Dramatische momenten diep weggestopt in opera Alceste

Concert: Alceste van C.W. von Gluck door Radio Kamerorkest en Groot Omroepkoor olv Arnold ›stman. Mmv oa Gabriele Lechner, sopraan, Donald Litaker, tenor, Kristinn Sigmundsson, bas. Gehoord: 27/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 5/3 20.02 uur Vara Radio 4.

De opera Alceste (1767) werd door Christoph Willibald von Gluck nog veel bewuster als "hervormingsopera' gebracht dan vijf jaar eerder Orfeo al was. Gluck voorzag Alceste van een befaamd voorwoord: weg met het misbruik dat de zangers van opera maken, terug naar de muziek die emoties oproept en de handeling steunt. De uit 1776 stammende Franse versie van Alceste werd afgelopen zaterdag tijdens de Varamatinee uitgevoerd en is vanavond te horen via Radio 4.

"Edele eenvoud en kalme grootheid' was Glucks motto. Met die kalme grootheid viel het gelukkig nogal mee want er zijn in deze Alceste verrassend dramatische momenten en opwindende licht-donker effecten die sterk doen denken aan Mozart. Even leek de Stenen Gast uit diens Don Giovanni aan het woord toen het orakel aan Alceste de onheilsboodschap gaf over de onvermijdelijke dood van haar echtgenoot Admète: monotoon en ondersteund door trombones.

De "edele eenvoud en kalme grootheid' zaten dan ook voor een belangrijk deel in het Griekse gegeven waarin Alceste het nobele besluit neemt, in de plaats van Admète naar de onderwereld te gaan. De musicus Gluck daarentegen ontpopt zich op sommige momenten als een echte theatercomponist, bijvoorbeeld in de scène waar Hercules opgewekt zijn intrede doet, vergenoegd over zijn zeven geklaarde klussen. Het stralende majeur en het pal daarop volgende rouwzwarte mineur werkt ook in de concertzaal als puur theater.

De kracht van Alceste is tegelijkertijd de zwakte, want van dit soort evident theatrale momenten zijn er maar een paar in de twee uur durende opera. De consequentie van de nieuwe stijl van Gluck met een natuurlijke, doorgaande actie, was dat hij een dramatische vondst niet muzikaal uitdiepte, maar snel op het volgende chapiter overging.

De dramatische momenten zijn verstopt en moeten worden ontdekt. Bij deze uitvoering lukte dat maar ten dele, ook al was er veel te genieten. Koor en orkest musiceerden op hoog niveau, kleurrijk en met veel gevoel voor nuance en articulatie. Gabriele Lechner gaf met haar rijke, lyrische stem een boeiende vertolking van de titelrol en Donald Litaker maakte met zijn dramatische tenor grote indruk als Admète, terwijl ook de kleinere rollen uitstekend waren bezet.

Dat Glucks opera toch niet optimaal werd belicht lag dan ook aan dirigent Arnold ›stman, die de muziek voor zich wilde laten spreken, zonder daarbij zichzelf op de voorgrond te plaatsen. Dat is sympathiek, maar het maakt Gluck niet twee uur lang boeiend. Er waren te weinig stiltes en adempauzes, machtige theatrale middelen om verstopte muzikale gebeurtenissen te accentueren en niet tot voorvallen te degraderen.