"Het is weinig intelligent om vooral goedkope woningen te bouwen'

DEN HAAG, 5 MAART. Onlangs gesignaleerd: twee mannen met brillen, de een met krullend haar, de ander met een sik, die rondreden in een auto, terwijl ze de omgeving van Amsterdam beloerden. Het was nog vroeg in de ochtend, de rijp lag op de velden. De mannen hadden het over inbreiding en ander woningbouwjargon, en tuurden af en toe een polder in. Ze zagen visioenen van palen die de grond in worden gestampt.

Hun conclusie aan het einde van die ochtend: extra woningbouw in Nederland is op korte termijn heel goed mogelijk, alleen in de regio Amsterdam is het een probleem. Minister Alders (ruimtelijke ordening en milieu) en zijn staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) waren het eens.

Vandaag ging de ministerraad akkoord met het "Trendrapport Volkshuisvesting' van het bouwlustige koppel. Belangrijkste conclusie: voor 2005 moeten er 162.000 woningen extra in Nederland worden gebouwd, waarvan 144.000 nog deze eeuw. Belangrijkste oorzaak: de toegenomen immigratie, zoals uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek is gebleken. De extra woningen moeten wat duurder zijn, de meeste moeten zonder overheidssubsidie worden gebouwd. Goedkope woningen, zo blijkt uit de statistieken, heeft Nederland meer dan genoeg. Ze zijn alleen niet goed verdeeld.

Dat er nu plotseling meer woningen moeten worden gebouwd dan in al die meerjarenplannen van uw ministerie is opgenomen, betekent dat uw prognoses niet hebben gedeugd.

Heerma: “Dat blijf je houden, die zijn gemaakt met de beste kennis waarover we toen beschikten. Demografische ontwikkelingen kun je voorzien, maar migratie-ontwikkelingen minder. Ik heb daar wel een treffend voorbeeld van. Toen we laatst in een EG-overleg over volkshuisvesting spraken over de grenzen die waren opengegaan, zei elke minister: dat leidt dus tot een grotere toeloop van woningzoekenden uit de EG naar mijn land. Nou, dàt kan dus niet waar zijn.”

Alders: “In 1991 was het migratiesaldo in Nederland voor het eerst hoger dan het geboorte-overschot. Dat komt voor een groot deel door de mensen die hier rechtens zijn, de buitenlanders die aan gezinshereniging en gezinsvorming doen. Dat is een onontkoombaar gegeven.”

Je kunt het probleem ook anders aanpakken: de migratie afremmen. Premier Lubbers heeft deze week gezegd dat Nederland de "kritische grens' heeft bereikt in de mogelijkheden om allochtonen en asielzoekers op te vangen.

Heerma: “Het beleid is erop gericht dat Nederland geen immigratieland moet zijn, daar zijn we het mee eens. Maar we zijn wel lid van een internationale rechtsgemeenschap. Dat heeft consequenties. Je kunt dus niet om gebeurtenissen als die in Joegoslavië heen en we hebben ook niet meer de illusie dat de vluchtelingen daarvandaan maar een paar maanden hier blijven. Dat relativeert ook onze huidige prognoses. Als er nog meer haarden van internationale onrust ontstaan, dan wordt alles weer anders. Maar de vraag komt grotendeels gewoon van de mensen die hier in de jaren zestig met hun ouders naartoe zijn gekomen en nu trouwen.”

U wilt in 1995 de subsidies op de sociale huurwoningen afschaffen. U schaft dus eigenlijk de sociale woningbouw af.

Heerma: “Nee dat is niet waar, want er blijven woningen beschikbaar voor de mensen met de smalle beurs. De subsidies die we nu geven gaan onder andere naar de reserves van de woningbouwverenigingen. Als je uitgaat van een lage rente, een lage inflatie en de huidige huurtrend, moet de sociale sector zichzelf straks kunnen redden.”

Nieuwbouwwoningen zijn al niet meer betaalbaar voor de laagste inkomens, dus dat zijn ze straks zeker niet meer.

Heerma: “We blijven wel subsidiëren, hebben we aangegeven, we gaan werken met een bereikbaarheidstoeslag. Dus daar, waar het nodig is, maar niet meer voor elke sociale woning in heel Nederland. En we houden vast aan een verhouding zeventig procent ongesubsidieerd en dertig procent sociale nieuwbouw. Het blijven dezelfde sociale woningen, maar zonder subsidie. Met de dan geldende huur moet dat kunnen.

“Als je kijkt naar de bestaande voorraad, dan zie je dat we meer dan genoeg goedkope woningen hebben. Terwijl de vraag juist overwegend naar wat duurdere woningen is. Dan is het weinig intelligent om te zeggen: we gaan vooral goedkope woningen bouwen. Voor een goede verdeling zijn veel meer de driehonderdduizend bestaande woningen die door verhuizing jaarlijks vrijkomen van belang. Je kunt ook al zien dat de dure scheefheid (mensen met een laag inkomen in een dure woning, red.) terugloopt. De goedkope scheefheid (het omgekeerde, red.) loopt inderdaad op. Omdat mensen meer zijn gaan verdienen.”

U gaat binnenkort een wetsvoorstel indienen om tijdelijke huurcontracten mogelijk te maken. Wie meer is gaan verdienen krijgt dan de keuze om of te verhuizen of meer huur te gaan betalen. Wanneer voert U deze maatregel in?

Heerma: “Wat mij betreft: nooit. Het is een mogelijkheid die we achter de hand willen hebben. Maar ik geloof in strategische nieuwbouw. Je moet de woningen bouwen waar de markt om vraagt, dan komt de doorstroming vanzelf op gang.”

Wethouders in de grote steden zeggen: ik heb een grote lijst met woningzoekenden die bijna allemaal tot de laagste-inkomensgroepen behoren, dus er moeten meer sociale woningen komen. De woningbouwverenigingen vinden dat ook.

Heerma: “Ja, roerende verhalen hoor. Dan zeg ik: ben je wel eens in Delft geweest? Daar hebben ze de inschrijving van woningzoekenden afgeschaft en laten ze de mensen zelf zoeken en reageren op advertenties. Meteen bleek de woningnood veel en veel kleiner. Wat zeggen mij die kaartenbakken met woningzoekenden.”

En wat antwoorden die wethouders dan?

“Dan zijn ze meestal stil.”

De steden hebben dus in het verleden de fout gemaakt dat ze juist te veel goedkope huurwoningen hebben gebouwd.

Alders: “De een wat meer dan de ander. De meeste zijn nu wel begonnen met een goede differentiatie. Wie daar te laat mee is, zoals Groningen, merkt de gevolgen. Daar hebben ze nu problemen met het vinden van plekken voor de duurdere woningen die ze wel willen hebben. De 70-30 verhouding die we voorstaan, accepteert de ene gemeente gemakkelijker dan de andere, maar als je er maar voor zorgt dat die verhouding voor de hele regio geldt, wordt in het algemeen gezegd: daar kunnen we ons zeer wel in vinden.”

De steden blijven zitten met oude stadswijken waar de allochtonen zijn geconcentreerd omdat daar de goedkoopste woningen staan. Dat vergroot de kans op segregatie. De Rijksplanologische Dienst heeft gewaarschuwd: de Nederlandse steden hebben nog geen getto's, maar ze kunnen er wel ontstaan.

Alders: “Daarom is van groot belang dat de menging van duurdere en goedkope woningen die wij in de nieuwbouw voorstaan, ook in de stadsvernieuwing wordt gehanteerd. Je kunt in stadsvernieuwingswijken niet meer uitsluitend bouwen voor de lagere inkomens. Je zult ook daar ongesubsidieerde woningen moeten neerzetten. Die differentiatie is een belangrijke opgave bij de stadsvernieuwing.”

Heerma: “Het is een beladen onderwerp en ik wil het ook niet bagatelliseren. Maar waar hebben we het over? Over de vrijheid van de woonconsument. Die maakt uit waar hij wil wonen. Je ziet dus concentratieverschijnselen. Is dat erg? Neem een Marokkaans gezin dat hier al 20 jaar woont. Stel: de man is geïntegreerd, zijn vrouw spreekt nauwelijks Nederlands en hun zoon die hier is opgegroeid, is een echte Amsterdamse jongen geworden. Is het raar dat die mensenbij elkaar willen wonen in een wijk waar ook Marokkaanse winkels zijn en de moskee vlakbij is? Het wordt alleen anders als dat Marokkaanse gezin geen keuze heeft: dat ze in die wijk moeten wonen. Maar als je segregatie wilt tegengaan, gaat het veel meer om goed onderwijs, een goed arbeidsmarktbeleid. Wat dacht je, als ik extra geld stop in de stadsvernieuwing en die wijk opknap, dat dan de problemen zijn opgelost? De vraag is: wil je die mensen spreiden. Ik zeg: nee, laat het aan de mensen zelf over.”

U wilt dat huren kostendekkend worden en woningen op den duur zonder subsidie worden gebouwd. Gemeenten mogen hun eigen bouwprogramma samenstellen. Misschien worden ook de premies voor de koopwoningen afgeschaft. Blijft er nog volkshuisvesting over voor het volgende kabinet?

Heerma: “We handhaven de indiduele huursubsidie, al kijken we ook of we die taak zelf moeten blijven uitvoeren. Je blijft natuurlijk met verdelingsvraagstukken zitten. Je blijft de doelgroepen, de lagere inkomens houden. Er zijn nieuwe zaken aan de orde: de woonzorgprojecten voor ouderen, de asielzoekers. Je houdt dus centrale taken over. Maar ik geef toe: een volgende staatssecretaris zou best wat milieutaken van de minister kunnen overnemen.”