Nederland was vorige maand dunner dan ooit eerder gemeten in de maand februari. De ozonconcentratie in de stratosfeer lag 21 procent onder het februari-gemiddelde sinds 1972. Dit blijkt uit meetgegevens van het Belgische KMI in Ukkel en wordt bevestigd door satellietwaarnemingen.

Een dergelijke grote uitschieter naar beneden is in de meetreeks niet eerder voorgekomen. Volgens ozondeskundige M. Allaart van het KNMI in De Bilt hangt hij voor een belangrijk deel samen met de weerssituatie van de vorige maand: lang aanhoudend rustig weer met hogedrukgebieden. Hogedrukgebieden gaan over het algemeen gepaard met lage ozonwaarden, lagedrukgebieden met hoge. Maar volgens Allaart kan het rustige winterweer slechts ongeveer de helft van de record-terugval verklaren.

Over de oorzaken van de andere helft is het vooralsnog speculeren. Een mogelijke factor vormen de door de mens in de atmosfeer gebrachte chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk's), die in wolken hoog in de stratosfeer kunnen leiden tot ozonafbraak. Hoe belangrijk de bijdrage van cfk's was is echter onzeker, omdat stratosferische wolken moeilijk zijn waar te nemen.Een andere mogelijkheid dan cfk's is de wolk van de uitbarsting van de Filippijnse vulkaan de Pinatubo bijna twee jaar geleden.

Het Belgische KMI beschikt over een nauwkeurige ozon-meetreeks sinds 1970. De ozon wordt gemeten met spectrometers die op de zon staan gericht. De absorptie van de ozon (O3) in het UV-B gebied (in het ultraviolette deel van het spectrum) geeft een maat voor de stratosferische concentratie. De onzonconcentratie boven ons land bereikt normaal gesproken haar maximum in de maand april.

Volgens Allaart is het te vroeg om uit de ene uitschieter te concluderen dat er sprake is van een neerwaartse trend. De schommelingen van jaar tot jaar zijn daar te groot voor.