Tussen sterilisatie en prostaatkanker bestaat geen bewezen verband

Het is een omstreden zaak of sterilisatie door onderbreking van de zaadleiders bij mannen (vasectomie) een verhoogd risico levert op prostaatkanker.

Een Amerikaans bevolkingsonderzoek leek hier enkele jaren geleden op te wijzen, maar lang niet alle vervolgstudies bevestigden dit resultaat. In een poging de controverse eens en voor altijd uit de wereld te helpen hebben Amerikaanse epidemiologen van Harvard University nu de gegevens van twee grote bevolkingsonderzoeken benut om het verband tussen vasectomie en prostaatkanker te toetsen. Die onderzoeken waren oorspronkelijk opgezet om risicofactoren voor hart- en vaatziekten en kanker op te sporen. In het totaal vonden de onderzoekers ongeveer 22.000 mannen met een vasectomie, waarvan er 113 prostaatkanker hadden. In een groep vergelijkbare maar niet-gesteriliseerde mannen werden 70 prostaatkankerpatiƫnten gevonden. Prostaatkanker kwam onder de gesteriliseerde mannen dus anderhalf keer zo vaak voor als onder een vergelijkbare groep niet gesteriliseerde mannen. Als de vasectomie meer dan 20 jaar geleden had plaats gevonden was het risico op prostaatkanker nog iets hoger: 1,85 keer (Journal of the American Medical Association, 17 febr).

Naar aanleiding van deze resultaten heeft de Amerikaanse Vereniging voor Urologie (American Urological Association) geadviseerd om mannen die een vasectomie willen ondergaan van te voren te wijzen op een verhoogd risico op prostaatkanker. Ook zouden alle mannen die langer dan twintig jaar geleden zijn gesteriliseerd of ten tijde van de vasectomie ouder waren dan 40 jaar zich jaarlijks moeten laten controleren op prostaatkanker. Dit advies wijkt niet sterk af van het advies aan alle Amerikaanse mannen tussen 50 en 70 jaar om jaarlijks een rectaal toucher te laten uitvoeren om prostaatkanker op te sporen. De Nederlandse Vereniging voor Urologie heeft zich in een persbericht geschaard achter het screenen van lang geleden gesteriliseerde mannen. Daarmee wijkt de vereniging wel ver af van de Nederlandse praktijk. In Nederland wordt de opvatting gehuldigd dat vroege opsporing van ziekten alleen zinvol is als de ziekte daarmee goed kan worden opgespoord en als er betere vooruitzichten op genezing zijn dan wanneer wordt gewacht op de eerste ziekteverschijnselen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft daar in een afwijzende reactie op het advies van de urologenvereniging op gewezen. Prostaatkanker is, volgens het NHG, niet met zekerheid vroeg op te sporen en evenmin is bekend of de genezingskansen beter zijn dan bij mannen die zich met prostaatklachten melden en dan kanker blijken te hebben. Het NHG stelt dat de urologen onnodige bezorgdheid uitlokken.

De Amerikaanse onderzoekers erkennen dat er geen echte bewijzen zijn voor het verband tussen vasectomie en prostaatkanker. Daarvoor is de verhoging van het risico te gering. Omdat de precieze oorzaak van prostaatkanker onbekend is, bestaat de mogelijkheid dat andere risicofactoren dan vasectomie de verschillen tussen de gesteriliseerde mannen en de controlegroep bepalen. Een duidelijke biologische verklaring voor het verband tussen vasectomie en prostaatkanker ontbreekt, wat de hypothese verzwakt. Tenslotte is het riskant om gegevens uit een onderzoek te gebruiken dat niet bedoeld was om het verband tussen vasectomie en prostaatkanker vast te stellen.