Nedergedaald ter helle

Terwijl bij ons elke zondagmorgen in de eredienst de Wet des Heren werd voorgelezen, klonk steevast in de middagdienst de Apostolische Geloofsbelijdenis op.

Eén van die zondagmiddagen, ik was toen een jaar of zestien, preekte onze dominee over het Tweede Kruiswoord: "En Jezus zeide tot hem: Voorwaar zeg Ik u: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.' Jezus zegt dat tegen de moordenaar die aan de ene kant naast hem hangt. Terwijl de dominee dat kruiswoord omboog tot een verschrikkelijke waarschuwing - wij konden het lot delen van die andere moordenaar die aan de andere kant naast hem hing, en voor eeuwig verworpen worden - trof mij opeens als een donderslag de tegenspraak tussen één zinnetje uit die Apostolische Geloofsbelijdenis die ik kort daarvoor gehoord had en dat Tweede Kruiswoord. In de Apostolische Geloofsbelijdenis luidt het vierde artikel als volgt: "Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.'

Hoe dat te rijmen met het tweede kruiswoord? Daaruit immers viel op te maken dat Jezus, samen met die moordenaar, terstond na hun overlijden "in het paradijs' zou zijn. Maar de Apostolische Geloofsbelijdenis deelde mee dat Jezus na zijn overlijden was "nedergedaald ter helle.' Hij kon toch niet op twee plaatsen tegelijk zijn? Of moest je maar aannemen dat voor God's zoon niets te wonderlijk was, dat Hij aan bilocatie kon doen, en tegelijkertijd kon nederdalen in de hel en opstijgen naar het paradijs? Mij leek dat zelfs voor Jezus een vrij moeilijke, doch misschien niet onmogelijke opgave, maar waarom werd dan niet met zo veel woorden in de Heilige Schrift gezegd: Hij was in die drie dagen tussen dood en opstanding zowel in het paradijs als in de hel? Zoals het nu werd voorgesteld, leek het toch uiterst tegenstrijdig: "Heden in het paradijs.' "Nedergedaald ter helle.' Of moest je eruit begrijpen dat hij eerst met die moordenaar naar het paradijs was opgestegen, en vervolgens was afgedaald in de hel? Daar had Hij immers drie dagen de tijd voor gehad? Drie dagen? Maar als Jezus op vrijdagavond in het graf was gelegd en op zondagmorgen vroeg was opgestaan had hij op zijn hoogst zesendertig uur, ofwel anderhalve dag de tijd gehad om zowel het paradijs als de hel aan te doen.

Het is eigenaardig dat mij toen pas opviel dat er geen sprake van is geweest dat Jezus, zoals altijd werd gezegd, drie dagen in het graf heeft gelegen. Als hij zoals Lucas 23 vers 45 meedeelt, omstreeks het negende uur, de "geest gaf', terwijl hij op zondagmorgen al bij het hazegrauwen, dus stel om vijf uur 's morgens, was opgestaan, was hij zelfs minder dan 36, misschien maar 32 uur dood geweest. Waarom werd er dan altijd over drie dagen gesproken? En had hij dan in die 32 uur tijd genoeg gehad om zowel de hemel als de hel aan te doen?

Zowel van mijn berekening als van het feit dat het tweede kruiswoord vierkant tegensprak wat in de Apostolische Geloofsbelijdenis werd beleden, raakte ik in die middagdienst danig van mijn stuk. Bladerend achterin mijn psalmbijbeltje zag ik dat ook in de Geloofsbelijdenis van de Heilige Athanasius in artikel 38 werd gezegd: "Die geleden heeft om onze zaligheid; nedergedaald is ter helle; ten derde dage weder is opgestaan van de doden.' Waar haalde die Athanasius dat toch vandaan? "Ten derde dage' klopte in ieder geval niet. "Na krap anderhalve dag' diende er te staan. En "nedergedaald ter helle', op welke bijbeltekst berustte die geografische mededeling? Zoals altijd ging ik weer te rade bij de Heidelbergse Catechismus waarin de Apostolische Geloofsbelijdenis zin voor zin behandeld wordt. Zo lezen we in Zondag 16, vraag 44: "Waarom volgt daar: Nedergedaald ter helle?' En het antwoord luidt dan: "Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertrooste, dat mijn Here Jezus Christus door zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, in welke Hij zijn ganse lijden, (maar inzonderheid aan het kruis) gezonken was, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.'

Dat gaf geen antwoord op de simpele vraag: waarom spreekt Jezus aan het kruis tegen de moordenaar de verwachting uit dat Hij "heden met hem in het paradijs' zal zijn, terwijl het Credo belijdt dat hij "nedergedaald is ter helle.' Meestal gaf de Heidelbergse Catechismus wel aan op welke bijbeltekst het behandelde geloofsartikel berustte, maar achter "nedergedaald ter helle' werd geen verwijzing naar een bijbeltekst gegeven. Wel worden diverse verwijzingen opgegeven bij het antwoord op vraag 44, maar uit geen enkele bijbeltekst waarnaar werd verwezen viel op te maken dat Jezus inderdaad direct na zijn overlijden was "nedergedaald ter helle.' Mij troostte dat toen, ik dacht toen: "Zie je wel, je moet alleen op de bijbel vertrouwen, al die belijdenissen en catechismussen, dat is mensenwerk, van dat "nedergedaald ter helle' klopt niets, dat staat niet in de bijbel, dat is kletskoek. In de bijbel staat dat Jezus tussen zijn kruisdood en zijn opstanding, samen met die ene moordenaar, naar het paradijs is geweest.'

Bleef natuurlijk de vraag waarom al die dominees elke zondagmiddag herhaalden "nedergedaald ter helle', terwijl zulks door de Schrift zelf werd tegengesproken. Waren ze dan zo stom? En gold dat ook voor al die kerkgangers die die uitspraak moeiteloos slikten, terwijl 's Heren woord duidelijk iets anders meedeelde? Ik kon toch niet de enige zijn die de tegenspraak had opgemerkt tussen "heden in paradijs' en "nedergedaald ter helle', zomin als ik de enige kon zijn die had berekend dat Jezus geen drie dagen, maar hoogstens 36 uur dood was geweest. Of zag ik iets over het hoofd en was er sprake van een tegenstrijdigheid, net zoals bij de bijbelteksten Johannes 5 vers 31: "Indien ik getuig van mijzelf, is mijn getuigenis niet waar,' en Johannes 8 vers 14: "Ook al getuig ik van mijzelf, toch is mijn getuigenis waar.' Gold bijvoorbeeld van dat tweede kruiswoord die eerste tekst: mijn getuigenis is niet waar, of die tweede tekst: mijn getuigenis is waar.

"Indien ik getuig van mijzelf, is mijn getuigenis niet waar', wat is dat overigens een prachtige bijbeltekst. Jezus zegt hier zonder omwegen dat alles wat hij ons over zichzelf heeft meegedeeld, gelogen is. Hij was de eerste athest!