Risico = gevaar x kwetsbaarheid

De jaren negentig zijn uitgeroepen tot het "VN-decennium voor de bestrijding van natuurrampen'. De UNESCO wil in Nederland een centrum voor preventieve rampenbestrijding oprichten.

Het aantal slachtoffers van natuurrampen is de laatste decennia flink toegenomen. In de jaren zeventig was dat aantal zes keer zo groot als in de jaren zestig en in de jaren tachtig nam dat aantal verder toe tot zo'n drie miljoen doden. Ongeveer 95 procent van de slachtoffers valt in ontwikkelingslanden, terwijl driekwart van de in geld uitgedrukte materiële schade wordt geleden in de rijke landen. "De armen betalen met hun leven, de rijken met hun geld', wordt er wel gezegd.

De toename van het aantal slachtoffers is niet zozeer het gevolg van meer of heftiger natuurgeweld, maar wel van de grotere kwetsbaarheid van samenlevingen. De explosieve groei van veel steden in ontwikkelingslanden leidde ertoe dat miljoenen mensen dicht opeengepakt op instabiele hellingen gingen wonen in slecht gestutte en gebrekkige optrekjes. Bij zware regenval raken de hellingen verzadigd met water en treden er aardverschuivingen op. Ook in de lagere delen van rivierdalen zijn veel arme mensen gaan wonen. Als de rivieren plotseling gaan zwellen - door de ontbossing is de kans daarop toegenomen - worden zij als eerste getroffen door overstromingen.

In Bangladesh zijn al enkele keren honderdduizenden doden gevallen als gevolg van cyclonen. Door de bevolkingsdruk en de ongelijke bezitsverhoudingen zijn miljoenen boeren gaan wonen op onbedijkte eilandjes in de delta van Ganges en Brahmaputra, die maar een paar meter boven de waterspiegel uitsteken. De metershoge vloedgolven spoelden de bewoners met hun have en goed weg.

Volgens de UNESCO is het risico van natuurrampen gelijk aan de waarschijnlijkheid dat een natuurgevaar zich voordoet maal de kwetsbaarheid van de samenleving voor zo'n natuurgevaar (in formule: R (risk) = H (hazard) x V (vulnerability)). Aan de waarschijnlijkheid dat een natuurgevaar zich voordoet kan de mens in veel gevallen weinig doen, aan de kwetsbaarheid des te meer. Hij kan rampgevoelige plaatsen mijden of preventieve maatregelen nemen door dijken of aardschokbestendige huizen te bouwen.

Om de kwetsbaarheid te verkleinen doen steeds meer landen aan Natural Hazard Risk Assessment. Ze onderzoeken welke gebieden in welke mate welke gevaren lopen. De resultaten daarvan worden weergegeven in gevarenzoneringskaarten. Vooral Zwitserland en Oostenrijk maken daar veel werk van. Bij het verstrekken van bouwvergunningen en het plannen van toeristische voorzieningen wordt er rekening mee gehouden. Doel van het VN-rampendecennium is dat alle landen eind jaren negentig voor hun grondgebied een taxatie hebben gemaakt van de risico's van eventuele natuurrampen en dat ze daar in hun beleid rekening mee houden.

Veel ervaring

Ontwikkelingslanden beschikken echter vaak niet over de expertise en de middelen om gevarenkaarten te maken en die in hun beleid te gebruiken. In Nederland heeft het Internationaal Instituut voor Lucht- en Ruimtekaartering en Aardkunde (ITC) in Enschede daar veel ervaring mee opgedaan. Het ITC houdt zich bezig met onderzoek en onderwijs op het gebied van de interpretatie van luchtfoto's en satellietbeelden. Gecombineerd met kennis over geologie, bodem, klimaat, vegetatie en landgebruik kunnen zo de risico's van bijvoorbeeld aardverschuivingen vrij nauwkeurig voorspeld worden.

Tot voor kort was het maken van gevarenkaarten tijdrovend en duur. Het ITC ontwikkelde een veel snellere, goedkopere en preciezere methode. Daarbij maakt het instituut gebruik van zogenaamde geografische informatiesystemen (GIS). Deze kunnen grote hoeveelheden ruimtelijke informatie uit gedigitaliseerde luchtfoto's, satellietbeelden en kaarten verwerken.

Vorige maand promoveerde ITC-medewerker Kees van Westen in Delft op de toepassing van geografische informatiesystemen bij het maken van gevarenkaarten. Hij testte zijn methode op een gebied rond de Colombiaanse stad Manizales. Deze stad lag oorspronkelijk helemaal op een plateau, maar breidt zich nu door de snelle bevolkingsgroei uit naar gebieden waar veel aardverschuivingen en aardschokken voorkomen. De beruchte Nevado del Ruiz ligt hier vlakbij. Op 13 november 1985 scheurde de ijskap van deze actieve vulkaan open, waarna zich een enorme stroom modder naar beneden stortte die in enkele minuten tijds het stadje Armero bedolf en 23.000 slachtoffers maakte.

Zoals de meeste ITC-programma's kan de methode Van Westen draaien op tamelijk eenvoudige computers. Het ITC schoolt mensen in het gebruik van geografische informatiesystemen bij het plannen van grondgebruik en stadsuitbreidingen. Ruim 10.000 mensen, waarvan het overgrote deel afkomstig is uit ontwikkelingslanden, volgden hier al een opleiding. Het ITC is op dit gebied het grootste instituut ter wereld en beschikt over een uitgebreid netwerk.

Het is dan ook niet vreemd dat de UNESCO aan het ITC gevraagd heeft de mogelijkheden te onderzoeken voor een centrum voor preventieve rampenbestrijding. Enschede is de waarschijnlijke plaats van vestiging. Volgens ITC-conrector dr. Niek Rengers, die nauw betrokken is bij de plannen, zal het centrum vooral een coördinerende taak krijgen op het gebied van onderzoek, onderwijs en training. Hoofddoel is het verminderen van de kwetsbaarheid van samenlevingen voor natuurrampen door bij de planning van wegen, nederzettingen en ontwikkelingsprojecten veel meer rekening te houden met de risico's van natuurrampen.

Begin

Het ontwikkelen van rampengevoeligheidskaarten met instrumenten waar het ITC sterk in is, is echter niet meer dan goed begin. Politici en ambtenaren die de beslissingen nemen, moeten er ook daadwerkelijk rekening mee houden. Mensen die nu gaan wonen op instabiele hellingen of op stukken land die snel onder water komen te staan, moeten ook alternatieven hebben. Als er in aardbevingsgevoelige gebieden huizen gebouwd worden die tegen een flinke schok kunnen, moeten de armen die huizen ook kunnen betalen. Als de ontbossing in de Himalaya door blijft gaan, de demografische druk op het platteland niet vermindert en landbouwgronden niet rechtvaardiger verdeeld worden, kunnen Bengaalse boeren er niet van weerhouden worden zich te vestigen in gebieden die zij eigenlijk beter kunnen mijden. Rampenpreventie gaat zo hand in hand met ontwikkelingsbeleid. Om op deze aspecten greep te krijgen ontwikkelt het ITC de plannen voor een UNESCO-centrum voor preventieve rampenbestrijding samen met de Faculteit Civiele Techniek van de TU Delft en de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de RU Utrecht.