Kunst uit twee jaar gesloten afdeling gaat "logeren' in twaalf kleinere musea; Renovatie Zuidvleugel Rijksmuseum kost 20 mln

AMSTERDAM, 4 MAART. De Zuidvleugel van het Rijksmuseum, het gedeelte aan het Museumplein met de ingang tot de afdeling Aziatische Kunst, zal ruim twee jaar gesloten zijn. Wanneer de deuren weer open gaan, eind 1995, zal de bezoeker een geheel gerenoveerd stuk museum aantreffen. Directeur Henk van Os bracht gisteren samen met architect Wim Quist deze renovatieplannen naar buiten en schetste bovendien hoe hij de benodigde twintig miljoen gulden denkt te verwerven.

De betreffende Zuidvleugel is altijd een conglomeraat van gangen en zaaltjes geweest, met zwakt licht, een te krappe toegang en een gebrekkige klimaatbeheersing. Dit gedeelte van het museum is in fasen aangebouwd en het grootste deel, de zogenaamde Druckeruitbouw stamt uit de jaren 1909 en 1916. Hier was tot voor kort de achttiende-en negentiende -eeuwse schilderkunst ondergebracht en de Aziatische afdeling. De aanwezigheid van vocht en de ontdekking van muurscheuren een paar jaar geleden, leidde tot de conclusie dat dit museaal onverantwoordelijk was en renovatie onvermijdelijk.

Wim Quist die de leiding van de verbouwing heeft, verlegt de ingang een blok in de richting van de Jan Luykenstraat. Via een glazen tochtportaal zal de bezoeker het museum betreden en in een hal arriveren waar de garderobe, de kassa en de toiletten zijn gevestigd en waar een lift en twee trappen naar boven leiden. Vanuit deze ruimte zal de bezoeker zijn weg vinden in deze afdeling van het museum, eigenlijk een museum in een museum. Hier zullen dezelfde afdelingen onderdak vinden, maar in een vernieuwde opstelling: de achttiende en de negentiende-eeuwse Nederlandse schiderkunst en de Aziatisch Kunst. Er komt zowel een aparte zaal voor pastels als voor kostuums. Onder de hal, zal nog onder het grondwaterniveau een depot worden aangelegd.

De verbouwkosten worden geraamd op twintig miljoen gulden. De Rijksoverheid neemt daar twaalf miljoen van voor haar rekening. PTT Nederland sponsort het project voor vier miljoen, verspreid over acht jaar. Het museum wil het resterende bedrag via verschillende posten en een aantal gerichte publieksacties binnenkrijgen. Ten eerste zal van elk toegangsbiljet van tien gulden één gulden naar de verbouwing gaan. Ten tweede komt er een loterij. Drie Nederlandse kunsthandelaren hebben elk een kunstwerk ter beschikking gesteld. Met een te kopen toegangsbiljetlot van minimaal vijftien gulden maakt men kans op een zeventiende-eeuws zelfportret van Jan Ulrich Mayer, op een gezicht op de Indiase stad Jaipur door Marius Bauer en op een aquarel door Isaac Israëls, een cabaretière voorstellend. Deze werken werden ter beschikking gesteld door respectievelijk de kunsthandels Robert Noortman, Borzo en Ivo Bouwman. Als derde actie heeft het Rijksmuseum een boek over de negentiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst uitgegeven. Een eeuw apart beslaat 160 pagina's en heeft 300 afbeeldingen. Van de vijfentwintig gulden die dit boek kost gaan er vijf naar de renovatie. Ten slotte hoopt het museum een groot punbliek te bereiken door enkele gerichte televisieprogramma's.

Nederland zal tijdens de verbouwing die tijd niet verstoken zijn van de negentiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Het zogenaamde "logeerproject' zorgt ervoor dat het komend jaar twaalf kleinere Nederlandse musea zo'n 300 Rijksmuseumwerken uit deze periode te leen krijgen.