Modieus vlaggen

Stoere krijtstrepen, bloemetjes, frivool kant, beugelbeha's en jarretelles: de nieuwe lingeriemode laat zich niet in een keurslijf dringen. Dat bleek op de "Bodyfashion' in de Utrechtse Jaarbeurs.

In Nederland wordt minder lingerie verkocht, maar we geven er met z'n allen wel meer geld aan uit. Een marktonderzoek heeft dat onlangs aangetoond. Vooral het luxere genre doet het goed. Prijzige bodies, slipjes en bustiers, van kant, zijde of satijn, we hijsen ons er met stijgend plezier in. Geen wonder dat de laatste tijd dure lingeriewinkeltjes als paddestoelen uit de grond schieten. Vooral de wat duurdere beugelbeha, die de borsten omhoog doet priemen, geniet een ongekende populariteit. Alles wat met ondergoed, badmode en nachtkledij te maken heeft en dat in het vakjargon als "bodyfashion' wordt aangeduid, was de afgelopen dagen te bewonderen op een vakbeurs in de Utrechtse Jaarbeurs, georganiseerd door de branchevereniging Bodyfashion Promotion. Als sluitstuk van de beurs werden dinsdagmiddag de prijswinnaars bekendgemaakt van de tweejaarlijke ontwerpwedstrijd voor studenten aan modeacademies en hogescholen voor de kunsten - de toekomstige ontwerpers van ons ondergoed. De modeshow voorafgaand aan de prijsuitreiking gaf een beeld van de nieuwste trends. Daaruit bleek dat we alle kanten uit kunnen. Van etherisch wit, getoond door mannequins voorzien van engelenvleugeltjes, tot schreeuwend rode music-hall-achtige frivoliteiten: jarretelles, ruches, jabots en volants. Wie dat te wild vindt, kan terecht bij brave Laura-Ashley-bloemetjes of het voor mannenpakken beproefde krijtstreepmotief. De eco-trend zet zich ook in de ondermode voort door het gebruik van sportievere, ongebleekte en natuurlijk getinte stoffen.

Uit de 164 inzendingen in de categorieën ondermode, nacht/huismode en badmode koos de jury de dertig beste modellen. De jury vond dat er te veel was geëxperimenteerd met materialen en ontwerpen, wat in veel gevallen ten koste ging van de draagbaarheid. Dat sommige modestudenten zich allereerst kunstenaar voelen, bleek uit het afkeurend gesis tijdens het voorlezen van het jury-rapport. Het oordeel van de jury werd al onmiddellijk gellustreerd door het eerste model in de categorie ondermode: een bol staande beha van donsveertjes en satijnlint, waaronder een pofbroekje met schelpvormige zijkanten. Leuk als grapje of voor een house party, maar niet om ergens onder te dragen. De term ondermode is misschien ook wat verwarrend, want veel van al die oogverblindende kanten en satijnen ontwerpen blijven allang niet meer voor het oog verborgen zoals vroeger onze degelijke Jansen en Tilanussen. Ze zijn er om gezien te worden, niet alleen in de slaapkamer, maar ook zomaar op een warme zomerdag, of nog net, veelbelovend, onder een jasje uitpiepend. Dat gold ook voor het ontwerp van Riet Spijkers, dat de eerste prijs kreeg in deze categorie. Boven een strak zittend, zwart satijnen broekje prijkte een eenvoudig wit topje afgebiesd met een omgebogen strook, genspireerd op het Japanse origami.

Opvallend mooi was het okergele badpak met een wijde paarse badjas waarvoor Cellistine van Herwijnen van de Hogeschool Arnhem een eerste prijs in de categorie badkleding kreeg. Het badpak, met recht afgesneden pijpjes, vertoonde aan weerszijden een geraffineerde, horizontale uitsnijding. Badpakkenontwerpster Marielle Boliër zal het ontwerp verder uitwerken om het op de markt te brengen. Binnenkort in de betere lingeriewinkel dus. Verder vond de jury de ingezonden badkleding nogal tegenvallen, zodat er nog wèl een tweede, maar geen derde prijs inzat. Absolute topper op het gebied van draagbaarheid en comfort was het écru huispak van Carolien Ruys, ook al van de Hogeschool Arnhem. Een soepel vallend pak van imitatiezijde, met een knoopsluiting en brede revers, ruim en toch elegant, kortom: hèt pak om in te wonen. Ruys verdiende er de eerste prijs mee in de categorie nachtmode/huiskleding, en een stageplaats bij Ten Cate.