NEPWETENSCHAP (1)

In de stukken van Coen van Zwol en J.E. Hueting (NRC Handelsblad 18 en 24 februari) komt oprichter professor Röling van het Polemologisch Instituut te Groningen naar voren als een idealistische "estheet', "slordig geleerde' en "beunhaas', terwijl de niet deskundige lezer de indruk krijgt dat het Instituut zijn tijd heeft overleefd.

Afgezien van het feit dat het nogal goedkoop is iemand die zich zelf niet meer kan verdedigen in deze termen aan te vallen, is de karakterisering van Röling onjuist. Zijn "dissenting opinion' als rechter bij het vonnis van het oorlogstribunaal te Tokio (1948), zijn kleine vierhonderd noten in de Nederlandse Jurisprudentie en zijn talrijke en internationaal nog steeds frequent geciteerde artikelen en boeken op het terrein van volkenrecht en vrede en veiligheid zijn daarvan het levende bewijs. Rölings werk inspireerde tot oprichting van aan het Polemologisch Instituut verwante (nog bestaande) instituten in onder andere Noorwegen, Zweden, Duitsland en de Verenigde Staten. Onderzoek naar de oorzaken van oorlog en de voorwaarden voor vrede - zoals Röling de polemologie steevast placht te definiëren - is nog steeds uitermate relevant. Aan diverse instituten in Nederland wordt trouwens nog steeds gedegen onderzoek verricht op dit terrein.

Te hopen valt dat dit werk, ook binnen de nieuwe verhoudingen in Groningen, kan worden voortgezet.