Major hekelt economische ideologie van Thatcher

LONDEN,4 MAART. John Major heeft voor het eerst sinds zijn opvolging van Margaret Thatcher als partijleider van de Britse Conservatieven en premier van Groot Brittannië openlijk afstand genomen van de economische ideologie van zijn voorgangster. In een vraaggesprek met The Independent, vanmorgen, distantieert hij zich van haar ideologie van de vrije markt. Hij zegt ook dat het uitblijven van economisch herstel in Groot Brittannië te maken heeft met de afbraak van de industriële basis van het land onder haar bewind.

Major zegt dat hij “hartstochtelijk geloof” hecht aan het belang van een bredere industriële basis. Margaret Thatcher geloofde dat ze die kon verwaarlozen ten gunste van een groeiende dienstensector, maar, aldus Major, “diensten zijn niet genoeg”.

De premier, die door Thatcher gekneed is als haar opvolger en die lang beschouwd werd als haar marionet, zegt dat hij het in de jaren tachtig al niet eens was met Thachers ideologie op dit gebied. “Ik had een minderheidsstandpunt. Nu ben ik beter geplaatst om mijn mening naar voren te brengen.”

Op de vraag wat de premier dacht te doen om de industriële basis van Groot Brittannië te verbreden, antwoordde Major met een verwijzing naar de “economische erfenis” die Thatcher hem had nagelaten. “We hadden een rente van 15% en inflatie van iets minder dan 11%. Het stond absoluut niet vast dat de rente en inflatie niet verder omhoog zouden gaan. Nu de inflatie vrijwel onder controle is gebracht en de rente is gedaald tot een percentage lager dan dat van Duitsland, is de uitgangspositie voor herstel oneindig veel beter. Met Frankrijk en Duitsland op de rand van een recessie “zijn we nu zo concurrerend als ik in mijn hele leven niet heb meegemaakt.”

Major waarschuwde dat het Britse bedrijfsleven dit keer niet zijn traditionele fout moet maken om zich alleen te concentreren op de “zachte” thuismarkt. In een tijdperk van opmerkelijke veranderingen kunnen we geen groei verwachten en niet gedijen tenzij we technologisch voorop liggen en vechten voor ons aandeel op de markt, aldus Major. Maar om te slagen was er in Groot Brittannië ook een klimaat nodig waarin mensen niet meer hun neus ophalen voor een carrière in de verwerkende industrie.

De premier toont zich duidelijk gefrustreerd over het negatieve imago dat zijn beleid heeft en dat een beeld geeft van een man die niet weet wat hij wil, en die het land uit een economisch moeras wil praten zonder harde maatregelen om dat te bewerkstelligen. Enkele uren voor het verschijnen van het vraaggesprek had hij al zijn gram uitgesproken over “doemdenkers”, maar tegen The Independent zegt hij: “We zijn hier met revolutionaire vernieuwingen bezig en de mensen zien het gewoon niet!”

De Confederation of British Industry reageerde opgetogen op de uitlatingen van premier Major. Maar Lord Prior, de topman van GEC en een voormalig minister in het eerste kabinet-Thatcher tot hij door zijn bazin als onbetrouwbaar de laan werd uitgestuurd, zei: “Opbouwen van een verwerkende industrie gaat niet zomaar. We hebben niet langer een verwerkende industrie. We zullen wel 20 jaar nodig hebben om met veel inspanning onze industriële basis terug te krijgen op een niveau zoals we dat graag willen zien.”