Franse veiligheidsdienst tapte telefoon journalist af

PARIJS, 5 MAART. Het Franse dagblad Libération heeft gisteren documenten gepubliceerd waaruit blijkt dat veiligheidsagenten van president Mitterrand halverwege de jaren tachtig de telefoon afluisterden van een onderzoeksjournalist van Le Monde. De journalist werkte destijds aan een verhaal over hen.

De documenten bevatten de neerslag van zestien telefoongesprekken die de journalist, Edwy Plenel, tussen december 1985 en februari 1986 vanuit zijn huis voerde. Plenel heeft de authenticiteit van de gespreksverslagen bevestigd. Hij zei gisteren dat hij destijds al het vermoeden had te worden afgeluisterd, maar dat hij dat nooit had kunnen bewijzen. “Het was een publiek geheim dat de presidentiële veiligheidsdienst telefoons aftapte, vooral die van journalisten”, zei hij. Nu het bewijs daarvoor was geleverd, zal hij gerechtelijke stappen ondernemen, zo kondigde Plenel aan. Hij wil vooral weten wie de opdrachtgever is geweest.

Het Elysée wil niet op de onthulling reageren. Premier Bérégovoy, die in een reactie het illegaal afluisteren van telefoons verooordeelde, heeft een onderzoek gelast. Afluisteren is in Frankrijk doorgaans alleen toegestaan als de afgeluisterden worden verdacht van een (op handen zijnde) misdaad. Maar sluitende wetgeving daarover is er pas sinds 1991.

Plenel was in de genoemde periode bezig met een verhaal over de anti-terrorisme eenheid van de Franse inlichtingendienst, die zelf belastend bewijsmateriaal bleek te hebben gefabriceerd tegen drie IRA-verdachten. Plenel had zich eerder onderscheidden met onthullingen over de bomaanslag door de Franse geheime dienst op een Greenpeaceschip in Nieuw-Zeeland.

De anti-terrorisme eenheid was in 1982 opgericht na de aanslag op een Joods restaurant in Parijs. De eenheid is ontbonden nadat de drie Britse IRA-verdachten onschuldig bleken te zijn. (Reuter, AP)