Zagen aan de stoel van Brinkman

DEN HAAG, 4 MAART. Vurige kolen stapelen zich op het hoofd van beoogd CDA-leider en geoormerkt premier Elco Brinkman. Terwijl hij zelf ergens in de Alpen argeloos op de ski's staat, zitten twee achtergebleven zwaargewichten uit de Nederlandse politiek, de premier en de vice-premier, aan de poten van de stoel te zagen, waar Brinkman nog niet eens op zit.

“Ik zou dolgraag doorgaan”, zegt premier Ruud Lubbers in zijn wekelijkse tv-gesprek. En PvdA-leider Kok grijpt deze kans om Brinkmans sokkel nog wat verder af te breken gretig aan met de onthulling in het Algemeen Dagblad dat hij liever met Lubbers zou doorregeren dan met Brinkman: “Je kunt tien keer per dag met Brinkman praten, maar dat wil nog niet zeggen dat je contact hebt.”

Natuurlijk voegt Lubbers, die ten slotte Brinkman zelf in december 1989 heeft uitverkoren als zijn opvolger voor de verkiezingen in 1994, eraan toe dat hij opstapt, dat dit “een eis van democratie” is en dat er “fris bloed” moet komen. Maar rond het Binnenhof is de collectieve twijfel bijna tastbaar. Niet dat men de premier niet gelooft als hij op de vraag (van NOVA) of het uitgesloten is dat hij terugkomt, antwoordt met: “Zeker”. Maar politici zeggen wel vaker iets met grote stelligheid en komen er dan op terug.

En dus wordt in Den Haag Lubbers' liefdesverklaring aan zijn huidig ambt op z'n minst gezien als een signaal dat een beroep van het CDA of van "het land' op Lubbers niet volledig hopeloos is.

Brinkman moet immers nog bewijzen dat hij in staat is stemmen te trekken en bovendien is de laatste tijd wat twijfel gegroeid over de vraag of hij wel voldoende eenheid in de fractie kan bewerkstelligen. Zijn stilzwijgende steun aan de nogal conservatieve koers van fractielid Hans Hillen als het om het gezin, de verhouding man-vrouw en de beoordeling van de individualisering in de samenleving gaat, is in het bijzonder bij de vrouwen in de fractie slecht gevallen.

Binnen de partijleiding wordt er tamelijk openlijk over gesproken, dat Brinkman als lijsttrekker toch zeker vijftig zetels of meer (de CDA-fractie heeft er thans 54) moet halen om vervolgens zonder veel discussie als CDA-premier te kunnen worden aangeboden. Bij een slechter scenario houdt men inmiddels minister Ernst Hirsch Ballin achter de hand, die voor dat doel al als nummer twee op de kieslijst wordt gezet. Komt de nood echt aan de man, dan is er altijd nog Lubbers; dat weet men sinds vrijdag.

De directe aanleiding voor Lubbers' "dolgraag'-verklaring ligt niet in een soort machiavellistische poging om zijn opvolger dwars te zitten. Die aanleiding moet worden gezocht in een groeiende noodzaak voor Lubbers om zijn positie niet te laten afbrokkelen nu zijn kabinet voor een nieuwe, uiterst zware bezuinigingsronde staat. Vooral om te kunnen reageren op de verslechterende economische toestand heeft de premier zijn volledige gezag nodig, hij wil geen "lame duck' worden.

Het eerste moment was in mei vorig jaar tijdens een tv-portret van Veronica over Brinkman. Vraag: wat vond Lubbers van de Brinkman-"shuffle'? Lubbers' antwoord was bijna sarcastisch: ach, wel boeiend en ook wel interessant, zei hij, terwijl zijn gezicht het tegendeel uitdrukte. Ogenschijnlijk een futiliteit, maar heel bepalend voor de sfeer.

Brinkman had in Lubbers' ogen in Texel in februari en in mei in Heerenveen, iets te veel de houding aangenomen van de man, die het politiek leiderschap van het land al langzaam overnam. Op Texel hield hij het kabinet voor dat het nu maar eens moest ophouden met telkens nieuwe plannetjes bedenken, er moest nu worden uitgevoerd. “Er moeten nu keuzes worden gemaakt. Ik denk dat het speelkwartier voorbij is.” Dat was niet alleen een waarschuwing aan het adres van coalitiepartner PvdA, maar ook een schop onder de billen van de premier.

Op het podium van het Heerenveense Posthuis ging Brinkman met zijn loopmocrofoon demonstratief enkele malen voor de op de eerste rij zittende Lubbers staan, wees met het vingertje en sprak: “Meneer de minister-president” op een toon van "ik beschuldig...'.

Lubbers sloeg terug, niet alleen met een houding van "het is best leuk wat Brinkman doet , maar hij moet nog veel leren'. Maar ook concreet. Tijdens de algemene politieke beschouwingen in oktober wees de premier Brinkmans idee voor een sociale dienstplicht voor jongens en meisjes bijna geërgerd af, daarbij een wegwerpgebaar makend.

Zo ging het verder. In november verwierp Brinkman plannen van minister Ritzen en staatssecretaris Wallage om de lerarensalarissen te verhogen. Hij vond het salarisakkoord niet passen in een tijd van forse extra bezuinigingen en loonmatiging. Minister-president Lubbers koos de kant van Ritzen, hetgeen binnen de CDA-fractie als een provocatie werd gezien. In december kwamen Lubbers en Brinkman opnieuw met elkaar in botsing. De eerste keer rond de benoeming van Peter Kooijmans tot minister van buitenlandse zaken. Brinkman werd met die benoeming door Lubbers voor het blok gezet, waarbij hij wèl het verwijt uit de katholieke achterban mocht incasseren, dat er (na Gerrit Braks) al weer een katholiek minister door een protestant was vervangen.

De volgende dag pestte Brinkman terug met de bewering dat “Lubbers de ambitie niet heeft” om voorzitter van de Europese Commissie te worden. Dat was vervelend voor Lubbers, die zich ergert aan alle speculaties rondom zijn mogelijke gang naar Brussel. Voor het eerst was hij gedwongen iets te ondernemen tegen een uitspraak in dit verband. Hij liet de Rijksvoorlichtingsdienst verklaren dat de CDA-fractieleider “voorbarig” was geweest.

In het nieuwe jaar heeft zich het reeksje pesterijen met verhoogde frequentie voortgezet. Lubbers' duidelijke onderuit-trekken eind januari van het naderend WAO-compromis tussen de fracties van CDA en VVD was er één van. In het keuken-compromis van Bergschenhoek werd Brinkman voor een voldongen feit gezet. Nu kan men volhouden dat de provocatie in dit geval van Brinkman kwam, die immers met de VVD was gaan onderhandelen, iets waarvan hij kon weten dat het voor de PvdA onaanvaardbaar was. Brinkman bedreigde daarmee Lubbers' kabinet en die wil de rit afmaken.

In de afgelopen maand sloeg Lubbers opnieuw toe met zijn positieve reactie op de suggestie van minister Kok om het financieringstekort maar wat minder voortvarend terug te dringen. “Niets is heilig”, was de reactie van de premier tijdens zijn vrijdagse persconferentie op 12 februari, wetend dat hij daarmee opnieuw Brinkman de gordijnen injoeg, die sinds Texel had gehamerd op vasthouden van de gekozen lijn. Brinkman kon in de Kamer niets anders doen dan zich er tandenknarsend bij neerleggen.

Afgelopen vrijdag kwam daar dan de verklaring van de premier bij dat hij eigenlijk best in zijn functie zou willen doorgaan. Of hij het meent of niet, de bedoeling is in elk geval twijfel te zaaien, de zaak in het ongewisse te laten. Naast de rationeel-tactische overweging dat hij al zijn gezag intact moet houden, nu de economische recessie zwaarder lijkt te worden dan men had voorzien, speelt een ander element een rol. Lubbers kan het slecht verdragen de geschiedenis in te gaan als premier die midden in een economische crisis opstapte.

Kok zag vervolgens zijn kans schoon met de opmerking liever met Lubbers door te regeren dan met Brinkman. Het is nooit weg de toekomstig tegenstander in de verkiezingsstrijd wat af te breken. Kok rekent er blijkbaar inderdaad op dat Brinkman die tegenstander zal zijn.

Ruud Lubbers zal het steeds moeilijker krijgen, naarmate zijn vertrek nadert, om de zaken in de hand te houden, zonder Brinkman echt af te breken. Zou hij dat doen, dan maakt hij zich bij de top van zijn eigen partij onmogelijk. Met zijn uitspraak van vrijdag moest hij al behoorlijk de dosis verhogen om opnieuw twijfel te kunnen zaaien. Wat kan hij hierna nog bedenken?