Fokker worstelt met de financiering van een weiland vol vliegtuigen

ROTTERDAM, 5 MAART. De befaamde beelden van de zogeheten white tails (witte vliegtuigstaarten) in de Mojave-woestijn (Californië) worden sinds enkele maanden weerspiegeld in het gras bij vliegveld Woensdrecht. Wat in de Verenigde Staten in een uitgestrekte woestijn staat, wordt in Nederland gestald in een oer-Hollands weiland: onverkochte vliegtuigen.

Het grote probleem van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker is wat bij luchtvaartanalisten de "financiering van het weiland' is gaan heten. Terwijl de verkoop van de Fokker 50 al jaren moeizaam verloopt, loopt nu ook de afzet van het paradepaard Fokker 100 al een tijdje zo ver achter bij de produktie dat Fokker onlangs tot een capaciteitsreductie hefet besloten. Het gevolg is een rij van tientallen roerloze F100-toestellen, die dagelijks geld kosten aan rentelasten in afwachting van een koper. Met de huidige malaise in de luchtvaart, waarin de maatschappijen vorig jaar een gezamenlijk verlies van 13 miljard gulden noteerden, kunnen de afnemers nog wel enkele jaren op zich laten wachten.

Om de druk op de kasstroom te verlichten stapte Fokker begin dit jaar naar de Nationale Investeringsbank (NIB) met het verzoek om een lening van 800 miljoen tot 1 miljard gulden. De bedelgang werd ook ingegeven door de angst dat de overname door Deutsche Aerospace (Dasa) alsnog zou afketsen, een mogelijkheid die nog steeds niet is uitgesloten. In een zogeheten stand alone- of fall back-scenario moet Fokker het zonder Dasa in elk geval enkele maanden alleen zien te rooien totdat een andere partner is gevonden.

Het idee van Fokker was de groeiende vloot "witte staarten' onder te brengen in een aparte juridische eenheid, die gefinancierd zou moeten worden met de gelden van de NIB. Daarmee zouden de rentelasten niet langer direct drukken op het kasgeld van Fokker, maar op die van een door de NIB gedekte dochter-onderneming. Bij een herstel van de markt - en Boeing meldde gisteren dit al de komende maanden te verwachten - zouden de toestellen van een gekleurde staart voorzien kunnen worden voor een koper.

De NIB heeft de verfilming van het scenario niet willen financieren en dat is geen wonder. Allereerst bestaan de Fokker-toestellen uit onderdelen, die zijn vervaardigd door zogeheten risk-sharing partners. De leveranciers zijn daarmee mede-eigenaar van de geparkeerde vliegtuigen en het is sterk de vraag of zij het prettig vinden dat hun toestel in onderpand wordt gegeven aan de bank, in ruil voor een lening die niet hen maar alleen Fokker ten goede komt. Bovendien is de kans groot dat als de vliegtuigen straks worden verkocht, de kopers eisen dat dit gebeurt tegen een prijs die nu geldt. De "witte staarten' worden dan straks een concurrent van de - uiteraard duurdere - F100-vliegtuigen die tegen die tijd nieuw worden vervaardigd.

Onder druk van Dasa is Fokker dan ook begonnen met het opruimen van de dure voorraden, met andere woorden een vermindering van de produktie, die naar schatting van de bonden tussen de 1000 en 3000 banen gaat kosten. Een extra complicatie die zich daarbij voordoet is dat de lease-maatschappij GPA, die behalve voor Fokker ook voor andere bouwers zoals Boeing toestellen verhuurt aan luchtvaartmaatschappijen, in problemen verkeert. De vliegtuigfabrikanten hebben zich verplicht om een aantal afgeleverde toestellen terug te nemen met als gevolg dat de weiland-vloot verder wordt uitgebreid. Fokker wil de toestellen dan maar zelf gaan financieren voor eventuele lease-klanten en creëert daarmee een soort eigen bank.

Behalve de financiering van de F100 en de leasing, heeft Fokker ook nog geld nodig voor de meermalen uitgestelde lancering van de F70. Dat kan Fokker niet opbrengen uit de eigen kasstroom, zodat extra kapitaal nodig is tot het definitieve Duitse "ja' begin april. Hoeveel is niet exact te zeggen, maar afgaande op de berekening dat Fokker sinds oktober vorig jaar een half miljard aan overbruggingskredieten verbruikte, lijkt een bedrag van 200 miljoen gulden een redelijke schatting.

De bewering van Tweede Kamer-lid H. Vos eerder deze week dat Fokker een nieuw overbruggingskrediet behoeft, is dan ook op goede gronden gedaan. De vraag is alleen wie het kapitaalgat wil dichten. Minister J. Andriessen (economische zaken) die al voor een half miljard gulden kredieten verstrekte, staat niet te springen - temeer daar een belangrijke reden voor de verkoop van Fokker nu juist is dat de overheid niet uit de staatskas een bedrijf wil steunen. Voor Fokker rest weinig anders dan aan te kloppen bij Dasa, maar zolang moederconcern Daimler Benz nog aan het wikken en wegen is voelen de Duitsers niets voor een tijdelijke ondersteuning.

De tijd begint echter te dringen voor Fokker. Volgens onbevestigde berichten in de bankwereld bestaat de kans dat het bedrijf de salarissen voor de maand maart niet meer kan opbrengen. Andriessen schreef in een op 3 maart naar de kamer verstuurde brief, dat de volgende week verwachte parafering van de contracten voor de banken genoeg zal zijn om over de brug te komen. Of de banken dit ook doen is de vraag, omdat ook in dat geval de commissarissen van Daimler hun goedkeuring nog moeten geven. In het licht van deze problemen, krijgt de overname door Dasa steeds meer het karakter van een boedelverkoop.