Het swingende ineens weg bij Amsterdam

AMSTERDAM, 5 MAART. Dokter Joep Brenninkmeijer zit bij de hervatting van de hockeycompetitie in de mannenhoofdklasse, komende zondag, gewoon op de bank bij Amsterdam. De 45-jarige coach heeft serieus overwogen om na de winterstop niet meer terug te keren. Vier dagen lang stond hij op het punt dat drastische besluit te nemen, aldus Brenninkmeijer. “Het was na Bloemendaal-Amsterdam, onze laatste wedstrijd. We verloren met 2-1. In de eerste helft liep het echt fantastisch, 1-0 voor. Daarna was het over. Ik begreep er niets van. Ik was ontzettend teleurgesteld. En toen de journalisten mijn team begonnen aan te vallen, heb ik gezegd dat ze eerst maar eens naar de coach moesten kijken. Waarom kon ik de ploeg niet goed laten doorhockeyen?”

Het verlies tegen Bloemendaal betekende dat Amsterdam in de laatste zes duels slechts drie punten behaalde. Na de eerste zes stond de ploeg nog aan kop, ongeslagen - twaalf uit zes. “In die periode was iedereen in vorm, de omstandigheden waren ideaal. Het liep als een trein. Er is niet voor niets zo veel publiek bij onze wedstrijden geweest”, herinnert Brenninkmeijer zich. Hij heeft vooral zoete herinneringen aan de afgetekende 8-1 zege tegen Tilburg, nu op de ranglijst een plaats boven Amsterdam.

Brenninkmeijer waarschuwde wel voortdurend voor een te groot optimisme, maar ook hij had een zo'n drastische terugval niet voorzien. “Ineens was het swingende eruit.” Met name de positieve reacties van spelers en bestuur weerhielden de coach er van de schuld op zich te nemen en op te stappen. Brenninkmeijer ging voor zichzelf op zoek naar verklaringen. Natuurlijk kwam hij tot de conclusie dat het uitvallen van Taco van den Honert, spelmaker en cornerspecialist, met een gebroken vinger in de zevende competitiewedstrijd (tegen KZ) de balans in de ploeg had verstoord. Maar ook dat de tegenstanders zich steeds beter op het Amsterdamse spel en strafcorner waren gaan instellen en dat de speelstijl de eigen ploeg veel energie heeft gekost. In de tweede helft van de competitie zal Amsterdam, zoals Brenninkmeijer zegt, “niet meer met de volle press hockeyen”. “Wel aanvallend, maar iets genuanceerder.” Om daar aan te wennen werden liefst elf oefenpartijen gespeeld.

Brenninkmeijer, huisarts te Amstelveen, is sinds 1981 coach. Hij had eerst heel lang de vrouwen van Amsterdam onder zijn hoede en nu voor het derde seizoen de mannen. Brenninkmeijer, zelf ex-speler van HIC, heeft de trainingen altijd aan iemand anders overgelaten. “Het zou me te veel tijd kosten en het ligt me ook niet echt geweldig, eerlijk gezegd.” Wel neemt hij de conditietrainingen voor zijn rekening. Hij vindt een situatie met een coach en trainer idealer dan dat één persoon beide taken op zich neemt. “Maar dan moeten die twee het wel goed met elkaar kunnen vinden”, aldus Brenninkmeijer. Met de ambitieuze trainer Maurits Hendriks gaat dat momenteel naar behoren. “Ik geef hem veel ruimte.”

Brenninkmeijer verbaast zich er weleens over dat er door de buitenwereld van Amsterdam bij de mannen altijd een toppositie wordt verwacht, net zoals van Ajax en Feyenoord in het voetbal. “En dat terwijl het laatste kampioenschap alweer uit 1976 dateert. Ik weet ook niet precies wat dat is. Het heeft, denk ik, met de historie van de club, het Wagenerstadion en ook de goede prestaties van de vrouwen te maken.” Druk voelt hij er niet door, zijn spelers ook niet. “Bij mijn komst, tweeëneenhalf jaar geleden, bespeurde ik wel een bepaalde spanning bij de ploeg. Dat kwam door die dwaze gedachte van het bestuur dat het honderdjarige bestaan van de club (in 1992, red.) moest worden gevierd met een titel. Nou, dwaas is het niet, maar hou het dan wel voor je. De andere clubs hebben die situatie toen goed uitgebuit.”

De ineenstorting van Amsterdam behoort met de lage klasseringen van regerend kampioen HDM (zevende) en Kampong (tiende) tot de meest opvallende zaken in het verloop van de huidige competitie. Zoals waarschijnlijk iedereen moest Brenninkmeijer na een winterstop van ruim tweeëneenhalve maand weer even het geheugen opfrissen en de huidige stand in de hoofdklasse opzoeken. “Ik heb hem opgeschreven en nu hangt hij bij ons in de kleedkamer. Weten de heren de stand nog wel, heb ik aan mijn spelers gevraagd. Niet helemaal dus. Ze wisten niet of ze vierde of vijfde stonden.”

Brenninkmeijer is er niet direct een voorstander van om de competitie eerder te laten hervatten. Hij vindt wel dat er “iets” moet worden georganiseerd in de winterstop. Zijn voorkeur gaat uit naar een bekercompetitie. “Dan kunnen grote clubs desnoods zonder hun internationals spelen als die met het Nederlands elftal weg moeten. Haal ook de overgangsklassers erbij, is weer eens wat anders.”

De Amsterdamse coach verwacht niet dat zijn ploeg zich nog in de strijd om de titel kan mengen. “Om kampioen te worden heb je 34, 35 punten nodig. En wij hebben er nu vijftien.” Er zijn nog tien wedstrijden te spelen. Volgens Brenninkmeijer behoort een plaats bij de eerste drie wel tot de mogelijkheden. “Dan zouden het goed hebben gedaan, vind ik. Vorig jaar werden we vijfde. Ik ben niet somber, hoor. Ik heb een stel goede jongens.”

Stand mannenhoofdklasse:

HGC 12-19

Bloemendaal12-19

Klein Zwitserland 12-16

Tilburg 12-16

Amsterdam 12-15

Hattem12-14

HDM 12-13

Oranje Zwart 12-12

Pinoké 12- 8

Kampong 12- 7

Venlo 12- 4

SCHC 12- 1