Mevrouw Er

Vroeger moest mevrouw Er om half vier op om te gaan melken, en daarna gauw weer naar huis om voor een stuk of tien kinderen te zorgen. Nu blijft ze zo lang mogelijk liggen. Ze steekt geen hand meer uit. “Werken jullie maar”, zegt ze, “ik heb genoeg gewerkt.” Misschien is ze meer moe dan dement.

Ze is 93, nogal doof, nauwelijks grijs. Sinds een jaar woont ze in Beukenburg. Ze heeft een oud schemerlampje meegebracht, en een mahoniehouten servieskastje, en een groene beddesprei van pluche. Haar eigen makkelijke stoel is bijgeschoven in de gezamenlijke huiskamer.

Het is inderdaad een allegaartje in deze kamer, een samenraapsel van stijlen en smaken. En nu gaat Beukenburg verhuizen, van het bos in Groenekan naar het centrum van Maarssen. Nieuwbouw. Dus de architect heeft al gevraagd of die "uitdragersspullen', of die echt mee moeten.

Het personeel vindt van wel. Want dat moet je je eens indenken: dat je als een vreemde ronddwaalt in je eigen geheugen en dan ook nog eens terechtkomt in een omgeving waarin je niets maar dan ook niets herkent. Dat is Kafka!

Mevrouw Er weet nog dat het haar stoel is. “Kijk”, kan ze bij voorbeeld zeggen, “de kat ligt in mijn stoel.” Die stoel herinnert een oude vrouw aan zichzelf. Beter kan een stoel het toch niet doen?