Tanya Donelly zingt sprookjes met een dubbele bodem; "Tankjowell' wordt vervelend

Concert: Belly. Bezetting: Tanya Donelly (zang, gitaar), Tom Gorman (gitaar), Gail Greenwood (bas) en Chris Gorman (drums). Gehoord: 3/3 Tivoli, Utrecht. Herhaling: 4/3 Paard, Den Haag, 5/3 Effenaar, Eindhoven, 6/3 Melkweg, Amsterdam, 7/3 Vera, Groningen.

Niemand durfde het hardop te zeggen, maar Tanya Donelly was altijd de leukste van de twee zangeres/gitaristes van de Amerikaanse popgroep Throwing Muses. In de schaduw van haar halfzus Kristin Hersh kreeg ze echter nauwelijks gelegenheid om haar songschrijverstalent te ontplooien. Terwijl Hersh met het wollige intellectualisme van Throwing Muses op een dood spoor lijkt te zijn beland, kiest Donelly nu voor de relatief toegankelijke popmuziek van haar nieuwe groep Belly. Het debuutalbum Star valt op tussen de overige platen van het onafhankelijke label 4AD, vanwege de beknopte en goed in het gehoor liggende popliedjes.

Die eerste indruk is overigens bedriegelijk, want Donelly's sprookjesachtige teksten zijn doortrokken van onverwachte dubbele bodems. In het nummer Gepetto figureert de poppenmaker uit Pinocchio als boosdoener in de machtsstrijd tussen de seksen, en de schijnbaar lieflijke folksong Feed The Tree handelt in werkelijkheid over een bizar begrafenisritueel op het Amerikaanse platteland. Donelly brengt haar dubbelzinnige woordspel met de nadrukkelijkheid van het verwende kind, dat haar woorden kracht bijzet met overslaande stem en hoge uithalen.

Vanwege de zweverige melodieën en de indringende zang, vormt Belly de ontbrekende schakel tussen andere 4AD-acts als Cocteau Twins en Bettie Serveert, met welke Nederlandse groep een gezamelijke Engelse tournee werd ondernomen. Los van de muzikale overeenkomsten, staat Belly nog beduidend minder zeker op het podium. De bezetting werd kort geleden gewijzigd met de komst van bassiste Gail Greenwood uit de groep Boneyard. Haar uitbundige en aan het uiterlijk vertoon van heavy metal verwante presentatie contrasteert hevig met de bloedserieuze verrichtingen van de gebroeders Gorman op gitaar en drums. Daartussen fladdert de drie turven hoge Donelly, die haar onwennigheid nauwelijks kan verhullen in het tot vervelens toe uitgesproken "tankjowell" tussen de nummers. Waar haalt zo'n Amerikaans artiest toch de wijsheid vandaan dat Nederlanders in hun eigen taal toegesproken wensen te worden, terwijl ze de meest poëtische Engelse teksten woord voor woord verstaan kunnen?

Belly's podiumdebuut op het Europese vasteland voegde helaas weinig toe aan de sfeer die op de plaat beter werd gevangen. Afgezien van sporadische uitbarstingen van inspiratie, zoals in het eerder genoemde Feed The Tree, bleef het bij een statische vertoning met houterig samenspel. Pas bij de mantra-achtige samenzang van de toegift Stay en een kwetsbaar, alleen met akoestische gitaar vertolkt Untogether, werd de belofte van intense popmuziek enigszins ingelost. Ook de duur van het concert - een uurtje - illustreerde dat het veelbelovende Belly nog in een pril stadium verkeert.