Timmer: niet persoonlijk aansprakelijk

EINDHOVEN, 4 MAART. “Ik heb een schoon geweten”, zei Philips-president J.D. Timmer vanochtend tijdens de presentatie van het verlies van 900 miljoen gulden dat het concern in 1992 moest incasseren.

Eerder kondigde Timmer aan zijn positie ter beschikking te zullen stellen als zijn doelstellingen - waar onder herstel van winstgevendheid - in 1992 niet bereikt zouden zijn. Vanochtend wees Timmer erop dat de crisis op de markt voor audio- en videoprodukten nauwelijks aan hem persoonlijk geweten kan worden en dat het concern op andere terreinen wel degelijk vooruitgang boekt. Aftreden achtte de president daarom niet aan de orde.

De crisis op de markt voor consumentenprodukten - “de ergste sinds WO II” - komt bij Philips dit jaar extra hard aan omdat het bedrijf de verliezen en de sanering van het Duitse Grundig, waarin Philips een belang heeft van 31,6 procent, voor rekening moet nemen. Toen het concern in 1984 een minderheidsbelang nam in Grundig werd daarbij de verantwoordelijkheid genomen voor de winst- en verliesrekening. Grundig kwam Philips in 1992 te staan op een verlies van 484 miljoen gulden, onder andere bestaande uit het verlies van Grundig (193 miljoen), reorganisatiekosten (200 miljoen) rentelasten en verplichtingen aan de Max Grundig Stichting (61 miljoen).

Goed nieuws kwam, zoals verwacht, van de divisie Verlichting, die een vergelijkbare omzetgroei van 4 procent realiseerde en het bedrijfsresultaat zag toenemen van 783 miljoen tot 972 miljoen gulden.

De omzet van de produktsector Professionele Produktem en Systemen steeg met 1 procent. Het bedrijfsresultaat daalde echter van 857 miljoen tot 663 mijoen. De verslechtering is het gevolg van prijsdalingen en uitgestelde orders bij de divisie communicatiesystemen. Ook bij industriele elektronica daalde het resultaat. Medische systemen boekte een stijging van zowel winst als omzet.

De produktsector Componenten en Halfgeleiders leed onder de gedaalde verkopen van kleurenbeeldbuizen in Europa. De omzet van de sector daalde met zes procent, terwijl het bedrijfsresultaat van 827 miljoen gulden kelderde tot 459 miljoen gulden.

De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling daalden van 3,870 miljard tot 3,660 miljard, ofwel 6,3 procent van de omzet. De rentedragnde schulden namen na de consolidatie van Grundig toe tot 16,764 miljard, ofwel 61 procent van het groepsvermogen. Een schuldenlast van 40 procent van het groepsvermogen wordt door Philips wenselijk geacht. Bij Philips werkten eind 1992 252.200 mensen.