Fuchs "amper betrokken' bij beleidsplan; "Gemeentemuseum eigenlijk al failliet'

ROTTERDAM, 5 MAART. “Het Haags Gemeentemuseum is eigenlijk failliet. De gehele museumstaf probeert nu zo creatief mogelijk met dat faillissement om te gaan.”

Dat zei gisteren J.L. Locher, waarnemend directeur van het museum, over het financiële tekort van bijna vier miljoen gulden dat de afgelopen twee jaar is gerezen onder het regime van oud-directeur Rudi Fuchs. Hoogstwaarschijnlijk wordt hij Fuchs' opvolger: vanmiddag werd bekend dat zowel de medezeggenschapscommissie van het museum als een gemeentelijke commissie zijn kandidatuur steunen.

Sinds vorig jaar zomer wordt gewerkt aan een reorganisatie. Daarnaast bereiden Locher en Hans Buurman, manager bedrijfsvoering (a.i.), sinds november de invoering van een beleidsplan voor. Rudi Fuchs, die gisteren in deze krant verklaarde daar anderhalf jaar met anderen aan te hebben gewerkt, is daarbij volgens Locher “nauwelijks betrokken geweest.”

Inmiddels heeft Buurman de plaats ingenomen van zakelijk leider C. List, die zich in de toekomst buigt over sponsoring en externe contacten.

Het beleidsplan behelst eeen strakkere interne organisatie van het museum. De nieuwe directeur, die vermoedelijk eind maart of iets later benoemd zal worden, zal worden bijgestaan door drie afdelingshoofden. “De nieuwe bedrijfsvoering, een klassieke variant, komt in sterke mate overeen met die van Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam,” zegt Locher. “De sectorhoofden zijn het misschien niet eens met het plan, maar ze moeten er wel van weten.” In het museum werken zo'n 160 mensen op 119 formatie-plaatsen.

Voortaan wordt toegezien op exacte budgettering van afdelingen en projecten. Manager Buurman zei gisteren dat het er tot voor kort in het museum nogal “chaotisch” aan toeging. De kosten van een project werden pas inzichtelijk nadat de uitvoering daarvan al in werking was gezet. “Het geld mag niet wéér wegglippen zonder dat wij er zicht op hebben,” zegt Locher.

Het museum overweegt taken op het gebied van presentatie en collecties af te stoten. “Een dergelijke maatregel kan ook afgedwongen worden,” aldus Locher. “Maar ik streef daar beslist niet naar. Ik zal mijn uiterste best doen de kern-onderdelen overeind te houden.”

Overigens is een deel van de 70.000 objecten die het museum wil afstoten - de collectie omvat 150.000 stukken -, al overgebracht naar elders. Het betreft de complete meubelcollectie van vóór 1850, driehonderd schilderijen en vloerkleden. Ook een groot deel van de kostuumcollectie komt daarvoor in aanmerking, vertelt Locher. De gemeente is in 1991 unaniem akkoord gegaan met het hanteerbaar en controleerbaar maken van de verzameling door "opschoning'.

Delen van de collectie, zoals kunstnijverheid van islamitische oorsprong en uit landen als China en Japan, tot voor kort opgeslagen in depot in afwachting van een verbouwing, zullen deze zomer al te zien zijn in een soberder opstelling dan gepland. “We wilden eerst wachten op grotere fondsen voor een bouwkundige ingreep, nu kiezen we voor vitrines. Onze energie is de laatste jaren vooral gestopt in de hergroepering van de schilderijen op de eerste etage, op de realisering van nieuwe expositiezalen en de muziekafdeling. Voor de kunstnijverheid hebben we vergeefs naar sponsors gezocht.”

In het prentenkabinet zullen meer “gevarieerde tentoonstellingen van grafiek en tekeningen geboden worden om ook een zo gevarieerd mogelijk publiek terug te krijgen”. In het najaar stelt men de negentiende- en twintigste-eeuwse tekeningen uit de eigen collectie tentoon die vorig jaar naar Baltimore reisden. “Het stadhuis heeft voorgesteld om de grafiek van Maurits Escher te exposeren. Zo'n naam klinkt goed, en men verwacht dan veel mensen. Dat zullen we dan wel doen,” aldus Locher, die ook de collectie niet-westerse muziekinstrumenten “duidelijker zichtbaar” wil presenteren. “We móeten wel populistisch zijn. Als je je niet bekommert om de financiën is het publiek geen factor; nu wel.” Het jaarlijkse tentoonstellingsbudget is vastgesteld op twee ton. In 1992 hebben zo'n 70.000 mensen, een zeer laag aantal, het museum bezocht. “Dat waren trouwens niet allemaal betalende bezoekers,” aldus Locher.

De activiteiten van de Haagse stichting Stroom, zoals discussies, fora en performances zullen voortaan in het museum worden ondergebracht. Het educatieve programma, dat al drie jaar in samenwerking met het conservatorium, de Koninklijke Academie en de Leidse universiteit ook in het museum wordt verzorgd, wordt “zwaar uitgebouwd”, zegt Locher. Zeshonderd studenten volgen jaarlijks als verplicht studie-onderdeel, in gezelschap van toehoorders, lezingen van onder anderen Locher zelf: “Je pakt mensen die voor de kunstgeschiedenis gekozen hebben. En al is er maar één van dat gezelschap getroffen, je bindt hem voor het gehele leven.”

Overigens zal het museum binnenkort een nieuwe ruime boekwinkel openen. “Daar was al veel eerder een mooie vormgeving voor bedacht, die we nu niet meer kunnen terugdraaien. Ook de voorlichting aan het publiek zal worden verbeterd en het contact met vrienden van het museum zal systematischer worden aangepakt.

“We zitten met de gebakken peren. Dat is de realiteit. We proberen niet teveel naar het verleden te kijken, maar constructief te blijven, en een mooi museum voort te zetten”.