STAATSEIGENDOM

NRC Handelsblad van 24 februari meldt dat de minister van onderwijs de universitaire gebouwen vóór 1 januari 1995 wil verkopen aan de universiteiten. Met de hogescholen heeft hij al afgesproken dat zij hun gebouwen in eigendom krijgen voor de som van 1,2 miljard gulden (als de Tweede Kamer deze operatie goedkeurt).

Over de voorgenomen eigendomsoverdracht aan de hogescholen maakt dr. J. Zijlstra, de vroegere premier en oud-minister van financiën, een sarcastische opmerking in zijn memoires, naar aanleiding van een truc van de oud-minister onderwijs, Cals, om onder het begrotingsbeleid uit te komen. Zijlstra schrijft: “De overheid verkoopt gebouwen die staatseigendom zijn aan gebruikers die volledig door de staat worden gefinancierd. Zo krijgt men waarachtig een aan te wenden batig saldo. Het maakt mij sprakeloos van bewondering voor zoveel vernuft.”

Het is de vraag waarvoor de huidige minister van onderwijs het "batig saldo' van zijn financiële truc nodig heeft, want de publieke financiën worden er niet beter van.

Wat de universiteiten betreft, kan de juridische kant van deze operatie niet onderbelicht blijven. Zijlstra gaat in zijn opmerking uit van staatseigendom van de gebouwen van de hogescholen. Voor de universiteiten pretendeert de minister van onderwijs ook staatseigendom, al anderhalf jaar lang. Maar zowel de openbare als de bijzondere universiteiten hebben hun eigen niet-gehuurde gebouwen in eigendom. Voor de openbare geldt dit sinds de Wet op het wetenschappelijk onderwijs van 1960. Het is verbijsterend dat een minister die zich al anderhalf jaar bezighoudt met de verkoop aan de universiteiten van registergoederen die ten naam staan van de universiteiten, en zich publiekelijk eigendomsbevoegdheden aanmeet van registergoederen die geen staatseigendom zijn.