Het geheime leven van Joop ter Heul; Zou Pa dan soms toch iets gemerkt hebben?

Beste juffrouw Josephine

- of mag ik zeggen: Lieve Joop, dat weet ik met jou nooit. Ik heb verschrikkelijk lang zitten piekeren voor ik werkelijk van stapel ben gelopen met dit epistel. Geef toe dat 't nogal moeilijk is: ik moet net doen of ik je nauwelijks ken en of er nooit enig contact tussen ons is, en intussen schrijf je me lange brieven en je vraagt mij van alles over dingen waar je met iemand anders nooit, maar dan ook nooit over zou praten. Moppig, noem jij dat, maar of 't moppig voor mij is, daar verdiep je je niet in.

Ik moet dan zogenaamd geïnteresseerd zijn in Connie, of in elk geval zij in mij - daar is het allemaal mee begonnen: al die bakvisvriendinnen van jou uit je fameuze Jopopinoloukicoclub waar niemand ooit voluit bij z'n naam wordt genoemd; 't is niets dan Pop en Kit en Pien en Noor en Loutje en Connie of hoe ze allemaal heten mogen - ik heb steeds meer begrip voor de vader van Emilie, pardon: Pop, die nooit kan onthouden hoe al haar vriendinnen heten en ze voor 't gemak allemaal maar Lies noemt omdat-ie dat zo'n goeie naam vindt. En dan heb je een heel gesprek met Connie over de vraag of Ru niet een mooie naam is, terwijl je heel goed weet dat ik er 't land aan heb dat mijn naam wordt afgekort: je doet 't er om, zoals met alles. Josephine ter Heul, je bent een harteloos wezen, alleen maar geïnteresseerd in zijden Liberty blouses en "het verkwikkende woord taartjes-eten', of wat jullie een C.J. noemen - een Coupe Jacques van Maison Woerden - ik weet waarachtig niet waarom je uitgerekend aan mij zulke geheime brieven schrijft, over zulke delicate kwesties en in zo'n onleesbaar kriebelschrift.

En ik moet altijd alles over jou verborgen houden terwijl jij over mij helemaal niet discreet bent. Neem dat gedicht over mij, dat je me zo triomfantelijk liet lezen, dat heb je dan volgens jou op bestelling voor Connie geschreven, omdat ze je er een C.J. voor beloofde - "voor een C.J. doe ik alles', had je tegen haar gezegd - en dat gaat dan de hele klas door en wat ik er van denk kan je kennelijk niets bommen. Tegenover je vriendinnen maak je me belachelijk, je zegt dat ik lang en mager ben en dat ik O-benen heb. Maar dat gedicht heb jij toch maar geschreven:

Ru is mijn engel, mijn liefste schat,

'k Wou dat ik Ru in mijn lessenaar had.

Volgens mij zou je dat niet schrijven als je er in je hart niet wat van meende, maar waarom mag dan niemand 't weten dat we wel eens samen, zoals jij dat noemt, naar huis slingeren. Wat zanik je weer, zeg je altijd als ik daarover begin, maar waarom wilde je dan met alle geweld zo'n tip-top-foto van mij, en waarom is dat ook weer zo vreselijk geheim? Kijk niet zo onlief, zei je nog, en dan hoor ik later dat die foto de hele klas rond is gegaan en tenslotte is ingerekend door de Generaal. Misschien heb je helemaal geen hart; zei je niet dat je Ma al iets prevelde van een misdadige aanleg?

't Is me overigens een bende wel, daar op die HBS van jullie, 't gym is heel wat rustiger en je leert er nog Grieks ook: ik zal je zodadelijk laten zien hoe profijtelijk dat is. Je wilde immers van mij weten wat verliefde mensen nu eigenlijk uitspoken als ze met elkaar alleen zijn, daar kom je telkens op terug. Waarom vraag je dat aan mij overigens en niet aan je zuster die nu immers verloofd is, met jouw charmante natuurkundeleraar nog wel, met wie jij volgens mij flirt bij het leven als je maar even de kans krijgt. Is het daarom dat je bij ze in de kamer bleef plakken en weigerde op te krassen, zogenaamd omdat jouw eigen kamer zo koud was? Je bent een echte pestkop. Maar vooruit dan: misgeomai en philotheti heet het in het Grieks en als we dat tegenkomen in Homerus doet iedereen heel schichtig en dan moeten we het vertalen als vermengen in liefde.

Wat schiet je daar nou mee op hoor ik je al zeggen, maar nu komt het: Pa heeft in zijn boekenkast een boek staan, Daphnis en Chloë, in 't Grieks, en mijn ouwe heer vermoedt niets maar 't geval wil dat ik dat nu al vrij aardig kan lezen, zoals ik onlangs heb ontdekt. Het is een heel oude uitgave, gedrukt in 1858 in Parijs, het hing helemaal uit elkaar en daar heb ik heel slim gebruik van gemaakt: ik heb 't uit de band gehaald en er m'n ouwe meetkundeschrift voor in de plaats gedaan, dat is zowat even dik, dus niemand ziet 't. En nu ben ik 't aan 't lezen. Het gaat over een herder en een herderin, Daphnis en Chloë dus, ze zijn allebei vondeling en smoor op elkaar, maar ze weten niet wat er met ze aan de hand is. Ze snappen er niets van: ze zoenen elkaar de hele tijd, maar hoe moet 't daarna verder? Dan komt er een oude man, Philetas, en die vertelt ze dat ze in de greep zijn van de God van de Liefde.

Maar wat houdt dat dan in? Dat legt Philetas uit, hij vertelt: "Ja, zelf ben ik ook eens jong geweest en ik werd verliefd op Amaryllis. En ik vergat te eten, en ik dronk niets, en kon de slaap niet meer vatten. Mijn ziel deed pijn, mijn hart klopte wild, mijn lichaam werd koud als ijs. Ik placht het uit te schreeuwen of ik geslagen werd, en stil te vallen alsof ik in een lijk was veranderd; ik stortte mij in rivieren of ik in brand stond. Ik placht Pan aan te roepen om hulp, hij was immers zelf verliefd geweest op die Denneboom. Ik placht Echo te prijzen omdat zij Amaryllis' naam na mij herhaalde. Ik brak mijn Pansfluit want hoewel de koeien erdoor betoverd werden kon zij mij Amaryllis niet bezorgen. Want er is geen medicijn voor de Liefde, niets dat je kunt drinken en niets dat je kunt eten en geen magische toverformule die je kunt zeggen. De enige remedies zijn kussen en omhelzen en samen neerliggen met naakte lichamen."

Zo, juffrouw Ter Heul, je zegt altijd dat je zo dankbaar bent dat je geen Grieks en Latijn hoeft te leren, "ik heb 't al zo moeilijk' zeg je dan, maar nu zie je dat 't toch ergens goed voor is; ik heb 't misschien niet vertaald zoals 't hoort, Van Delft (mijn leraar Grieks) zou waarschijnlijk allerlei aanmerkingen hebben, maar daar komt het op neer: die drie remedies, denk daar maar eens goed over na. En bedenk dat deze woorden werden geschreven door iemand, al zal 't je een zorg zijn, voor wie er geen medicijn is.

Als altijd, je (ondanks zijn o-benen) innig toegenegen,

R.

PS

Als je mij nu weer eens schrijft, kun je dan voor 't eind niet eens een betere formule bedenken dan "'n poot van je Joop', de laatste keer was 't zelfs "een oudejaarspoot': daar ben ik de hele nieuwjaarsdag mismoedig van geweest.

Lieve Joop,

van jou begrijp ik ook niets! Je was nog niet ingetrokken bij je zusje, dat nu met die natuurkundeleraar getrouwd is, of je liet me weten dat je me verwachtte, allemaal weer in het diepste geheim. Je bleek alleen thuis te zijn en kondigde aan dat je wilde onderzoeken "hoe dat was, met naakte lichamen tegen elkaar aan liggen net als die Scylla en Charybdis'. Niet Scylla en Charybdis, malle Joop, Daphnis en Chloë heten ze, dat probeerde ik nog te zeggen maar je was zo ongeduldig dat je niet luisterde. Toe, doe niet zo azijnachtig, zei je.

Je bent wel sans-gène moet ik zeggen: voor ik me kon omkeren had je je al uitgekleed! Ik zie nog je Liberty-blouse en je step-in op de grond liggen. En dat is dan die Joop ter Heul die bekend staat als een Sainte-Nitouche en niet eens goed vindt dat je haar hand vasthoudt op weg naar school; ik moest me in mijn arm knijpen om me ervan te vergewissen dat ik niet droomde. Ik was heel wat verlegener dan jij, maar dat maakte je alleen maar ongeduldiger.

Je zei nog: als nu m'n geëerde zuster eens binnenkwam, maar die was gelukkig hoog en droog met haar man in Noordwijk, waar je moeder verpleegd wordt. En daar lagen we dan, als Scylla en Charybdis. Je vond het "Kedibi', dat is weer zo'n woord van je vriendinnenclub, ik weet niet wat het betekent, leuk, geloof ik, maar ik kan me vergissen; en je wou weten hoe 't verder moest.

Hoe ik er aan toe was vroeg je niet eens. Ach Joop...

Of ik dan niet verder had gelezen in dat boek. Jawel, maar daar was ik niet veel mee opgeschoten. Hier is wat ik nog vertaald had:

"..Het kussen vond zijn beslag en het omhelzen hing er mee samen, maar zij waren wat traag met het proberen van het derde remedie, aangezien Daphnis het niet durfde voorstellen en Chloë het initiatief niet durfde te nemen..'

Ze was dus niet zo voortvarend als een zekere Joop ter Heul. Maar goed, dan gebeurt er van alles en tenslotte proberen ze het, ze gaan naakt tegen elkaar liggen.

"..het was net als in hun dromen, ze lagen daar een hele tijd of ze aan elkaar vastgebonden waren. Maar aangezien ze geen idee hadden wat daarna te doen en dachten dat de liefde niet verder kon gaan, kwam er niets van terecht en zij verspilden het grootste deel van de dag..'

Nu weet je dat ze allebei geitenhoeders waren. Sommige dingen waren Chloë niet ontgaan - zomin als jou toen je vertelde hoe mal de hond van de melkboer had gedaan met de kleine Fidèle van Juffrouw Greet - en ze zei:

"Maar Daphnis, heb je niet opgemerkt dat de schapen en de geiten er bij blijven staan? De bokken en de rammen bespringen de ooien van achteren. En jij wil dat ik naast je kom liggen - en zonder kleren aan, hoewel je kunt zien dat ze veel meer bedekt zijn met haar dan ik, zelfs wanneer ik gekleed ben!

Maar zij deed zoals hij vroeg en Daphnis lag neer naast haar en bleef daar gedurende lange tijd; maar geen idee hebbend hoe te doen wat hij zo hartstochtelijk verlangde, deed hij haar weer opstaan en, het voorbeeld volgend van de bokken, trachtte hij haar van achteren te omhelzen. Toen, zich nog meer verbijsterd gevoelend dan tevoren, ging hij zitten en barstte, bij de gedachte dat het minste schaap meer van de liefde afwist dan hij, in bittere tranen uit.'

Ze waren dus precies net zo ver als wij - en meer heb ik niet kunnen lezen, want toen was het Kerstvakantie en het leek mij veiliger om 't boek weer op zijn plaats te zetten. Net op tijd, geloof ik, zou Pa dan soms toch iets gemerkt hebben? Want nu staat 't er niet meer. Ik heb overal gekeken maar 't is weg.

Over mijn bittere tranen zwijg ik maar. En dan al die geheimhouderij van jou, als ik je met je vriendinnen tegenkom doe je net of je me niet ziet. Op mijn somberste ogenblikken denk ik dat 't voor jou niet meer was dan 'n experiment, en dan denk ik... - maar nu moet ik naar bed, het loopt al tegen enen. Lieve Joop, vergeet niet dat Chloë en Daphnis elkaar eeuwige trouw hadden gezworen.

Je R.

O Joop, lieve Joop,

wat ben je toch hard. Als een bikkel! Ik heb je nu al zo vaak opgewacht na schooltijd en dan loop je straal langs me heen. Volgens mij ben je verliefd op Leo van Dil, al wil je het niet weten, en ondertussen zat je met het Van Rhijn-joch te flirten op de cosy-corner - ja denk maar niet dat 't niet gezien is, iedereen weet allang dat hij je hand heeft gezoend en tegen je gezegd heeft: "Kleine kat, ik krijg je wel.' En later, terwijl die mallotige H. de Wilde zong van:

Windes verweht wie die Blätter am Baum

Liebe - ein Traum, nur ein Traum..

toen liet je toe dat hij zijn arm om je schouders legde. Ik hoor je nog zeggen: "ik wou eens zien hoe dat is', en, nog veel erger: "voor een C.J. doe ik alles'. Was het voor jou maar een experiment? Ik zal nu maar zeggen waar ik zo bang voor ben: dat is die natuurkundeleraar, die met je zusje getrouwd is en met wie je onder één dak woont - dat je 't aan hem vraagt. Want die weet natuurlijk heel goed hoe het verder moet en volgens mij is hij verre van afkerig om je dat eens te laten zien, om van jou maar te zwijgen. En niet eens voor een C.J. maar "om de zon' zoals jij dat noemt.

O lieve lieve Joop, ben ik dan echt niet meer dan een proefkonijn? Ik heb Pan al heel wat keren aangeroepen maar die houdt zich Oost-Indisch doof. Ik hoor je denken: O die Ru met z'n o-benen, dat is zo'n domme goedzak, die zegt toch niets, die doet precies wat ik wil. En het ergste is, 't is nog waar ook. Ik moet telkens denken aan hoe je me hebt laten herhalen wat ik moet zeggen, als ik je ooit later nog eens zou ontmoeten; dan zal jij zeggen (je bent dan natuurlijk al lang mevrouw Van Dil): "Bent U niet Ru? Die op het gym ging? Ik herkende u direct... Herkent U mij niet?'

En dan moet ik voorwenden dat ik niet weet wie je bent en iets mompelen als: "Nee, eh.. of toch..'

Dan zeg jij: "Kent U me werkelijk niet meer? Ik was vroeger Joop ter Heul. Een vriendin van Connie Ralandt..'

Ik moet dan net doen of ik het me weer herinner en meedoen met die hele flauwe comedie. En ik weet nu al dat ik 't nog doen zal ook. Maar mijn hart zal er bij breken.

"Maar niet het mijne,' zal je denken als je dit leest, want ik weet precies hoe je bent. Dat hoeft niemand mij te vertellen. Jij vindt het allemaal heel "Kedibi', en wie weet vertel je 't later nog eens aan je vriendinnen en die vinden 't dan ook geweldig Kedibi.

Lieve Joop, vaarwel.

Als altijd (en voor altijd),

je R.