Opinies lenen zich niet voor beslechting in kort geding

“De brievenrubriek staat open voor reacties van de lezers”, “De opiniepagina vertegenwoordigt niet de mening van de redactie.” Wekelijks ruimt NRC Handelsblad een behoorlijke ruimte in voor brieven en opinies van schrijvers die geen deel uitmaken van de redactie. Op 18 februari jl. maakte de redactie zelfs bekend dat de rubriek ingezonden brieven op donderdag uitgebreider zal zijn dan op de overige dagen, en dat de redactie hoopt daarmee “de dialoog tussen de lezer en de redactie aan te moedigen”.

Hoe staat het met de juridische verantwoordelijkheid van de uitgever van de krant waarvan de redactie ruimhartig redactionele ruimte ter beschikking stelt voor de meningen van anderen? Niet zo lang geleden werd NRC Handelsblad betrokken in een kort geding waarin een bedrijf rectificatie vroeg van een stuk dat een hoogleraar op de opiniepagina over dat bedrijf had geschreven. Deze had beweerd dat het bedrijf, dat zich als een beursfonds afficheerde, deel uitmaakte van “ondergrondse netwerken”. In het kort geding verweerde de hoogleraar (die naast de krant was gedagvaard) zich met de stelling dat hij met ondergrondse netwerken zoiets had bedoeld als een ondoorzichtig web van bv's die de participanten van de beurs niet konden zien. En hij toonde op de zitting stapels uittreksels uit handelsregisters, waarvan de directeur van het eisende bedrijf moest toegeven dat zijn naam als directeur er wel erg vaak in voor kwam. Desgevraagd kon hij slechts een ruwe schatting geven van het aantal directeurschappen dat hij in het dagelijks leven vervulde. “Hoe kan een belegger daar nu uit wijs”, riep de hoogleraar vertwijfeld, die er aan toevoegde dat hij zijn stuk had geschreven in het algemeen belang ter bevordering van transparante verhoudingen rond de beurs. Toch hield het bedrijf voet bij stuk. De omschrijving “ondergrondse netwerken” verspreidde de geur van illegaliteit, van zwarte en verboden geldstromen. Daar had het bedrijf niets mee uit te staan en dat moest de schrijver terug nemen.

Het is een interessante vraag of een “ondergronds netwerk” hetzelfde is als “een ondoorzichtig web”, interessanter in dit kader is de vraag of de krant op het feitenmateriaal en het woordgebruik van de schrijver kon worden aangesproken. De krant vond van niet, en de Amsterdamse president mr. Asscher was het daarmee eens.

In de regel is de krant verantwoordelijk voor verwijtbare fouten in vorm en inhoud die in de redactionele stukken van de krant voorkomen. Soms kan er over zo'n fout een geschil bij de rechter ontstaan, en dan gaat het erom of de krant voldoende bronnenmateriaal had voor de in het stuk gebezigde kwalificaties. Deze regel lijdt uitzondering, moet althans sterk worden gerelativeerd, als het gaat om opiniërende stukken en ingezonden brieven. De redactie van een krant die besluit een opiniepagina te openen, doet dat in het belang van de vrijheid van meningsuiting. De krant vervult aldus een forumfunctie waarmee vorm wordt gegeven aan het openbaar debat in een democratie.

De forumfunctie brengt echter met zich mee dat de krant zich niet kan begeven in een uitgebreid onderzoek naar de feiten die de schrijver aan zijn of haar opinie ten grondslag legt. De forumfunctie brengt ook met zich mee dat de krant een “gekleurde” interpretatie van feiten en soms pittig woordgebruik zal moeten toelaten. Het gaat immers om opinies.

De organisatie van een publiek debat plaatst de krant echter voor een conflict van plichten. Door publikatie van een stuk waarin fouten staan mogelijk te maken, krijgt deze fout pas gevolgen in de publiciteit. Een uitgebreid voorafgaand onderzoek naar de feiten waar in het aangeboden stuk van gebruik wordt gemaakt, is gemeten in tijd, geld, en mankracht ondoenlijk. Het “ontkleuren” van krachtig vormgegeven opinies past evenmin in de forumfunctie. In dit conflict moet het in stand houden van een zonder voorafgaand uitgebreid onderzoek toegankelijk forum zwaarder wegen. Dat is dus de reden dat die hoofdregel uitzondering moet lijden, althans moet worden gerelativeerd: missers in vorm en inhoud die bij eerste lezing van een aangeboden stuk opvallen, kunnen natuurlijk worden geweerd, en worden in de praktijk ook geweerd; maar een mening moet tot haar recht kunnen komen. Dit betekent overigens niet dat er in het geheel geen redactionele verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde opinies zou bestaan. Deze is echter van andere aard dan bij de redactionele stukken. Aangeboden stukken kunnen te lang, onleesbaar, inconsistent of voor het openbare debat niet relevant zijn. Soms wordt door de redactie een mening uitgelokt, of moet worden beoordeeld of het plaatsen van een “tegen-mening” fair is. Daarbij kan de redactionele rol soms naderen aan een scheidsrechtersrol.

Zo is het ook met de ingezonden brievenrubriek. Maar de ingezonden brievenrubriek is meer, omdat in brieven wordt gereageerd op hetgeen in de krant heeft gestaan, redactioneel of als opinie. De brievenrubriek kan daarom een correctie vormen op het zonder een zware voorafgaande controle toegankelijke forum. In brieven kan ook een weerwoord worden gegeven. Ook dat had de krant in het besproken kort geding aangevoerd. Opinies moet je niet rectificeren, daar moet je op reageren.

Het bedrijf had in een prompt verstuurde ingezonden brief kunnen uiteenzetten waarom de term “ondergrondse netwerken” haars inziens verkeerd was gekozen. Ook daar was de president het mee eens. Omdat het bedrijf niet had gereageerd, zag hij ook geen aanleiding voor een rectificatie door de professor zelf.

Het organiseren van een forum en een, deels daaraan complementaire, brievenrubriek, is overigens een delicate aangelegenheid. Daarover ontvangt de redactie uitvoerige brieven, zoals we in het stuk van Marion van Eeuwen van 25 februari hebben kunnen lezen. Maar volgens het redactionele kadertje van deze opiniërende pagina's houdt de redactie zich het recht voor om daar niet meer over te corresponderen. Dat kan namelijk een tamelijk uitvoerige briefwisseling worden.