Moslims vechten om varkensvlees

SARAJEVO, 4 MAART. Aan de waarde van de Amerikaanse voedseldroppings boven Bosnië-Herzegovina mag in Westerse hoofdsteden worden getwijfeld - zo niet op de grond in Bosnië zelf. Dat is althans het beeld dat oprijst uit de schaarse berichtgeving vanuit het gebied, die voornamelijk door zendamateurs wordt verzorgd.

In zijn woonkamer in Sarajevo zit Himzo Devedzija gebogen over zijn zender-ontvanger, waarmee hij de laatste dagen probeert contact te krijgen met zijn verwanten en vrienden in het belegerde dorpje Zepa. Zes verslaggevers en een vertaler dringen om hem heen als er plotseling, na minuten van ruis, de stem van Himzo's oude vriend Fadil uit Zepa doorkomt.

“We hebben twee pakketten medicijnen van 500 kilo gevonden, en we vermoeden dat er nog meer pakketten in de sneeuw liggen”, laat Fadil weten. De verslaggevers hollen ogenblikkelijk naar het Holiday Inn hotel, waar zij vervolgens wereldkundig maken dat de Amerikaanse hulp inderdaad de getroffenen bereikt.

Afgelopen nacht hebben voor de vierde achtereenvolgende keer Amerikaanse toestellen voedsel en medicijnen boven Bosnië uitgeworpen. Piloot Jeffrey Renner uit Sleepy Eye, Minnesota, zei bij terugkomst wel dat door de harde wind de pakketten aan hun valschermen konden zijn afgedreven.

Volgens berichten van zendamateurs zijn de afgelopen dagen ten minste 31 pakketten gevonden. Een aantal daarvan is echter niet bereikbaar door de voortdurende gevechten, zo meldden zij.

De pakketten bevatten kant-en-klaar-maaltijden die gewoonlijk aan Amerikaanse soldaten worden uitgereikt. Iets minder dan de helft daarvan bevat varkensvlees, wat moslims in normale omstandigheden niet eten. Maar een verslaggever van de New York Times schrijft vandaag vanuit Goradze, dat al elf maanden wordt belegerd, dat de hongerige bevolking elkaar soms te lijf gaat om een Amerikaans rantsoen te bemachtigen. (Reuter)