Enschede en Hengelo beslissen over een fusie

ENSCHEDE, 5 MAART. De gemeentebesturen van Enschede en Hengelo staan vandaag voor de historische en voor Nederland unieke beslissing of ze hun steden zullen laten fuseren. Burgemeesters en wethouders van de beide steden buigen zich in een speciale vergadering over een geheim rapport. Daarin zijn de hoofdkeuzes voor de fusie tot de dubbelstad Enschede-Hengelo uitgewerkt. Het gaat onder meer om vragen als waar in het gezamenlijk gebied bedrijfsterreinen en woningbouw ontwikkeld moeten worden. Ook wordt bekeken welke van de twee gemeenten het nieuwe stadskantoor mag huisvesten, waar culturele voorzieningen komen en welke stad koop- en uitgaanscentrum wordt.

Vanochtend durfden bestuurders van beide gemeenten nog geen uitspraak te doen over de uitkomst van de vergadering, die niet alleen in beide gemeenten met spanning tegemoet wordt gezien. Het is in Nederland nog niet eerder voorgekomen dat twee zulke grote steden tot een volledige fusie besloten. Enschede heeft 148.000 inwoners, Hengelo 76.000.

Het fusieproces is eigenlijk al in 1988 begonnen toen het Kabinet in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Enschede en Hengelo als een van de Stedelijke Knooppunten aanwees. De gemeenten lieten daarop een commisie onder voorzitterschap van oud Shell-topman Wagner de mogelijke samenwerking tussen de steden bestuderen. Wil het gebied een rol kunnen spelen in de nationale economie dan moeten Enschede en Hengelo samenwerken, zo luidde het eindoordeel. De steden hoeven dan niet meer met elkaar te concurreren bij de uitgifte van bedrijfsterreinen. Ze kunnen zich samen beter inspannen voor het krijgen van meer woningbouwcontingenten. Door het samengaan van beide ambtelijke organisaties - Enschede heeft 1500 ambtenaren in dienst, Hengelo 700 - moet bovendien een aanzienlijk efficiency-voordeel te behalen zijn, zo voorspelde Wagner. De gemeenten lieten ook dat laatste aspect onderzoeken. De gefuseerde "werkorganisaties' van Enschede en Hengelo zouden tot een besparing van ongeveer 5 procent op het gemeentefondsbudget (200 miljoen) kunnen komen, zo bleek.

Toch betekenden de uitkomsten van die studies niet dat de beide steden zonder slag of stoot tot elkaar kwamen. En ook nu nog is allerminst zeker of het echt zover komt. De keuze wordt door beide gemeentebesturen namelijk niet alleen als een zakelijke afweging gezien, maar wordt ook als een heel emotionele aangelegenheid ervaren. “Dat een dubbelstad meerwaarde heeft is duidelijk”, aldus O. Nieman, projektcoordinator Dubbelstad, “maar de uiteindelijke keuzes die gemaakt moeten worden zijn emotioneel zeer beladen. De kernvraag voor Hengelo is of het zich als kleinste van de twee kan blijven herkennen in het uiteindelijk resultaat en of Enschede bereid is daarvoor iets over te hebben.”

In Hengelo hebben plaatselijke politici dan ook beduidend meer moeite met de fusie dan hun Enschedese collega's. “De scheidslijn loopt in Hengelo dwars door de partijen”, aldus gemeentevoorlichter G. Jilleba. “Sommigen hebben het idee dat ze uitgekleed gaan worden door Enschede. Het is het bekende Calimero-effect.”

De sleutel tot het samengaan is dus of beide steden iets willen toegeven aan elkaar. Een gebaar zou kunnen zijn dat Hengelo als kleinste kern het dubbelstadskantoor mag huisvesten. Hoe het voorstel daarvoor luidt is nog geheim. Het vraagstuk heeft echter al tot heftige duscussies geleid. “Het zou voor Enschede noch Hengelo iets uit moeten maken”, zegt Nieman, “het stadskantoor komt tenslotte altijd in de dubbelstad te liggen.”

Naast de emotionele vraagstukken ligt vandaag nog een andere belangrijke kwestie op tafel die eventueel roet in het eten zou kunnen gooien: het feit dat het Kabinet onlangs in Besturen op Niveau 3 nu ook de mogelijkheid biedt dat heel Twente een aparte zogenoemd gebiedsautoriteit wordt. De burgemeester van Hengelo, W. Lemstra, denkt dat de vorming van de dubbelstad ook in dat geval door kan gaan. Enschede's wethouder Personeelszaken, informatisering en cultuur, H. van der Walle, hield vanochtend echter een slag om de arm: “Ik weet niet zeker of beide plannen uiteindelijk bij elkaar passen.”