Mensenrechten als humanitaire noodzaak

Met een verklaring voor het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de VN heeft de volhardende oud-minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel afgelopen dinsdag zijn jongste poging gedaan de mensenrechten-tak van de VN te versterken.

Van der Stoel is op 25 juni 1991 door de Commissie voor de Mensenrechten van de VN benoemd tot speciale rapporteur voor Irak. Sindsdien heeft hij vier verregaande vernieuwingen op zijn conto geschreven. Zijn nieuwe rapport bevat materiaal dat tot het overtuigendste behoort dat ooit aan de Commissie is voorgelegd, waaronder een overdruk van een officieel Iraaks document uit 1989, waarin wordt gepleit voor het uitmoorden van “moeras-Arabieren” (shi'ieten) met explosieven en zelfs vergif.

Afgelopen augustus heeft Van der Stoel voor de Veiligheidsraad gesproken over de benarde omstandigheden waarin de moeras-Arabieren leven. Kort daarop voerde president Bush het betoog van Van der Stoel aan als rechtvaardiging voor de afkondiging van een vliegverbod boven Zuid-Irak. Daarmee werd een ongekende (zij het controversiële) verbinding gelegd tussen de VN-Commissie voor de Mensenrechten en de Veiligheidsraad in New York.

Functionarissen bij het VN-Departement van Humanitaire Zaken (DHZ) menen al sinds jaar en dag dat Van der Stoels kritiek op Irak schadelijk is voor de pogingen die zij doen om hulpgoederen bij de Koerden in Noord-Irak te krijgen. Jongstleden dinsdag wierp Van der Stoel zich onverstoorbaar (en zonder voorafgaand overleg) op als zegsman van het DHZ toen hij opperde dat de hulpgoederen wellicht beter rechtstreeks aan de Koerden konden worden geleverd in plaats van via Bagdad.

Van der Stoel heeft nieuwe aandacht gevraagd voor een voorstel uit 1992 om teams van waarnemers in Irak te stationeren waar ze gevangenissen kunnen bezoeken, rechtszaken bijwonen en zodoende louter door hun aanwezigheid de mensenrechten zouden helpen beschermen.

Dit is een vergaand voorstel, bedoeld om een belangrijke tekortkoming in het mensenrechten-onderzoek van de VN te verhelpen. Van der Stoel is één van de dertien "rapporteurs' die de Commissie heeft aangesteld. Maar als deze rapporteurs al een visum weten te bemachtigen, moeten ze zich meestal tevreden stellen met informatie die bij korte en zorgvuldig door de regering geplande dienstreisjes inderhaast is bijeengeraapt. Vorig jaar heeft Van der Stoel de beruchte Abu Graib-gevangenis in Bagdad bezocht en met een aantal gevangenen gesproken. Maar hij was niet in staat hen te beschermen tegen represailles achteraf. Dat feit onderstreept het belang van regelmatige controle op de naleving van de mensenrechten door functionarissen ter plaatse.

Nog een argument daarvoor is de toenemende kwetsbaarheid van de Koerden in het noorden en de shi'ieten in het zuiden. Wat de Koerden thans aan internationale bescherming genieten, bestaat uit een vrijplaats en 256 VN-wachtposten, die eigenlijk tot taak hebben toe te zien op de VN-hulpverlening. De shi'ieten zijn nog kwetsbaarder: de VN-wachtposten mogen niet in het moerasgebied komen, en het vliegverbod boven Zuid-Irak biedt geen enkele bescherming tegen grondacties. Bovendien is het vliegverbod een bron van ergernis in het Midden-Oosten omdat het een twijfelachtige rechtsstatus heeft en zelfs al heeft geleid tot spanningen binnen het Westers bondgenootschap.

Dit onderstreept nog eens hoe noodzakelijk de permanente aanwezigheid van mensenrechten-inspecteurs is in Irak. Bovendien is er inmiddels elders een precedent geschapen: het afgelopen jaar heeft de VN mensenrechten-waarnemers gestationeerd in Guatemala, Zuid-Afrika, El Salvador, Cambodja, het vroegere Joegoslavië en Haïti.

Maar het voorstel van Van der Stoel werd dinsdag door de Iraakse regering met verontwaardiging van de hand gewezen als een politiek opzetje van het Westen. Is er een manier om Irak tot medewerking te bewegen? Waarschijnlijk niet als - en dat suggereert Van der Stoel - Irak vast van plan is zijn schrikbewind voort te zetten. De mogelijkheden lijken beperkt: Irak heeft waarschijnlijk nog meer het land aan de Veiligheidsraad dan aan de Commissie voor de Mensenrechten, en de geallieerden kunnen Irak moeilijk met bommen gaan dwingen mensenrechten-inspecteurs toe te laten, zoals ze dat wel deden met wapeninspecteurs.

Maar wellicht is dit voor Westerse regeringen een goede gelegenheid om afstand te nemen en hun beleid te heroverwegen - jegens Irak in het bijzonder, en van het mensenrechten-onderzoek van de VN in het algemeen. Het huidige beleid van de VN inzake Irak is gebaseerd op de bescherming van Iraks territoriale integriteit, waarbij het bewind echter de toegang wordt ontzegd tot het Koerdische noorden en het merendeel van het eigen luchtruim. Dit is de slechtst denkbare oplossing. De Koerden leven in een juridisch niemandsland waar ze worden bedreigd - net als de shi'ieten - door vreselijke vergeldingsacties wanneer de steun voor de Koerdische vrije zone en het vliegverbod zou gaan afkalven terwijl Saddam Hussein nog aan de macht is.

De meest logische oplossing zou zijn dat de VN een onafhankelijke Koerdische natie erkent (iets waar Turkije zich tegen verzet). Lukt dat niet, dan dient de Veiligheidsraad met Bagdad tot een akkoord te komen dat niet langer is gebaseerd op de condities van de wapenstilstand als stok achter de deur. In plaats daarvan moet de Raad aansturen op een regeling van dit twee jaar oude geschil zodat de sancties kunnen worden opgeheven. In ruil daarvoor zou Irak zich opnieuw moeten verplichten de mensenrechten te eerbiedigen en in samenhang daarmee moeten instemmen met de komst van mensenrechten-inspecteurs, met ongehinderde humanitaire hulpverlening en met reële autonomie voor Koerden en shi'ieten.

Meer in het algemeen moeten de Westerse regeringen op zoek gaan naar een manier om niet alleen Irak maar ook andere regeringen in de Derde wereld ervan te overtuigen dat duurzame controle op naleving van de mensenrechten een humanitaire noodzaak is, en geen vorm van straf of inbreuk op de nationale soevereiniteit.

Ze zouden een begin kunnen maken door de VN te vragen schendingen in eigen land te onderzoeken. Vorige week heeft de Commissie toegezegd een rapporteur over vreemdelingenhaat en racisme te benoemen. De Europese regeringen zouden de eersten moeten zijn die deze rapporteur uitnodigen. Dat verleent het VN-onderzoek een hechtere basis en ontkracht Iraks argument dat de Westerse aandacht voor de mensenrechten politiek zou zijn gemotiveerd. Wie weet helpt de nieuwe rapporteur de Westerse regeringen zelfs bepaalde onverkwikkelijke dilemma's op te lossen.