DSM zoekt schuldigen winstval buiten het bedrijf

ROTTERDAM, 5 MAART. Zwarte pieten kunnen ze bij het chemieconcern DSM heel goed. Bij de bekendmaking gisteren van de dramatische winstdaling van 57 procent over 1992 tot 224 miljoen gulden werd door de DSM-top vrijwel alles en iedereen hiervoor verantwoordelijk gesteld: de slechte economie, de valutacrisis, de investeringsdrift bij concurrenten en de toevloed van goedkope chemie-produkten uit Oost-Europa. Aan de rol van DSM zelf werden slechts wat reeds vaak herhaalde woorden gewijd.

DSM moet minder conjunctuurgevoelig worden, is de boodschap die DSM-topman mr. H.B. van Liemt al vele jaren predikt. Het bulkchemie-pakket moet vervangen worden door gespecialiseerde - en meer winstgevende - produkten en de onderneming moet zich richten op activiteiten waarin het een wereldleidende positie kan behalen. Daarnaast moet DSM efficiënter en goedkoper gaan produceren.

Het laatste schijnt te gaan lukken, de inkrimping van het personeelsbestand met 3.000 werknemers ligt op schema en moet vanaf 1994 een jaarlijkse kostenbesparing van 200 miljoen gulden opleveren. Sinds vorig jaar is het aantal werknemers teruggelopen van 24.764 tot 22.364, waarbij de meeste afvloeiingen in Nederland hebben plaatsgevonden.

Met de aanpassing van het produktenpakket vlot het echter nog niet al te best. Weliswaar is sinds 1986 één van de meest onrendabele onderdelen, de produktie van meststoffen, zwaar ingekrompen, maar het aandeel van de divisie Koolwaterstoffen en Polymeren van de basischemicaliën is nog nauwelijks geslonken. DSM loopt hiermee ver achter op concurrent Akzo, dat er de laatste jaren wel in is geslaagd om het aandeel van de weinig profijtelijke vezeldivsie te halveren en te vervangen door winstgevende farma- en lakkenactiviteiten. Hierdoor kon Akzo vorige week een winst van 712 miljoen gulden over 1992 bekendmaken, drie procent meer dan in 1991.

In het portfolio van DSM zal de komende jaren weinig verandering komen, bevestigde gisteren DSM-bestuurder ir. S. de Bree, die over enkele maanden voorzitter Van Liemt opvolgt. De chemische basisprodukten vormen volgens De Bree het draagvlak van de onderneming en ze zullen pas op lange termijn door nieuwe produkten vervangen kunnen worden. De Bree rekent er op dat de investeringen die DSM de afgelopen jaren heeft gedaan in de ontwikkeling van nieuwe projecten straks - als de economie weer aantrekt - tot flinke omzet- en winststijgingen kunnen leiden. Over 1992 bedroeg de omzet 9,3 miljard gulden, vijf procent minder dan in het voorgaande jaar.

Vooralsnog lijkt DSM echter de taktiek te hanteren om de kop in het zand te steken en te wachten tot de economische storm is uitgewoed. De onderneming kan zich zo'n houding permitteren omdat, ondanks het feit dat DSM al drie jaar op een rij forse winstdalingen heeft moeten incasseren, de financiële situatie nog steeds zeer gezond is. Het groepsvermogen bedraagt 40 procent van het balanstotaal en de netto rentelasten van 122 miljoen gulden op een genvesteerd vermogen van meer dan zeven miljard gulden hoeven de onderneming ook weinig zorgen te baren.

Ook de angst voor een vijandige overname door een concurrend chemiebedrijf is bij de DSM-bestuurders nog ver te zoeken. Hoewel de lage beurskoers - die de laatste maanden is teruggezakt naar rond de zeventig gulden - de onderneming feitelijk een koopje maakt, omdat de intrinsieke waarde van de aandelen 118 gulden per aandeel bedraagt, weet DSM zich beschermd door de Nederlandse overheid die nog ongeveer een derde van het aandelenpakket in handen heeft. Bovendien - en dat is een nog veel belangrijker argument - zullen maar weinig chemie-ondernemingen er op dit moment in genteresseerd zijn om de weinig rendabele bulkacitviteiten van DSM aan hun eigen produktenpakket toe te voegen.

DSM, dat zelf vele jaren op zoek is geweest naar een "majeure' overnamekandidaat om de eigen positie op de wereldmarkt te versterken, heeft zijn speurtocht sinds vorig jaar opgegeven. Liever dan dure overnames te plegen, streeft de onderneming er nu naar met andere chemieproducenten samen te werken of onderling activiteiten uit te wisselen. Vooral op het gebied van Koolwaterstoffen en Polymeren zou DSM graag een partner binnenhalen, maar deze lijken dun gezaaid te zijn. Volgens Van Liemt is de onderneming voordurend in gesprek met verschillende partijen, al wilde hij niet verder aanduiden wie dat kunnen zijn.

De gemoedelijke stemming die gisteren in het Heerlense hoofdkantoor van DSM heerstte, kon echter niet verbloemen dat de ondernemingstop zich wel degelijk zorgen moet maken over de toekomst. Hoewel het verlies van 39 miljoen gulden in het vierde kwartaal nog grotendeels het gevolg was van de afboeking van de deelneming in DAF voor 40 miljoen gulden, achtten analisten de kans groot dat DSM dit jaar echt in de rode cijfers terecht zal komen. Misschien moet minister Andriessen ook voor deze nationale trots maar alvast een noodscenario gaan aanleggen.