Bokser voor de goede zaak; Gevangenisbrieven van Sal Santen

Sal Santen: Dapper zijn omdat het goed is. Brieven uit de cel. Uitg. De Bezige Bij, 204 blz. Prijs ƒ 32,-

“Vaak moet ik aan mijn nicht Betsy denken die altijd zei: Sal jij moet bokser worden, jij bent zo sterk, je wordt vast kampioen. Later ging ze met haar vijf kinderen de gaskamer in. Wie kan zich het onpeilbare verdriet van een moeder indenken van wie de kinderen worden weggenomen om te worden vermoord? Wel, ik ben bokser geworden, bokser voor een zaak die althans wil trachten te voorkomen dat zulke verschrikkingen ooit weer voorkomen.”

Deze regels, ontleend aan een brief die op 3 september 1960 werd geschreven vanuit het Huis van Bewaring aan de Amstelveense weg in Amsterdam, tekenen Sal Santen ten voeten uit. Het zou nog negen jaar duren voor hij debuteerde met de roman Jullie is jodenvolk, maar in de wekelijkse brieven die hij gedurende vijftien maanden gevangenschap iedere zondag aan zijn vrouw Bep en de kinderen schreef en die nu eindelijk zijn gebundeld, kondigde zich zijn schrijverschap al aan. Alle thema's uit zijn latere werk zijn erin verweven: de ongeneeslijke wonden die de Tweede Wereldoorlog heeft geslagen, het verdriet om zijn door de nazi's vermoorde familieleden, de executie van zijn politieke voorbeeld en schoonvader Henk Sneevliet en natuurlijk zijn werk voor de revolutionair socialistische beweging.

Als lid van de dagelijkse leiding van de trotskistische Vierde Internationale werd Sal Santen samen met de internationale secretaris van de beweging, Michel Raptis, op 10 juni 1960 in Amsterdam gearresteerd wegens steun aan de Algerijnse Bevrijdingsbeweging FLN. In de inleiding die Santen nu, dertig jaar later, aan zijn gevangenisbrieven heeft toegevoegd, betoont hij zich nog altijd trots op de praktische solidariteit die hij toen heeft geboden: medewerking aan een verboden wapenfabriek in Marokko en aan het drukken van valse persoonsbewijzen en vals geld voor de Algerijnse vrijheidsstrijders. Maar ook zegt hij: “Individuele terreur werd van ons niet verwacht, en als principiële tegenstanders daarvan, hadden wij daar zeker niet aan deelgenomen.”

Wie Santen kent, en vooral: wie zijn werk kent, weet dat dit laatste waar is. Een zachtmoediger en liefdevoller mens is nauwelijks denkbaar, een indruk die nog eens wordt bevestigd door zijn brieven uit de cel. Op zich stellen deze, als gevolg van de gevangenisregels en de censuur, sober gehouden epistels niet zo heel veel voor: liefdesbetuigingen aan vrouw en kinderen, dagelijkse beslommeringen en pogingen zichzelf en zijn dierbaren moed in te spreken, maar in al hun argeloosheid zijn ze, dertig jaar na dato, nog altijd in staat om de lezer tot razernij te brengen.

Hoe is het mogelijk dat in een beschaafd land anno 1960 een 45-jarige man die geen vlieg kwaad deed, enkel en alleen op grond van zijn politieke overtuiging ruim een jaar(!) in voorarrest werd gehouden om uiteindelijk tot vijftien maanden cel te worden veroordeeld? Niet voor niets is dit brievenboek opgedragen aan de in 1991 overleden Amsterdamse advocaat Jacq Hubert Smeets, die in dit grootste politieke proces van na de oorlog als Santens verdediger optrad en deze schande aan de kaak stelde.

Verzachtende omstandigheden waren er voldoende, zoals zo ontroerend uit Santens brieven blijkt. Terroristische motieven speelden, zoals gezegd, geen rol, wel Santens overtuiging dat verzet tegen het Franse optreden in Algerije “van even groot belang (is) voor de democratische vrijheden als het verzet uit de oorlog.”

Sal Santen bleef na de Tweede Wereldoorlog als enige van zijn familie over: zijn oudere zusje Saartje, aan wie hij later vele verhalen wijdde, was al ver voor 1940 overleden, in de oorlog werden zijn vader, zijn zieke moeder en zijn broer Maurits gedeporteerd en vergast. De stiefvader van Santens vrouw Bep, Henk Sneevliet, werd als revolutionaire leider door de bezetters op 13 april 1942 gefussilleerd en diens vrouw overleefde het Vernichtungslager Ravensbrück. In een bekroonde documentaire "Sal Santen, rebel' die de cineast Rudolf van den Berg in 1982 maakte, herhaalde Santen hoe hij tegenover de rechter het vervalsen van persoonsbewijzen verdedigd had: “Uit eigen ervaring wist ik dat zo'n vodje van levensbelang kon zijn.”

Had iemand met Santens politieke overtuiging en met zijn oorlogservaringen anders kunnen handelen? Misschien is hij naëf geweest, niet verdacht op politieke intriges, infiltratie door de BVD en verraad in eigen kring, maar vast staat, zoals hij in een van zijn brieven aan zijn vrouw Beb schrijft, dat hij zich niet voor zijn idealen inzette om er zelf beter van te worden. “We hebben nooit voor onszelf geleefd, hoe moeilijk het leven daardoor soms ook werd ...”.

De titel van Santens brievenboek, Dapper zijn omdat het goed is, is ontleend aan de beroemde afscheidsbrief van Sneevliet aan Bep en Sal Santen, geschreven vlak voor zijn executie. Zoals zoveel nabestaanden heeft Sal Santen geworsteld met schuldgevoelens jegens degenen die de oorlog niet hebben overleefd, en op zijn manier heeft hij geprobeerd iets goed te maken. Als er uit zijn brieven iets van "een motief' voor zijn daden blijkt dan is het - afgezien van zijn oprechte solidariteit met de Algerijnse vrijheidsstrijders - de behoefte om het verzet uit de Tweede Wereldoorlog over te doen. Hoewel Sal Santen tijdens de bezetting bepaald niet heeft stilgezeten, is het woord inhaalmanoeuvre hier wellicht van toepassing.