Noodwet Alders stuit op verzet

ROTTERDAM, 5 MAART. Zowel de milieubeweging als de boeren zijn tegen de nieuwe concept-noodwet voor hinderwetvergunningen. Volgens de stichting Natuur en Milieu, waar een twintigtal milieuorganisaties bij zijn aangesloten, is de voorgestelde noodwet “een slag in het gezicht van het milieu”. Het Landbouwschap spreekt van een “voor de boeren onaanvaardbaar voorstel”.

De concept-noodwet houdt in dat bij het verlenen van hinderwetvergunningen wordt uitgegaan van de omvang van de veestapel in 1986. Voorwaarde voor het verlenen van de vergunning is dat de boer binnen drie of vijf jaar de uitstoot van ammoniak op zijn bedrijf drastisch verminderd.

Het Landbouwschap heeft geen bezwaar tegen het peiljaar 1986, maar wil dat alle boeren die hun bedrijf hebben uitgebreid zonder daarvoor een hinderwetvergunning aan te vragen, een generaal pardon krijgen. Pas daarna zou op regionaal niveau moeten worden bekeken hoe de uitstoot van ammoniak kan worden verminderd, bijvoorbeeld via een gemeentelijk plan van aanpak.

Ook Alders was oorspronkelijk voorstander van een gemeentelijk plan van aanpak, maar de bewindsman wilde daarbij in principe het jaar 1981 als peiljaar hanteren. In dat jaar werd de Hinderwet uitgebreid met de bepaling dat bij het verlenen van vergunningen rekening moest worden gehouden met de mogelijke aantasting van ecologisch waardevolle objecten. Tussen 1981 en 1986 heeft een groot aantal boeren het bedrijf uitgebreid zonder daarvoor een hinderwetvergunning aan te vragen. De oorspronkelijke concept-noodwet van minister Alders stuitte op grote bezwaren van het Landbouwschap en minister Bukman. In het nieuwe voorstel kan deze laatste zich beter vinden.

De stichting Natuur en Milieu is tegen de nieuwe concept-noodwet van minister Alders omdat het peiljaar nu toch 1986 wordt, en er voor het verminderen van de ammoniakuitstoot drie tot vijf jaar mag worden uitgetrokken. Volgens Natuur en Milieu “moet zolangzamerhand alles op alles worden gezet om de verzuring tegen te gaan”.