Overal zijn non-valeurs; Vladimir Nabokovs brieven vertaald

Vladimir Nabokov: Zuivere kleuren. Brieven 1923-1977. Red. en selectie Dmitri Nabokov en Matthew Bruccoli. Vert. Anneke van Huisseling. Uitg. De Arbeiderspers, 666 blz. Prijs ƒ89,-

Toen de eenenveertigjarige Vladimir Nabokov in mei 1940 in Amerika aan kwam had hij al een heel oeuvre bij elkaar geschreven, onder andere zijn nu zo bekende romans De Gave, De verdediging, Wanhoop, Uitnodiging voor een onthoofding en het verukkelijke De lach in het donker, "een van mijn slechtste romans'. Al die boeken waren vanzelfsprekend in het Russisch geschreven en gelezen, en slechts een enkele was vertaald in het Engels of Frans, meestal tot Nabokovs grote ontevredenheid. In Amerika betekende een rijtje Russische titels helemaal niets, zodat de grote schrijver er arriveert als een eenvoudige - nu ja, echt eenvoudig is hij nooit geweest - Russische émigré met een meer dan gemiddelde kennis van vlinders. Zijn literaire agente ("of beter gezegd, anti-literaire') verbiedt hem nog langer in het Russisch te schrijven en draagt hem op een "verantwoord boek' te produceren met "aansprekende hoofdpersonen en een moreel kader'. Nabokov schrijft meteen een boek in het Engels, The real life of Sebastian Knight, en giechelt in een brief aan vrienden dat zijn agente daar vermoedelijk niet zo blij mee zal zijn.

Met Sebastian Knight begint de moeizame literaire carrière van de man die nu tot één van de grootste Amerikaanse schrijvers wordt gerekend maar die lange tijd blijkbaar niet een aantrekkelijke auteur werd gevonden voor een uitgeverij. De royale keuze die Matthew J. Bruccoli en zoon Dmitri Nabokov uit zijn correspondentie maakten, nu vertaald als Zuivere Kleuren, bevat een opmerkelijke hoeveelheid brieven aan uitgevers en tijdschriftredacteuren met eindeloos veel aanbiedingen van boeken en verhalen die, zo moet men wel concluderen, lang niet altijd met enthousiasme ontvangen werden. Het meest schrijnend wordt dat duidelijk uit de Lolita-affaire.

Natuurlijk wisten we dat het lang duurde voor dat boek in Amerika uitgegeven werd (de Parijse uitgever Olympia bracht het in 1955 in het Engels in Frankrijk uit, pas drie jaar later durfde Putnam een Amerikaanse editie aan) maar wat dat precies betekende was daarmee nog niet te voelen. Wie echter de een na de andere brief van Nabokov leest waarin hij zijn Lolita ter lezing aanbiedt aan steeds weer een andere uitgever of invloedrijke persoon die voor een uitgave zou kunnen zorgen, of desnoods voor de publikatie van een gedeelte in een tijdschrift, wie leest hoe sterk de schrijver overtuigd is van de literaire waarde van dit boek dat hij "een tijdbom' noemt, die voelt een mengeling van medelijden, ongeloof en ergernis - hoe kan iedereen zo blind of bang of dom zijn of alledrie tegelijk? Goed, het was 1954, de moraal en de zeden waren anders, maar waarom had een schrijver als Nabokov niet gewoon een uitgever die zei: ik ben je uitgever en ik geef uit wat jij schrijft? In plaats daarvan moest hij met zijn meesterwerk leuren langs grote en kleine uitgeverijen en belachelijk veel tijd besteden aan het schrijven van brieven waarin hij zijn manuscript aanbiedt, aan het weigeren van ongunstige aanbiedingen, aan onderhandelingen en aan het verdedigen en uitleggen van zijn zo dikwijls voor pornografie versleten maar door hemzelf "hoogst moreel' geachte boek. Wat had men hem niet een tijd kunnen besparen. Dat had wellicht een hele roman extra opgeleverd.

Maar goed, ook deze brieven zijn de moeite waard om te lezen, al vormen ze niet, zoals Dmitri Nabokov beweert in zijn voorwoord (waarvan de uitgever op de achterflap meent dat het een nawoord betreft), een "veelgelaagde Nabokoviaanse roman'. Daarvoor zijn ze aan te veel verschillende personen geschreven en zit er te weinig continuïteit in. Hoe een hartelijke en grappige man Nabokov was, blijkt maar uit de enkele brieven aan intimi die opgenomen zijn, het merendeel is zakelijke en semi-zakelijke correspondentie. Daarin komen vooral zijn hooghartigheid, stijl, precisie en scherpte tot uitdrukking, wat soms hoogst vermakelijk is.

Hartveroverend

Neem bijvoorbeeld het steeds terugkerende geharrewar over de afbeeldingen op het omslag van zijn verschillende romans en studies. Bij Lolita luistert dat al bijzonder nauw - op de Zweedse omslag werd volgens de schrijver een "horribele jonge hoer' afgebeeld, de Nederlandse echter was "precies en hartveroverend en raak' - maar ook zoiets onschuldigs als de omslag voor zijn Verzamelde gedichten kon tot venijnige brieven aanleiding geven. “Ik vind de twee gekleurde vlinders op het omslag niet onaardig, maar ze hebben het lichaam van een mier, en stilering mag nooit een excuus voor een gewone fout zijn. (-) Wat de vlinder op de titelpagina betreft: deze heeft de kop van een schoenlappertje en de tekening van een gewoon koolwitje (-), hetgeen in het onderhavige geval net zo onzinnig is als de afbeelding van een tonijn op het omslag van Moby Dick. Voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen stilering, maar alles tegen gestileerde domheid.” Dat blijkt uit deze hele brievenverzameling. Domheid, gestileerd of niet, daar heeft de meester een scherp en afkerig oog voor.

Ook voor literaire oplichterij is Nabokov gevoelig, en voor iemand die de literatuur zo serieus neemt als hij doet, zijn er overal ergerniswekkende non-valeurs te ontmaskeren. Menig collega-schrijver moet het ontgelden, in het bijzonder T.S. Eliot, Ezra Pound (beiden "weerzinwekkend en volstrekt tweederangs') en Thomas Mann ( een "grote zwendelaar' en een "burcht van banaliteit'). Verder grijpt hij elke gelegenheid aan om uit te varen tegen Boris Pasternaks Dr. Zjivago "dat prullige, melodramatische, onwaarachtige en misplaatste boek' en en passant schiet hij mindere goden en hun werken af - over Paul Bowles' The sheltering sky schrijft hij: "een volslagen ridicuul en talentloos stuk werk'. Daar staat tegenover dat hij ook in staat is te bewonderen, Alain Robbe Grillet bij voorbeeld en John Updike. De laatste stuurt Nabokov een keer een briefje om hem te feliciteren met zijn boek Strong Opinions. Allercharmantst krijgt hij dan ten antwoord: “Zoals u weet ben ik een liefhebber van uw proza; het in deze persoonlijke vorm te krijgen maakt mijn plezier erin des te groter.”

De meest innemende brief uit dit boek is met gemak een huisreglement voor gasten dat hij aan zijn zuster Elena Sikorski stuurt als ze komt logeren in Montreux, waar de Nabokovs in het Palacehotel woonden in een rijtje kamers. Hij tekent er een plattegrond bij, wijst haar op de privileges die de gaste geniet "gebruik van huiskamer waar het gezelliger is dan in het groene boudoir', "keukensleutel wordt door gaste mee naar haar kamer genomen voor het geval nachtelijke honger toeslaat' en op haar verplichtingen: "verzorgd uiterlijk' en "'s ochtends koffie zetten, V.N. drinkt twee kopjes'.

Behalve zijn gemene, zijn zakelijke en zijn innemende kant heeft deze keuze uit zijn correspondentie ook duidelijk willen maken hoe ongelooflijk precies, op het muggezifterige af, de meester was. Daarom zijn er lange lijsten met correcties van de proeven van Lolita opgenomen die Nabokov aan uitgeverij Olympia stuurde, "om de pijnlijke zorg te illustreren die hij aan een werk in wording besteedde'. In deze Nederlandse vertaling levert dat enkele hoogst merkwaardige bladzijden op. Zo zien we Nabokov "smaragfd' verbeteren in "smaragd' en "zelfvercekerdheid' in "zelfverzekerdheid' - fouten die natuurlijk nooit in de Engelse drukproeven van Lolita hebben gestaan maar die door de vertaler zelf verzonnen zijn. Dat is buitengemeen inventief en wonderlijk passend bij de auteur van Pale Fire. Zo krijgen deze brieven toch nog de kwaliteit van een roman, en worden ze Nabokoviaanser dan ze in het origineel geweest zijn.