Kritiek van raad op systeem voor beveiliging treinen

EINDHOVEN, 4 MAART. Het ATB-systeem (automatische treinbeïnvloeding) heeft niet het gewenste effect op de spoorwegemplacementen. Die conclusie trok de Spoorwegongevallenraad, onder voorzitterschap van mr. P. van Vollenhoven, gisteren bij een openbare hoorzitting in Eindhoven naar aanleiding van het treinongeluk van 31 oktober 1992.

Op die dag kwam de Intercity van Maastricht naar Zandvoort rond 13.45 uur in botsing met de stoptrein van Eindhoven naar Deurne op het spoorwegemplacement Eindhoven. Daarbij raakten 48 mensen gewond, van wie vijf ernstig.

Het ATB-systeem zorgt ervoor dat de trein tot stilstand komt zodra de machinist het gele sein negeert. Door de zogenoemde kwiteerknop om de 20 seconden in te drukken, kan een machinist ook voorbij een geel of rood signaal blijven rijden. Dat kan noodzakelijk zijn bij eventuele storingen.

Op de hoorzitting bleek dat vooral op emplacementen regelmatig van de kwiteerknop gebruik wordt gemaakt. De machinist van de stoptrein heeft nooit een rood signaal opgemerkt en is daarom al “kwiterend” doorgereden. Het ATB, dat wel een signaal in de cabine afgeeft bij een geel sein, doet dat niet bij een rood sein. Pas toen de machinist zag dat zijn trein op een 60 meter verder liggende kruising in botsing zou komen met de Intercity, greep hij in.

Een nieuw ATB-systeem, dat momenteel in voorbereiding is, dicht de gaten in het huidige systeem, maar volgens de planning zal het nieuwe systeem pas in 2026 volledig zijn ingevoerd.

De secretaris van de vakvereniging voor machinisten, L. van der Bent, uitte kritiek op de opleiding over ATB. “Het is allemaal zeer oppervlakkig, alleen de mensen die vroeger nog een gedegen opleiding hebben genoten, weten wat er kan. En het komt voor dat machinisten die net een week mogen rijden al een leerling meekrijgen die ze het vak moeten leren”.

Verder richtte de Spoorwegongevallenraad zich tijdens de hoorzitting op de late melding aan de hulpverlenende instanties, op de gebrekkige communicatie over het NS-dienstnet (Telerail) en op een wellicht wat ongelukkig geplaatst sein.

Eerder al had een intern onderzoek van de NS uitgewezen dat het negeren van een rood sein door de machinist van de stoptrein de meest waarschijnlijke oorzaak van het ongeval is. De Spoorwegongevallenraad spreekt zich niet uit over de schuldvraag, maar probeert uit ongevallen lering te trekken voor de toekomst. De raad adviseert de minister van verkeer en waterstaat ten aanzien van te nemen maatregelen om de veiligheid van het treinverkeer te verhogen.

De Spoorwegongevallenraad hoopt het rapport over de ramp van Eindhoven in mei gereed te hebben. In die maand zal ook een hoorzitting worden gehouden over het ongeluk in Hoofddorp dat aan vijf mensen het leven kostte.